Gedichten en nieuws

Nieuwe gedichten op de website

Dichters in de Zevende Hemel
hoopten op de hitte van de hel
want plots riep er een slimmerik:
‘hooggeprezen zij de limerick,
weg met al dat poëtisch gezemel’.

Een dove dichter in Deventer,
nog verlichter dan de Zevenster,
verstond ‘olijf en gin-tonic’
in plaats van ‘schrijf een limerick’,
nu hoort hij véél eloquenter.

Op Deventer gelegen aan de Styx
gelijk Gorssel rijmt doodgewoon niks
behalve die brabbelende IJssel
en wat Panta Rhei-gebreisel
liquideer dus ongerijmde limericks.

Een filosoof in de Ravenswaard
nam een stier waar voor een paard
hij acht gezichtsbedrog perspectief
en noemt elke waarheid puur fictief
tot het wezen zich aan hem openbaart.

Dick van Welzen, december 2022

1.
De vraag was waar ligt Heeten
Gisteren had ik dat nog wel geweten
Maar vandaag lijkt alles anders
Ik heet nu geloof ik Jan Sanders
En de rest? Dat ben ik ook vergeten.

2.
De grootste godgeleerde van Heerde
Was groots, zegende en oreerde
Volgens het hem van God gegeven plot
Tegen zijn dagelijks moeilijke pot
Had de hemel ook pillen naar hij beweerde.

3.
En wat zoekt de vent er
Hij kijkt, staat zijn tent er
Niet echt het gezochte onderdak
Te rood of toch digitaal ongemak
Er knelt iets in dit Dev enter.

4.
De grote opschepper van de Poggebelt
Stond als altijd van zichzelf versteld
Hij had de grootste en altijd het beste
Maar ook een buurvrouw die hem pestte
Zij vond het maar lullig met hem gesteld.

Henk van Rossum, december 2022

licht
donker
licht
een straal
twee straal
drie straal
vier straal
een zwart
twee zwart
drie zwart
vier zwart
een straal
twee straal
drie straal
vier straal
almaar door
avond nacht
ochtendgloren
een nieuwe morgen
de toren dooft zijn licht

Lies Prins, november 2022

staat langs de weg
mooi gevonden
het legt druk
op beter
terwijl jij
tegen jezelf zegt
morgen kan het nog erger zijn
zonder je land
wij hebben de dag nog
van ons
de mensen om je heen
je dak allemaal van jou
en je licht
als t donker is
je zou
kunnen weten wie je was

jij moet door je achtergrond
te verschuiven
jezelf weer vinden
door nederlands te leren
en onze cultuur

toch is jouw regel
een spaar model
t staat plezier niet in de weg
je hebt altijd nog iets bewaard
een btje bewaard
zodat je altijd kan zeggen
er is licht
de uitspraak
is een spaarlamp
laat je niet gauw leeglopen
als t weer naarder is geworden
je er toch tegenaan kan
t maakt dat je altijd
licht hebt

Jet Rotmans, november 2022

Licht
is als een gezicht
dat mijn bestaan
bevestigt

Sieth Delhaas, november 2022

Berijpte morgen
alles schittert in de zon
ook het prikkeldraad
Haiku – Marianne

Als we nu eens allemaal
alle mensen in het hele land
tegelijk een kaars opsteken
zo eentje die niet uit kan gaan

en als we deze kaars met
heel ons doen en laten
verzorgen en beschermen
hoe ver reikt dan ons licht

een zee van licht zal ontstaan
heel ver weg zal het stralen
misschien, misschien wel
verder dan de grijze oceaan

Marianne Sorgedrager, 8 januari 2021

       kannietslapen, kannietslapen
opstaan moet ik in de holle nacht
om te staren naar de sterren
       kannikszien, kannikszien
alles schittert aan de hemel
troebel staar ik door mijn telelenzen
       achterdecomputer, achterdecomputer
toets ik ‘Hanny’s voorwerp’ in
spreek het uit in ’t Engels
       zoekmachine, zoekmachine
’t is een vreemde groene blob
in een heel ver sterrenstelsel
       maarwatishet, maarwatishet?
het lijkt een gloeiend groene kikker
ergens wachtend in het universum
       omtezoenen, omtezoenen
met zijn feeërieke vindster
en haar kosmosprins te worden
       ligtemalen, ligtemalen
Hanny’s voorwerp glanst ver weg
in een licht van 100.000 jaren oud
       gaweerslapen, gaweerslapen
droom van Hanny’s voorwerp
in de dijen van het heelal

       Hanny’s voorwerp
       kannietslapen
       kannikszien
       achterdecomputer
       zoekmachine
       maarwatishet?
       omtezoenen
       ligtemalen
       gaweerslapen.

Louis Radstaak, november 2022

Toen ik wakker werd
Was ik licht geworden
Helder en gewichtloos
Zweefde ik door de ruimte

Ik zag de vertrouwde zaken
Het bed en de stoel
De kleren over de stoel
De schoenen onder de stoel

Ik keek en ze schenen me vreemd
Het bed en de stoel
De kleren over de stoel
De schoenen onder de stoel

Mensen kwamen in de kamer
Bogen over het bed
Hun ogen en woorden
Gingen door mij heen

Ik wierp een laatste blik
Het bed en de stoel
De kleren over de stoel
De schoenen onder de stoel

En ik ben weggegaan

Ger van Diepen, november 2022

Onbevangen nader ik het kruispunt.
In alle vroegte al van huis gegaan.
Wanneer ik aan de oversteek begin
wordt plots mijn blikveld uitgewist.
Een windvlaag rukt mij ruw opzij
en dringt het langzaam tot mij door
dat een razend motorvoertuig
deze argeloze fietser
op een haar na heeft gemist.

Cees Leliveld, november 2022

Na een jenevertje of tien
schept hij in dronken dromen
naast hemel, aarde, oceaan,
zichzelf een onderkomen,

waar jajem uit de kraan komt,
elk ego groot kan groeien.
Na nog een pikketanissie
ziet hij zijn zelfbeeld bloeien,

bereikt het toppunt van zijn roes
kan dan slechts Engels spreken,
richt beide ogen naar de zon
om tot zichzelf te smeken:

Let there be night.
and human right.
But first of all,
please cola-light.

Tinus Derks, november 2022

Het Grote Kerkhof werd ooit door muren omsloten
Kende vele doorgangen ook naar beide poten
Roosters in haar poorten om de duivel te weren
Kende processies om Lebuïnus te eren.

Duizenden doden liggen in lagen te rusten
Velen die er in het stadhuis hun bruiden kusten
Het Grote Kerkhof kent een heel erg rijk verleden
Dit plein bruist en is zelf nog lang niet overleden.

De schop ging er in de grond, men plaatste een fontein
Feeërieke verlichting, bomen, een prachtig plein
De Grote Kerk die met spotlights fraai is uitgelicht
Je ziet hem al van verre, het blijft ons stadsgezicht.

Fredde Förch, november 2022

er is infrarood, ultraviolet
cola light, shining bright
lichtvoetige tred

er is fonkelend, sprankelend
lumineus, er is clair obscur
lucide, gracieus

er is luchtig en vluchtig en
ondergewicht, er zijn lichtgewicht
fietsen, een light verse gedicht

zo ook lichtende goeroes
astrale gidsen, protuberansen
en bliksemflitsen

er is noorderlicht, nieuw helder
zicht, er zijn regenbogen
van mededogen

er is langzaam ontwaken
en ‘love at first sight’
but most of all please

LET THERE BE LIGHT!

Astrid Aalderink, november 2022

De zwaan is gewond; zijn rode bloed lekt
Op de pracht van zijn wezen; zijn hals nog gestrekt
In zijn uiterste pogen al huiverend, bevend,
klampt hij zich vast aan de dagen, nog levend,
met trillende keel; heft zijn hals en -zacht- zingt
dan een lied dat devoot als van engelen klinkt.
Haast klinkt het menselijk: iemand in nood
In een uiterste pogen, naar’t einde, de dood!
Zijn zang klinkt zo zacht, maar ook lief, en weemoedig,
Zijn zang zakt omlaag, stijgt dan op, oh zo droevig.

Zijn oog is al troebel, zijn lichaam wordt zwakker,
Maar steeds zingt hij nog: in het lied van de stakker
Verlaat hij zijn leven, beweegt al maar stroever:
Verlaat zijn lief water; de grazige oever;
Zijn lelies die buigen in vlagen van wind;
Hun schoonheid verdwijnt uit zijn blik: hij wordt blind
En hij huilt dan, als winden die fluisterend huilen
en weet dat hij niet voor de dood meer kan schuilen;
Zijn ziel wordt verklankt in zijn prachtige zangen,
Hij droomt nog, en staart vol van hemels verlangen,
Zijn stem klinkt nog steeds, maar is nu minder luid

Het trilt nu nog zwak, als de dood hem omsluit:
Hij omarmt heel het dier; …
              en zo slaapt dan de zwaan,
De verzachtende slaap van de dood. Hij moest gaan
En terwijl zijn zo dromerig oog zich zacht sloot
Ligt hij neer in de wind in het gras naast de sloot.
De zwaan ligt daar dood in de waaiende winden,
Het rijzende zonlicht zal hem nooit meer verblinden.

Antoine de Saint-Exupéry.

Vertaling: Niels Klinkenberg

Gedichten van St Ex in het Frans uit Du Vent, du Sable et des étoiles. 1914 – 1920

MORT DU CYGNE

Le Cygne s’est blessé, son sang rouge colore
La splendeur de son être, il se redresse encore
Et d’un effort suprême en frémissant toujours
Se rattache à la vie ; et veut vivre ses jours.
Il soulève son cou ; de sa gorge qui tremble
Il chante mais d’un chant céleste, qui ressemble
Au chant d’un homme ; il a quelque chose d’humain
C’est son dernier effort ; c’est La mort, c’est la fin !
Il vibre triste et doux, mélancolique et grave,
Il s’abaisse très bas, remonte en chant suave.
Déjà son deuil se voile et son corps s’affaiblit
Mais il chante toujours et dans tout ce qu’il dit
Soulève un grand chagrin : parce qu’il abandonne
Ses eaux qu’il aime tant ; leur rive monotone ;
Ses nénuphars penchés sous le souffle du soir.
Contemplant ces beautés qu’il ne pourra plus voir
Il pleure doucement : comme la brise pleure
Il sait bien que sa vie est à sa dernière heure ;
Et son âme s’épanche en chants harmonieux
Tandis qu’il rêve encore en regardant les cieux.
Sa voix résonne encor, mais elle est bien moins forte.
Elle vibre affaiblie ; et la mort qui l’emporte
Se resserre et l’étreint…
           Et le cygne s’endort
Dans un sommeil très doux qu’on appelle la mort
Et quand son œil rêveur se ferma sur la terre
Un long frisson passa sur la brise légère.
Le cygne s’était tu dans un accent lointain.
Et là-bas le soleil penchait à son déclin.

Antoine de Saint-Exupéry
Souvenir d’un ami

deze streep boven die andere
trekt mijn wereld verder uiteen
lokt met tinten steeds lichter
om vooral maar door te gaan

hoe ver moet ik nog dwalen
over graan en brekende golven
om mezelf en haar te vinden
zonder zicht op enig houden

of zijn het juist die wanden
staand rondom dat kleine plein
die mij dwingen omhoog te kijken
langs lijnen dicht naast elkaar

om te zoeken naar dat blauw
tussen een mist van onbehagen
vlak voor haar slanke gestalte
met mijn rug op het plaveisel

of moet ik gewoon erkennen dat
verte en tijd er niet toe doen
door anders te gaan leven en
toe te geven zonder mezelf

Maarten Douwe Bredero, november 2022

Meer gedichten lezen? Kijk aan de rechterkant in de lijst met dichters, zoek op een onderwerp of blader op datum in het archief.


Nieuws

31 oktober, Werelddag van de Stilte

Sonnet – Silence (1840)

There are some qualities some incorporate things,
That have a double life, which thus is made
A type of that twin entity which springs
From matter and light, evinced in solid and shade.
There is a two-fold Silence – sea and shore –
Body and soul. One dwells in lonely places,
Newly with grass o’ergrown; some solemn graces,
Some human memories and tearful lore,
Render him terrorless: his name’s “No More”.
He is the corporate Silence: dread him not!
No power hath he of evil in himself;
But should some urgent fate (untimely lot!)
Bring thee to meet his shadow (nameless elf,
That haunteth the lone regions where hath trod
No foot of man), commend thyself to God!

Edgar Allan Poe (1809 – 1849)
(vertaald uit het Engels door P.B. Kempe)

Sonnet – Stilte (1840)

Zekere waarden, zo erkend alom,
Leiden een daag’lijks leven dat omvat
Een tweesnijdend bestaan hetwelk ontsprong
Aan stof en licht – als geschakeerd en vast.
De Stilte kent een ziel en een lichaam,
Een kust en zee. Men doolt door ’t groen, alleen
Met plechtig mijmeren, verdriet gemeend;
Plots komt men onder ogen, zonder blaam
Of vrees, diegeen met “Nimmermeer” als naam.
Ducht die geopenbaarde Stilte niet,
Geen kwade macht verschuilt zich in haar borst!
Doch als over uw pad een schaduw schiet
Van zeek’re fee of een koboldenvorst
Uit haar door ’t mensdom onberoerd gebied,
Vertrouw uw Godheid welke alles ziet!

18 november 2022,
honderdste overlijdensdag Marcel Proust

Adagio voor Marcel Proust

Zinsneden lang, niet zelden bladzijden lang
naar eerst verloren, later hervonden tijd
was hij zoekende – bijtijds ging hij te bed
en smachtte naar de smaak die Magdalena
in muziek overdroeg als discipelin

van klankenkleur uit neo-klassieke tempel,
beknopte zinsnee voor piano en viool:
soelaas aan eindeloos wachtende biedende,
zelfs als mirredraagster avond aan avond
tegen alle verwachting in verzwonden blijft…

P.B. Kempe, oktober 2022