Sieth Delhaas

Steeds slipt jouw naam over mijn lippen
in het rijtje dat mijn aandacht vraagt
die dag – wat wil je ook na vier decennia –

eerst merkte ik het niet
daarna corrigeerde ik mezelf
vanochtend liet ik het
wetend van het slijten

wat blijven mag
het zaaien van radijs, dat
zich na zoveel dagen toont als een gebed

wat blijven mag de van levensvreugde
doortintelde ontvangst belicht door
warme herfstzonstralen

wat blijven mag de nagalm van
de klanken uit jouw kamer
als was je de enige bewoonster

zo zat je daar
die lange gang
bezwangerd van wat jou vervulde

je kwetsbaar scheefgegroeide lijfje gehuld
in een van je kokette kleedjes
zo passend bij het chique onderkomen

koningin van het leven vastbesloten
ook de laatste jaren van jouw eeuw
als gift te vieren

en hoe ik zelf – op een middag –
zoekend naar een mailadres – ja, excusez –
langzaam en lettertje voor lettertje het jouwe wiste

Sieth Delhaas, mei 2020

Een moeder en haar tienerdochter
passeren
pink aan pink
innig
vluchtig
vast
Zou dat lopen van die twee
verwant zijn aan Corona?

vanaf mijn bankje
blik op de IJssel
ongenaakbaar zilver lint
eindeloos blauwe hemel

zegt een vader
fiets aan de hand
tegen zijn zoontje
steppend om
z’n trappers te vangen:
‘dat is wat je ruikt: water’
Zou dat spreken van die twee
verwant zijn aan Corona?

Sieth Delhaas

In de donkere Corona-nacht sta ik
voor het raam
mijn straat als uitgestorven
geen aangeschoten jongeren die

– gewoonlijk rond de klok van vijf –
luidruchtig van de Brink mijn straat
door slingeren
bewoners wakker schuddend
hun beschonken stemmen stuiterend
tegen de hoge gevels van mijn oude Postkantoor
bij lange na niet bij de tijd
van de naakt geworden straten.

Sieth Delhaas
maart 2020

Bouwers en baggeraars
krijgen wat lucht
meer Pfas erg? men
weet het niet het geheel
bijkans een klucht

Zes miljoen zwijnen in
noord-brabants’ mega
stallen vol leven ter
voorbereiding op de dood
eet ze!

Varkenspoten
varkensoren
varkensbloed
economisch stevig
het gaat goed!

Pot verwijt de ketel
over zwart
boeren baren stikstof
tevergeefs beraad
trekkers braken kwaad

919.000 runderen in het
groene gelderland
stront stroomt net niet
door de straat bij de
burger wel de neus uit

Afrikaanse varkenspest
in Azië haasje over van het
ene naar het andere
continent banken bovenmate
content

Koe en varken beiden
moeten wijken voor de geit
omdat de laatste
– ’t is bewezen –
schoner schijt

Sieth Delhaas,
december 2019

Het is de vraag of ik zo popiejopie ben als ik
zelf wel denk. Het is de vraag of op mijn uitvaart er
meer dan een derde op zal komen dagen van die lange
lijst adressen die te wachten ligt op het moment suprême.

‘t Is trouwens zelfs de vraag of ieder van dat derde deel
de reis naar het natuurgraf in de bossen wel wil maken
of dat hij/zij er niets voor voelt door opgewaaide bladerhopen
heen te waden achter mijn kist, intussen verstolen mompelend

over die rijke stinkerd, die ‘t zo hoog heeft in haar ecobol
dat ze haar pecunia eerder besteedt aan ’t eigen graf
dan aan de zielenpoten die dagdagelijks bij
voedselbanken hun kostje samen moeten rapen.

Niet kan ik laten me af te vragen wat er gedacht zal worden
op het moment dat mijn geestloos lijf via een met de hand
bediend katrol onder de ogen van de mij toegedane vrienden
langzaam in de o zo schone grond verdwijnt.

Wat gaat er om in al die meest toch lieve zielen die
zelf al aardig krom en hoogbejaard daar op de rand de eigen
toekomst onder ogen moeten zien, wachtend het moment dat
schopjes rulle aarde me langzaam aan hun oog onttrekken:

dat ik zo vaak de plank missloeg? mijn ongelijk betwistte? of
hartverscheurend volhield dat zìj de spijker volkomen mistten?
Het zijn vragen die de eeuwigheid zeker niet halen,
maar zielloos dralen waarop geen antwoord te verwachten is.

Sieth Delhaas
november 2019