Tinus Derks

Ik wil naar Rome om de paus te zien
en vraag mij af hoe of ik daar kan komen.
Sinds jaar en dag weet elke boerentrien:
De wegen leiden allemaal naar Rome.

Dus geen probleem aangaande de voyage.
Dan vraag ik aan mezelf: Maar welk vervoer
zal ik verkiezen voor die pelgrimage?
Het antwoord vinden is een helse toer.

Een voetreis ligt misschien wel voor de hand,
maar wandelen heeft praktische bezwaren:
Op nachtrust ben ik altijd zeer gebrand,
om maar te zwijgen over alle blaren.

Een wekenlange voettocht, ja, hallo!.
Zo’n barre tocht zal mijn gezondheid slopen.
Dus pak ik noodgedwongen mijn Peugeot:
Wie rijden kan is gek als hij gaat lopen.

Tinus Derks, oktober 2021

1.
Gekken en dwazen
schrijven hun namen op ramen en glazen.
Verzen op pleinen en op straten
zijn het product van dichtfanaten (m/v).
2.
Wiens (m/v) poëzie op asfalt staat
is jarenlang niet van de straat.
3.
Dichten is voor dichteressen(m/v)
lust noch last, doch Gefundenes Fressen.
4.
Mensenkind (m/v), maak van de Aarde
toch niet een monster zonder waarde.
5.
Het wezen van een berg is fijn,
dat is volledig berg te zijn.
En niet bijvoorbeeld als de mens (m/v)
te tornen aan haast elke grens.

Tinus Derks

Alle soorten kan ik verdragen,
benevelde babyboomers,
conspiratieve complottisten,
deerniswekkende donderstenen,
filantropische financiers,
glibberige glyfosaters,
jezuïtische jaknikkers,
hedonistische hekkensluiters,
koeogige kunstliefhebbers,
lispelende leveranciers.
messianistische mannetjesputters,
nagelbijtende nationalisten,
populistische patjepeeërs,
quasi-beleefde Qanonisten,
rozenvingerige romantici,
snelvoetige sympathisanten,
tenenkrommende toonzetters,
vaderlandslievende veterstrikkers,
wijsneuzige wetenschappers,
xenofobe xylofonisten,
zenuwslopende zedenmeesters.
Daar ben ik werkelijk hard in.

Maar een dichter die zich een God
waant in het diepst van zijn
gedachten en een andere die God
in zijn hersenen droomt, nee.

Tinus Derks
Met dank aan Rutger Kopland.

Un jour pendant la pandémie
un rat croisa une souris.
Sans hésiter il l’invita
à joindre le parti des rats.
“On va”, dit il en souriant,
“tous au centre-ville en criant,
que nous devons finir sous peu
confinement et couvre-feu”.
La petite souris toute honorée
se mit en route pour la tournée.
Se croyant sauve en compagnie
elle imitait ses chers amis,
hurlait tout en lançant des pierres,
se croyait rat sur pied de guerre.
Mais la police, peuplée de chats,
voyant la taille de ces rats,
se rua vite et sans merci
sur la souris.
La pauvre fut, au nom du roi,
mangée par le plus grand des chats.

Les souris jouant au rat
finissent sans pardon
à tort ou à raison
dansl’estomac
d’un vilain chat.

Deze fabel is het winnende gedicht van een gedichtenwedstrijd, uitgeschreven door de Alliance Française Twente n.a.v. de 400-ste geboortedag van Jean de la Fontaine. De opdracht was een gedicht te schrijven à De la Fontaine over een actueel onderwerp. Korte samenvatting van de inhoud: Een rat nodigt een muisje uit om met andere ratten mee te doen aan een demonstratie tegen de coronamaatregelen. Het muisje is zeer vereerd en demonstreert fanatiek mee met de ratten, maar als de politie (katten) een eind wil maken aan de demonstratie, wordt het als eerste te pakken genomen en opgevreten door de grootste kat.

Tinus Derks

Kom, mijn lief,
kom met me mee
naar waar het leven,
mijn leven met jou,
jouw leven met mij
bestaat uit regelmaat,
uit rust en zinnelust,
en waar het gelaat
van schoonheid, als
in een droom, nog
gaaf is als een steen.

Kom, mijn lief,
kom met me mee
naar waar verlichte
waters het volledig leven
tot uitdrukking brengen,
waar westerse weelde
van weerloze waarde is,
en waar de albatros
onbespot en majesteitelijk
door het zwerk zweeft.

Kom, mijn lief,
kom met me mee
naar het land ver van hier,
waar het hemeldeksel
je schedeldak ontziet,
en waar de vliegengod
-ik noem hem beëlzebub-
geen bergen meer bederft.

Tinus Derks