Pieter Bas Kempe

Aus den Gärten komm’ ich zu euch, ihr Söhne des Berges!
Aus den Gärten, da lebt die Natur geduldig und häuslich,
Pflegend und wieder gepflegt mit dem fleissigen
                    Menschen zusammen.
Aber ihr, ihr Herrlichen! steht wie ein Volk
                    von Titanen
In der zahmeren Welt und gehört nur euch und dem Himmel,
Der euch nährt’ und erzog und der Erde, die euch geboren,
Keiner von euch ist noch in die Schule der Menschen
                    gegangen,
Und ihr drängt euch fröhlich und frei, aus der
                    kräftigen Wurzel,
Unter einander herauf und ergreift, wie der Adler
                    die Beute,
Mit gewaltigem Arme den Raum, und gegen die Wolken
Ist euch heiter und gross die sonnige Krone gerichtet.
Eine Welt is jeder von euch, wie die Sterne des Himmels
Lebt ihr, jeder ein Gott, in freiem Bunde zusammen,
Konnt’ ich die Knechtschaft nur erdulden, ich neidete
                    nimmer
Diesen Wald und schmiegte mich gern ans gesellige Leben,
Fesselte nur nicht mehr ans gesellige Leben
                    das Herz mich
Das von Liebe nicht lässt, wie gern würd’ ich
                    unter euch wohnen!

Friedrich Hölderlin

De eiken

Uit de tuinen kom ik tot u, gij zonen van bergen!
Uit de tuinen waar leeft de natuur geduldig en huis’lijk,
Koest’rend en zelve gekoesterd met nijvere mensen
                    te zamen.
Maar gij, gij Heerlijken!, staat als een volk van titanen
In de getemde wereld, behoort aan u zelf en de hemel,
Die u voedde en grootbracht, en d’aarde waaruit u geboren.
Geen van u begaf zich ooit in de school van de mensen,
Gij verdringt u vrolijk en vrij, uit de krachtige wortel,
Rijst omhoog en grijpt, als een adelaar doet met zijn prooi,
Met uw machtige armen de ruimte; en naar de wolken
Zijn, groot en opgewekt, al uw zonnige kronen gericht.
Ieder van u is een wereld, u leeft als de hemelse
Sterren, ieder een god, als vrije verbondenen samen.
Kon ik het knechtschap verdragen, ik zou dit woud
Nimmer benijden, graag lag ik aan het genoeglijke leven,
Bond aan ’t genoeglijke leven toch niet mijn hart zich,
Dat van de liefde niet laat, hoe graag zou ik
                    onder u wonen!

Vertaling:

P.B. Kempe

Het vale geel van Lemberik, stad op zovele heuvels,
Geeft aan Leipolis een bronzen klokkentoon mee, hoorbaar
In ‘ klingelen van ’t herkenningswijsje:

Lemberg, L’viv, L’vov, Lwów.

Hellingen in vlakten vol onkruid, ontelbaar als de angst.
De trambaan eindigt voor tot op de draad versleten deuren.

(de Midden-Europese geboortestad van de Poolse dichter (1945) draagt een Jiddische, Latijnse, Duitse, Oekraïnse, Russische en Poolse naam)

P.B. Kempe, maart 2022

Geen dénken was er nog aan twee-en-dertig jaar
bisdom bij de IJssel anno zestiende eeuw,
of Papenblikstraat, Papenstraat anno heden,

toen uitvoer van Thingor op IJslands rede
abt Nikulas Bergsson, zijn schip zette koers naar
Bergen, vervolgens Alborg – voort ging hij te voet
Door Stothbòrg bij de Elbe, op Hannover aan,

tot hij kort daarvóór, midden in zijn twaalfde eeuw,
de wegwijzer aantrof die hem zuidwaarts deed gaan:
“Rom och Ierusalem”.

                      Westwaarts zond hij een groet
naar de ander wijzer met Oud-Noorse tekst
die hem lokte: “Frijsland, til Deventer och Trekt” –

maar op zijn thuistocht uit het beloofde land
is hij evenmin tot het Over-Sticht gekomen,
zo men lezen kan in het dagboek dat zijn hand
ingegeven kreeg door zijn dolen alsook dromen…

P.B. KEMPE, september 2019

IZGEN HUDICA


V antikvarjatu kupil zele stare kajigo,
v njej nasel recept za isgon hudica, potem
nabavil zabe, lase stark, zivalske oci,
svinec, suhe korenine Mrkaca in se nekaj
nujnih stvari, zmesal in skuhai, kot je treba,
se namasal pod pazduho, po stegnih,
posprical stene stanovanju, zaradi tega
hud prepir z zensko, potem ona v besu
zapusti stanovanje.

DUIVELUITDRIJVING

Antiquarisch gekocht een zeer oud boek,
waarin een recept voor duiveluitdrijving, waarna
kikkers aangeschaft, oudevrouwenhaar, ogen van dieren,
lood, gedroogde alruinwortel enzovoort,
die dingen gemengd gekookt zolang nodig,
ermee ingesmeerd oksels en dijen,
de wanden der woning ondergesproeid, reden waarom
ik heibel met mijn vrouw kreeg, waarna zij
de woning woedend verliet.

Alojz Ihan (1961)
Uit zijn “Hedendaagse fabels’’
(vertaald uit het Sloveens door P. B. Kempe)

N.B. De Sloveense leestekens kunnen niet worden weergegeven boven nasel, hudica, zabe, zivalske,oci, Mrkaca, zmesal, posprical en zensko.

GRONDTEKST

(zeer vrij naar Nâzim Hikmet, 1902 – 1963 en Georges Perec, 1936 – 1982)

Ik en onze buurtkruidenier,
onze straat overstekend na twee koffie,
zijn anderen die steken anders over een andere straat
na twee wijn.

P.B. Kempe, augustus 2021

FRACTION

Le lointain est moins distant que le sol, le lit
mordant de l’air,
où tu t’arrêtes, comme une
herse, sur la terre rougeoyante.

Je reste au-dessus de l’herbe, dans l’air aveuglant.

Le sol fait sans cesse irruption vers nous
sans que je me m’éloigne
du jour.

André du Bouchet (1924 – 2001)
(vertaald uit het Frans door P.B. Kempe)

BREUK

Het verschiet is minder veraf dan de grond, het bijtend
bed van de lucht,
waar jij blijft staan, als een
eg, op de roodgloeiende aarde.

Ik blijf boven het gras, in de verblindende lucht.

De grond doet onophoudelijk inbreuk op ons,
zonder dat ik mij verwijder
van de dag.