Wim van den Hoonaard

Tussen droom en daad (waar de doodse drempel ligt en de diepe durf staat) durft de drank te duelleren met de dichter en zijn dorst dorstig of dronken dromend in draaglijke middelmaat en doordrongen van de drempels dienaangaande en het denken aan het drinken sinds de borst… Wim van den Hoonaard Met dank aan Willem Elsschot voor zijn zin ‘Tussen droom en daad’, (uit: ‘Het huwelijk’)

Vanuit het groene dal
het stille dal
fluistert de wind
het oude liedje

van het kleinste
bloempje dat niet
vergeten wordt en
ook wat water krijgt

en het is alsof in de wind
de spreuk van Jezus weerklinkt:

wat gij aan de minste doet
dat hebt gij aan Mij gedaan.

Wim van den Hoonaard

Het worden=het zijn

Ik schreeuwde nog iets terug
toen de plicht mij riep
maar die was alweer verdwenen;
het is een zeer druk baasje

en ik dacht

het horizontale
verdwijnpunt
kan ook
het oude
of nieuwe
beginpunt
zijn.

Wim van den Hoonaard

Niet zomaar ergens werd een drang tot uiten
eens niet verward met drank naar binnen,
maar zoals ook de IJssel buiten
kan geen stroom zonder bron beginnen

op vier plekken reeds vijftig maal,
schoorvoetend, maar gaandeweg vrijer,
doolden dichters met hun verhaal
en keerden huiswaarts, niet zelden blijer

nu hoor ik u denkend praten:
Ja, ja, een café…
maar de kans op onverlaten,
dat viel reuze mee!

De combinatie van drank en dicht
maakt de geest ruimer en verlicht,
hier werd divers met taal gemorst
en ‘wat men overhield was…dorst!’

Dank aan hen die ook mijn drang mogelijk maakten
en daarna een zucht van verlichting slaakten,
desondanks vraag ik u, dames en heren:
alstublieft nog minstens vijftig keren!

Wim van den Hoonaard

Zwart is toch geen kleur
Dus om nou te zeggen mooi
Van zo’n duistere verentooi
Klank vormt hier de kleur

Al perst ook menig kerel
Zijn soul uit zijn schoenen
Hij laat zich steeds ontgroenen
Door een onvervalste merel

Natuurlijk blijft het geheim
Waarom wij niet zo zingen
Als deze dappere vogelijn

Al zouden wij hem dwingen
Prijs te geven al zijn pijn…
Het is de loop der dingen.

Wim van den Hoonaard

Où sont les neiges d’antan…
trois copains d’un temp perdu
laissent donc, bien entendu,
froids les mains de d’Artagnan

Où sont les neiges d’antan…
sur le pont d’Avignon on n’y danse le can-can
mais encore une ‘ballade des pendus’
c’est aujourd’hui pour moi plus cru

Wim van den Hoonaard

(spichtgedicht)

Loze meisjes,
lichtmatrozen,
zingen wijsjes
tot de dag

glimmend lachend,
mastbeklimmend,
hijsen zij de
afscheidsvlag.

(vrije hertaling van een bekend kinderliedje,ook bruikbaar bij het thema ‘Malevich’:hoe ziet die vlag er uit? Dit is ook ‘suprematisme’:de absolute macht van de verbeelding, vind ik)

Wim van den Hoonaard

Was de straat ooit meer verlaten,
ergens is een mens in nood,
houvast werd plots losgelaten,
er ligt een knuffel in de goot!

Wie wil leven achterstevoren
leeft slechts feilloos als de dood,
zoekt na falen nooit naar sporen,
er ligt een knuffel in de goot!

Is onze zwakheid te beklagen
van het hechten, niet versagen,
is de knuffel hier de klos?

Is de ballast die wij dragen
in onszelf het onbehagen
vrij te zijn en toch niet los?

Wim van den Hoonaard

(op 26 juni zag ik in Deventer een knuffel op een stoeprand
liggen toen ik er langs fietste, nog niet wetende dat er na het 
vliegtuigongeluk –MH17- op 17 juli, ook verlaten knuffels 
op de grond te zien waren).

Een boom heeft wel iets treurigs
al denk je soms van niet,
hoe hoopvol en veelkleurig
groeit elke nieuwe spriet
die tak wordt en dan kraken gaat
en blad verliezend kaal
soms ontworteld weerloos wankel staat
als in een triest verhaal.

Dat wij bomen medeplichtig maken
aan amoureuze en amourloze zaken
die gekerfd staan in zijn bast;
initialen, kogelgaten, opgepast!
Want een boom die alles ziet,
eeuwen verleden heeft te dragen,
je kunt hem alles vragen,
maar een antwoord geeft hij niet.

Je gebruikt een boom om tegen te botsen
of je manlijke urine te horen klotsen,
je kunt hem onthouten voor bruikbare bouwsels
of als brandhout voor diverse brouwsels,
als kind kon je er fijn in klauteren
en speuren naar kabouteren,
vaak geeft beschutting zijn bladerenkroon;
hij heeft zich onmisbaar gemaakt, de boom.

Daar staat-ie dan, de boom,
een gestalte in de coulissen,
waar ‘tussen daad en droom’
tijd zijn bloesem doet bevriezen,
maar zolang wij hem rustig laten
groeien zijn takken naar het licht,
misschien heb je het al in de gaten:
jouw stamboom heeft jou opgericht.

Mijn Boom, Hij weet mijn ziel te helen,
als een god, maar Hij is met zovelen!
Ik weet het, ik uit mij wat onbeholpen,
maar tot hier heeft de Boom mij geholpen.

Wim van den Hoonaard

Echte spechten
vechten, echter
spichten rechter
met hun tong,

slechten hechte
zwaargewichten,
lichten spichten
uit hun wrong.

Wim van den Hoonaard