Pieter Bas Kempe

in een driedubbele limerick

i.
Drie wijzen trokken door Diepenveen,
zIj waren moe en vel over been,
Ootmoediglijk offerden zij
mirr’, wierook ende goud op rij,
en offreerden hun lastdier een peen.

II
Een os en een ezel in Eefde
Bestampten de stal tot die beefde.
Van de herrie werd naar
heel de engelenschaar,
zodat die naar Deventer zweefde.

III
De herdertjes lagen bij Epse,
maar werden gestoken door wepsen.
“Dit is niet hun seizoen!
Waar toch blijft het fatsoen?”
riepen zij – ‘’kom, opstaan, en mep ze!”

P.B. Kempe, december 2022

Het Onland

Terwijl wij wachtten
speelde zich een schaakprobleem
af tot geklopt werd

Eénmaal hoorden wij
meerduidige sleutel om-
draaien in éen deur

Oktobergebroed
met een bovenwindse blik
liet het slot rondgaan

Verbinden
konden wij
niets met niets

(100 jaar geleden, op 15 oktober 1922, verscheen The Waste Land van T.S. Eliot)

P.B. Kempe

Toen de barbier zijn langste tijd had gehad
onder het zwingelrégime van de bascuul
werd hem het door de barbier gegeven gat
geboden: de bascuul ging kort op een kier
en hem, als eerste het slechtste crapuul,
zond men kuieren, per kuieren, van hier.

P.B. Kempe, oktober 2022

Gently I wave the visible world away,
Far off, I hear a roar, afar yet near,
Far off and strange, a voice is in my ear,
And is the voice my own? The words I say
Fall strangely, like a dream, across the day;
And the dim sunshine is a dream, How clear,
New as the world to lovers’ eyes, appear
The men and women passing on their way!

The world is very fair, the hours are all
Linkes in a dance of mere forgetfulness,
I am at peace with God and man. O glide,
Sands of the hour-glass that I count not, fall
Serenely: scarce I feel your soft caress,
Rocked on this dreamy and indifferent tide.

Arthur Symons (1865 – 1945)
Vertaling: P.B. Kempe

De absinth-drinker

Ik wuif de wereld voor mijn ogen weg.
Een razen hoor ik, ver maar toch nabij:
Een vreemde stem – en is die stem van mij? –
Klinkt in mijn oor; de woorden die ik zeg
Vallen als vreemde dromen door de dag;
Het vage zonlicht is een droom, Fraai zijn
De mannen, vrouwen die mij gaan voorbij,
Alsof het pril-verliefde oog hen zag!

Schoon is de wereld, Uren zonder tal
Gaan dansend samen in vergetelmaat,
Ik ben verzoend met God en mens, O val
Gerust, zandloperkorrels die ik niet
Meer tel: nog zacht word ik door u geraakt,
Op dit roerloze droomgetij gewiegd.

Zonder onze dichtersavond
is het dinsdag niets gedaan.
Ook de maand er aan voorafgaand
zou je liever overslaan
als je niet voor dinsdagavond
uit wat allemaal gebeurt,
uit die puinhoop, schurend, schavend
een paar regels schoonheid peurt.

Want de chaos is gigantisch,
’t leven briest en beukt, loopt storm,
alles wat er aan de hand is
schreeuwt luid om een vorm van vorm.
Je weet niet waar je moet beginnen,
wat je aan zo’n maandje hebt,
tot je met wat rake zinnen
stilte in de herrie schept.

om je vrienden voor te leggen
op de dinsdagavondnacht;
om met weinig veel te zeggen
heb ik dit aldus bedacht.
Zo wordt dinsdagavond dichtersavond
waar het heel de maand om gaat:
ons aan bier en dichtkunst lavend
vieren hoe het leven staat.

Dagen laten zich niet raden,
Ongewis hoe dingen gaan,
maar dinsdag maakt ons chocolade
van dit hachelijk bestaan.

Tekst en muziek Huub van de r Lubbe & Concordia, Februari 2004; bewerking P.B. Kempe, april 2022