Ballade van de kindertijd

Zeg mij: waar, in welk ver domein
is Dik Trom,die van groot gewicht was:
Pietje Bel, die er ook mocht zijn;
Donald Duck, die als oom te licht was.
Sjors, die met spijt verplicht was
te zien dat Sjimmie zwart als teer
bij de meisjes veel meer in zicht was.
En waar is het kind van weleer?

Kap’tein Rob, zeg ons waar is hij,
deze zeerob, die nooit het land had?
Ollie B., die in onheilstij
met Tom Poes steeds ‘n sterke band had.
En Paulus, die in ‘t bos een pand had;
de boze wolf die steeds maar weer
de drie biggen haast in zijn hand had.
En waar is het kind van weleer?

En Sneeuwwitje, die blank als ijs
zeven dwergen alom bekoord heeft.
Waar is Holle Bolle Gijs,
die van lijnen nog nooit gehoord heeft.
Het eendje dat als zwaantje voortleeft;
Moeder de Gans, die keer op keer
naar ‘n welluidend slotakkoord streeft.
En waar is het kind van weleer?

Envooi

Toe, zeg mij toch waar deze schare
gebleven is als ik beweer,
dat ze voor mij echt helden waren .
Ach, waar is het kind van weleer?

Tinus Derks