Pieter Bas Kempe

LA MUSIQUE

La musique souvent me prend comme une mer!
Vers ma pâle étoile,
Sous un plafond de brume ou dans un vaste éther,
Je mets à la voile;
La poitrine en avant et les poumons gonflés
Comme de la toile
J’escalade le dos des flots amoncelés
Que la nuit me voile;
Je sens vibrer en moi toutes les passions
D’un vaisseau qui souffre;
Le bon vent, la tempête et ses convulsions
Sur l’immense gouffre
Me bercent – D’autres fois, calme plat, grand miroir
De mon désespoir!

Charles Baudelaire (1821 – 1867)

DE MUZIEK

Vaak vangt mij de muziek, zoals het zilt der zee!
Maar mijn ster, mijn ijle,
Onder nevelgewelf, onder hemelsblauw breed,
Hijs ik hoog de zeilen;
Met borst vooruit en met de longen vol van wind
Zoals bolstaand linnen
Ga ik het nachtversluierde golvengebint
Voet voor voet beklimmen;
Hartstocht voel ik in mijn eigen zeegang trillen
Van een schip gepijnigd;
Welgemoede bries, en storm vol stuip, kramp, grillen,
Doen mij wiegen deinen
Aan de afgrond, – Andermaal, spiegel glad en groot
Van mijn wanhoopsnood!

Vertaald uit het Frans door Pieter Bas Kempe

(Petrus Datheen, of Pieter Daets, 1531 – 1588,
predikend ijveraar voor de Hervorming uit Frans-Vlaanderen, wiens berijmingen altijd nog in kleine Zeeuwse gezindten worden gezongen.

De Nood-Oost-Poolse stad Frombork was woon -, werk, sterf – en begraafplek (1543) van Mikolaj Kopernik, oftewel Copernicus: hij ontwikkelde het wereldbeeld waarin de aarde om de zon draait, strijdig met de kerkleer uit die tijd.

Willem Barnard, 1920 -2010, godgeleerde, predikant in verscheidene Hervormde genootschappen, psalmberijmer, en onder zijn schuilnaam Guillaume van der Graft een vrijzinnig dichter. Met vijf anderen werkte hij jarenlang in Gelderland onder de groepsnaam ‘’Het Landvolk” aan het “Liedboek voor de kerken’’.)

Lang stonden zij in hun koesterkelder,
verbannen: al te hunkerend waren
deze karakterkoppen, het Pressburg
in de Maria – Theresia-tijd
niet besteed aan hun hoofdkwartier. Vol

verlangen wachtten de negen-en-zestig
van beeldhouwer Franz Xaver Messerschmidt
op hun bevrijding…in Bratislava,

nieuw land nieuwe kansen, woeien deuren
voor hen open, stak de Slowaakse
Nationale Galerij hen bij elkaar
op een ereplaats voor deze fanfare
van honger en dorst naar aanraking –

vel en bol en lijf, zij schreeuwen zich uit!

(aan deze Beiers-Habsburgse uitbeelder
van het gevoel, 1736 – 1783)

P.B. Kempe, december 2020

‘’ (…) GODS BARMHARTIGHEID REIKT VERDER DAN ZIJN WET.’’

(M. Nijhoff, Het Veer)

I – De Zekere
Wilhelmus: ook met zijn Duitschen bloed
botste zijn ark der weinigen. Recht door zee,
de rode des Tachtigjarigen Krijgs,
koersten mijn psalmen, tegen de wanden weergalmend
van wijkend water. Het beloofde land
week mee, almaar oostwaarts: Hondschoote, Gent,
Emden, Elblag – waar ik begraven lig, nabij
die godverlaten zonaanbidder van Frombork!
Maar Petrus Datheen, ter hagenpreek beroepen,
zal heerlijk, van Zonnemaire tot Dreischor,
In stroeve Zeeuwse verzenzang herrijzen….

II – De Weifelende
Guillaume, Willem voor zijn vrienden: met velen zijn zij,
wanneer ik mijn woordketting vier en span, mij de ark
op de zalige Rijn en IJssel bij Oosterbeek
psalmzingen doet van Onzalige Bossen, of
droomopwaarts van Ellecom, Rozendaal….
Dit oude land
van altijd groene graften, deze bouwerij
in rekkelijke vrede: is er op aarde
meer benodigd voor het dichten om de zon?

P.B. Kempe, december 2020

Bier is het leven – water om zich mee te wassen
(vrij naar een Frans gezegde)

Vanaf een Brabants terras, nauwkeuriger
dat van de uitspanning “Het Pannehuske’’
in de bossen bij Achtmaal, buiten Zundert,

zien hoe een ruiter, juist zijn paard ontstegen,
de herberg verlaat met Westmalle Dubbel
in tweevoud – voor zichzelf en zijn edel dier.

Beiden lijkt de Trappist wel te bekomen:
zie hen gaan, likkebaarden d voort op de zandweg,

terwijl de dichter de dag en haar Dubbel
plukt – net als haar juist ontstane gedicht,
geenszins voortbrengsel van een waterdrinker…

P.B. Kempe, oktober 2020