Pieter Bas Kempe

E ci trascina indietro, al fresco,
all’arso tempo, al tempo vano,
assordato dalle vane feste
dell’umile gente, al tempo umano,
al tempo allegramente terrestre,
al tempo che vive il suo incanto,
con le rodini, nel solatio
paese padano, nel fianco
dei freschi colli, e chi di schianto
voi volgete, rondini, all’addio.

Pier Paolo Pasolini (1922 – 1975)
(uit “L’umile Italia”, 1954)

En het sleurt ons achterwaarts, in de vroegte,
in de verkoolde, in de ijdele tijd,
verdoofd met de ijdele feesten van
de nederige mens in mensentijd,
in de tijd van het opgewekt aardse,
in de tijd levend met zijn zonnelied,
met zijn zwaluwen, boven betoverde
Po-vlakte, boven frisgroene flanken
van hellingen, die jullie, zwaluwen,
toekeert loom jullie vleugelslag, ten afscheid.

(vertaald uit het Italiaans door P.B. Kempe,
uit “Nederig Italië”)

Hun diepe slaap

Toen ik gisteren in slaap viel
In de nacht van Sint-Jan
Was er vreugde en leven
Geknal van bommetjes Bengaals vuur
Gepraat gezang en gelach
Rondom de laaiende vuren.

Midden in de nacht werd ik wakker
Ik hoorde nergens meer praten of lachen
Alleen ballonnen
Dwaalden voorbij
In diepe stilte
Alleen zo af en toe
Het lawaai van een tram
Spietste de stilte
Als een tunnel.
Waar waren degenen die zojuist nog
Dansten
Zongen
En lachten
Rondom de laaiende vuren?

– Zij allen sliepen
Zij allen lagen
Sliepen
Hun diepe slaap.

Toen ik zes jaar oud was
Kon ik niet zien het slot aan het feest van Sint-Jan
Omdat ik in slaap viel
Vandaag hoor ik nergens meer praten die tijd
Mijn grootmoeder
Mijn grootvader
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Waar zijn zij allemaal?

– Zij allen slapen
Zij allen liggen
Slapen
Hun diepe slaap.

Manuel Bandeira

Vertaling:
P.B. Kempe
(uit het Braziliaans-Portugees)

Profundamente

Quando ontem adormeci
Na noite de São Jão
Havia alegria e rumor
Estrondos de bombas luzes de Bengala
Vozes cantigas e risos
Ao pé das fogueiras acesas.

No meio da noite despertei
Não ouvi mais vozes nem risos
Apenas balões
Passavam errantes
Silenciosamente
Apenas de vez em quando
O ruído de um bonde
Cortava o silêncio
Como un túnel.
Onde estavam os que há pouco
Dançavam
Cantavam
E riam
Ao pé das fogueiras acesas?

– Estavam todos dormindo
Estavam todos deitados
Dormindo
Profundamente.

Quando eu tinha seis anos
Não pude ver o fim da festa de São Jão
Porque adormeci
Hoje não ouço mais as vozes daquêle tempo
Minha avó
Meu avó
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Onde estão todos êles?

– Estão todos dormindo
Estão todos deitados
Dormindo
Profundamente.

Manuel Bandeira (1886 -1968)

Tema e voltas

Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se nos céus há o lento
Deslizar da noite?


Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se lá fora o vento
É um canto na noite?

Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se agora, ao relento
Cheira a flor da noite?

Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se o meu pensamento
É livre la noite?

Manuel Bandeira (1886 – 1968)

Thema en variaties

Moet er werkelijk zijn
Zo veel lijden
Als in de lucht het glijden
Voortgaat van de nacht?

Moet er werkelijk zijn
Zo veel lijden
Als waait van alle zijden
Een lied door de nacht?

Moet er werkelijk zijn 
Zo veel lijden
Als bij dauw bloemen spreiden
Hun geur door de nacht?

Moet er werkelijk zijn
Zo veel lijden
Als mijn denken is vrij in
De wind van de nacht?


Manuel Bandeira
Vertaling:P.B. Kempe (uit het Braziliaans-Portugees)

(voor Christo & Jeanne-Claude)

Een kwetsbare schets is de karavaan
van machtige, wijze, witte steden,
dode bomen die levende zijn maar anders

worden gezien, verhullend onthullend
nomadische tenten, herinnering

aan zuilen in het Boekarest van het Westen,
triomfboog die gemartelde Atlas
en Balkankromming het vrije verleent,

zo teder als even, als tijdelijk vermag.

P.B. Kempe

Mamertus is de brandweer welgezind, o ja!
Mamertus is de brandweer welgezind:
waar hij verschijnt verdwijnt het vuur gezwind… 

Pancratius was veertien bij zijn dood, o jee!
Pancratius was veertien bij zijn dood:
dat rugnummer bracht hem ijskoude nood… 

Servatius ging henen te Mestreech, ochèrm,
Servatius ging henen te Mestreech:
vergangen was zijn tijd in ‘t wèrme leech… 

En Bonifacius kwam op ‘t schavot, o nee!
En Bonifacius kwam op ‘t schavot:
hoewel Mediterraan was kil zijn lot… 

Sophia is ons aller nachtvorstin, ave!
Sophia is ons aller nachtvorstin:
wanneer zij aftreedt mag,
wanneer zij aftreedt mag
al ons gewas de koude grond weer in!                                      

P.B. Kempe, mei 2020