Sieth Delhaas

Haastig een woord
dat bij een moeder hoort

hoe vaak heeft zij zich niet
vliegende keep gevoeld
van boterhammen smeren
naar haren vlechten
knopen vast
gulp dicht

krijgt ze de vermaning
haastige spoed
minder goed

weer zo’n regel
op betuttelende toon

Moeder, heb je ’t wel gehoord?
Knoop het in je oor
of beter nog
zeg het vooral niet voort

Sieth Delhaas, mei 2024

Twee ruggen lopen weg
uit een wereld die het
gewoon niet hebben
kan dat die twee
genoeg aan elkaars
handen hebben en
met stappen zo groot
als reuzen
zich verwijderen
uit de wereld die
zij te lang
hebben gedoogd

Vingers ineen gevouwen
blijvend in de wolken

Sieth Delhaas, april 2024

Verwachting
Reuze dozen, pakken, juten zakken
wekenlang door straten en stegen versleept:
’t naakte begeren heeft miljoenen te pakken.
Durft niemand die koorts aan haar laars te lappen?
Ster in den hoge buitengemeen opgescheept.

Aards
Mijn nw-stokken al maanden smachtend naar
een trip langs de overvolle rivier
kregen vandaag hun zin. Ik gaf hen waar
voor hun geld. Genoten van golven, maar
zon en storm perfectioneerden ons plezier.

Sieth Delhaas, december 2023

Oh mijn dierbare Gezelle
wist wel dat je priester was
dat je zo goed kon vertelle,
nee, maar ‘k leerde het alras

Dat je liever in de hemel woonde
dan op dees boos aard,
wist ik ook niet, maar ik leerde ‘t
uit je versjes en je overtuigde
vrienden in je vaart.

Hopend eens de taal te spreken
van der eng’len tong
werd jouw slaap allengs
doorslopen door woorden
die jouw herte zong
oh, te zweven op die hoogte
en daar eeuwiglijk te woon…

Als de ziele luistert
hoort zij al te graag
wat een engel fluistert
in ’t nachtlijke vaag.
Zie jij door je dromen
wat jij horen wil
of wordt zo jouw ziele
door ’t verlangen stil?

Op je eigen wijze
vocht je met hand en tand
tegen wat je ziel verscheurde
de verfransing van je land
je liet je jongens woordjes zoeken
nieuw geboren in hun Belgisch schoon
want je taal mocht niet verloren
jij vond er je woon.

Sieth Delhaas, november 2023

Te worden als

Op de schemerige zolder van
de oude bieb
schuilt het begin van mijn verlangen

te worden als Ida en Marie die
met nieuwe eigen woorden
oude psalmen
eigenwijs vertaalden

op die zolder aan de Brink deelde ik
voor ‘t eerst de specifieke spot van
Wislawa Symborska die ze dreef
met de maten van het Pools regiem

op mijn reis tussen de ruzies
over het Iraanse Kernprogram zag ik
vastberaden dichters rond de tombe van Hafez
die zijn volk al zeven eeuwen inspireert

en thuis – altijd op de achtergrond –
de zeven-en-twintig liefdesliedjes van Judith
met steeds weer haar excuus
‘als je zoveel om iemand gaf…’

het kop’ren jubileum is gehaald
het dichten nog niet af.

Sieth Delhaas, oktober 2023