Gedichten en nieuws

Nieuwe gedichten op de website

Met schuine balken
bakent de zon het jaargetijde af.
Het gras geeft zich gewonnen
aan mozaïek van okergeel.
Takken ontdaan van zomerfranje
rekken zich behagelijk uit. Roeken
strijken neer, voeren gesprekken
zonder bijbedoeling.
Tussen de struiken geven spinnen
elkaar vers-geweven raadsels op.

Van overbodigheid doordrongen
trokken zich de mensen terug.
Er is nog niets kapotgegaan.
Dit is de eerste dag.

Louise Broekhuysen

Hij snijdt uit morgenrozenhout
tafels met citroenen
beplant zenuwrasterwerk
met diplomatenkoppen
vangt schuwe windvlagen
o zo voorzichtig, zo ijl

als helblauwe hemelstrepen
breekbaar als penseelstreken
koestert hij koeögige kuien
verbeeldt olifantenmutsen
sneeuwhazen reigerblikken
lichter dan lijsterstemmen

wie gaat er mee de vijverkoe bevrijden
uit de hofvijver van de taal
aloude bron waaruit alle woord
wordt aangeboord
en elke dag herboren.

Joseph Paardekooper
Deventer, 22 november 2020

bij gelegenheid van de 100ste geboortedag van Paul Rodenko op 26 november 2020

U wilde mij geheel.
Maar slechts ten dele
voldeed ik aan uw beeld
van moeder en muze.

U boorde de bronnen.
Liefde en verzen
vloeiden uit de gaten
in mijn gestel.

U dichtte mij heel.
Op mijn boetekleed vormden
de laatste druppels
een vage vlek.

Om mij te dichten
sloeg u mij lek.
U
mijn dichter.

Ger van Diepen, november 2020

Het moet iets betekenen
wanneer het nachtelijke gekraak van dakspanten
de aandacht lijkt te vragen voor het gebruikelijke
wonder van de liefde.

De duisternis draagt hiertoe bij doordat zij de
scherpste hoekigheid van mensen in hun omgang
zodanig verzacht dat hun wederzijdse gedragingen
soepel uitlopen op amoureuze routine.

Het moet iets betekenen,
maar wat?
Vraag het niet aan mij:
míjn dakspanten kraken niet
en ik slaap alleen.

Jan van Laar, november 2020

Nu wij zijn geboorte eren
vraag ik postuum twaalf Hoge Heren
wat kan Rodenko mij nog leren
terwijl ik ’t Russisch moet ontberen

Eerbiedig buig ik maar mijn hoofd
voor Hij die mij belooft
rode wijn tegen de pijn;
als dertiende in een dozijn

Wim van den Hoonaard,

Deventer, 18 november 2020

er is de laatste tijd helaas
wel erg veel wild geraas
kunt u dat niet eens stoppen,
o Vrijgevigste der bisschoppen

makkers die hun mening uiten
gaan hun boekje vaak te buiten
waardoor onbegrip lijkt te stuiten
op weer een fanatiek relaas
luisteren vindt dan vaak niet plaats

misschien kunt u ze samen doen besluiten:
meerstemmig een nieuw liedje fluiten

Wim van den Hoonaard,
Deventer, 13 november 2020

Jij monet zonder lelies, ongeverfde
wij-watervrouwen, jij-groene beek kanoot
rozeloos en snijdt alle tulpen af van tokio
tot den haag hoor ik de wijzen uit het oosten
aanwaaien, jij hurkt op kleuterknieëntaal
en telt mee – de sterreblauwste leeuwenbekken
en ik reken je tot de 50, weet van 55 slechts,
bezoek het brugloos dodenpark in die jouw geest-
gelaten zonnezomer op een simpelsteen die altijd
nog taalt naar jij-liefste wij-samen

en ween je regenmatig.

Dick van Welzen, november 2020

Ik met mijn smoel van vagebond
Van vreemdeling, gebeten hond
Mijn haren dansend in de wind
Mijn ogen kijken meestal loom
Alsof ik in mezelf wat droom
Al droom ik niet meer als een kind
Mijn handen van een duitendief
Van muzikant vol ongerief
Die zoveel onheil heeft gezien
Mijn onverzadigbare mond
Die dronk en beet, geen eten vond
Terwijl ik honger had voor tien

Ik met mijn smoel van vagebond
Van vreemdeling, gebeten hond
Van zwerver steeds op zoek naar rust
Ik met mijn huid die is geblaakt
Door elke zon is aangeraakt
En al wat rokken droeg gekust
Mijn hart dat listen heeft gesmeed
Zelf ook niet vrij van minneleed
Maar dat vergat ik in een tel
Mijn ziel verloor zijn gouden glans
En zo vervliegt mijn laatste kans
Om te ontkomen aan de hel

Ik met mijn smoel van vagebond
Van vreemdeling, gebeten hond
Ik met mijn veel te lange haar
Ik kom mijn langverwachte bron
Mijn zielsverwant mijn compagnon
Naar jou en vier je twintig jaar
En ik word dan in jouw verhaal
Je held, je lief, je prins-gemaal
Aan jou de keus wie ik zal zijn
En wij beleven ieder uur
Ons niet te blussen minnevuur
En dat zal eeuwig bij ons zijn
En wij beleven ieder uur
Ons niet te blussen minnevuur
En dat zal eeuwig bij ons zijn

Hertaling Tinus Derks

Le Métèque

Avec ma gueule de métèque
De Juif errant, de pâtre grec
Et mes cheveux aux quatre vents

Avec mes yeux tout délavés
Qui me donnent l’air de rêver
Moi qui ne rêve plus souvent
Avec mes mains de maraudeur
De musicien et de rôdeur
Qui ont pillé tant de jardins
Avec ma bouche qui a bu
Qui a embrassé et mordu
Sans jamais assouvir sa faim

Avec ma gueule de métèque
De Juif errant, de pâtre grec
De voleur et de vagabond
Avec ma peau qui s’est frottée
Au soleil de tous les étés
Et tout ce qui portait jupon
Avec mon cœur qui a su faire
Souffrir autant qu’il a souffert
Sans pour cela faire d’histoires
Avec mon âme qui n’a plus
La moindre chance de salut
Pour éviter le purgatoire

Avec ma gueule de métèque
De Juif errant, de pâtre grec
Et mes cheveux aux quatre vents
Je viendrai, ma douce captive
Mon âme sœur, ma source vive
Je viendrai boire tes vingt ans
Et je serai Prince de sang
Rêveur ou bien adolescent
Comme il te plaira de choisir
Et nous ferons de chaque jour
Toute une éternité d’amour
Que nous vivrons à en mourir
Et nous ferons de chaque jour
Toute une éternité d’amour
Que nous vivrons à en mourir

Georges Moustaki

geluiden in de straat
zeggen hoe het met je gaat
in reinheid, rust weet regel-maat
wanneer het klokje slaat
vaak heb je dikke pret
meestal moet je vroeg naar bed
waaronder soms een krokodil
met een kikker in je bil
maar dat alleen op één april
alles lijkt ook nog zo groot
leven ligt ver voor op dood
geritsel buiten doet de wind
dat went nog wel m’n kind

Wim van den Hoonaard,
Deventer, 8 november 2020

Bladeren vergelen
de enige beweging
op het uitgestrekte plein dat
zonder tafels, zonder stoelen
zonder volle glazen
zijn zin verloor

Wat valt er nog te plukken?

klapwiekend maakt een
handvol vleermuizen
zich uit de takken los
spookachtige schaduwen

hoe stijgen ze op
dwalen
verdwijnen
over een
onbevaarbare rivier

Sieth Delhaas
oktober 2020

Terug in Holland schilderden zij
“Carpe Diem” op de gevel. Oorlog
voorbij, Indië verleden tijd –
de dagen konden weer geplukt.
Had zij niet, met de kinderen,
de kampen weten te doorstaan?
Was hij niet, hinkend maar in leven
uit Birma’s hel teruggekeerd?

Maar dagen worden ingehaald
door nachten. Het dromen,
wakker schrikken. De roep
om rekenschap: wat zij aan eten
voor haar zoontjes kon bemachtigen
was aan een ander kind onthouden
dat kort daarop bezweek.Waar hij zich
bij het beulswerk aan had weten
te onttrekken werd een makker, minder
handig, diezelfde nacht fataal.

Het bootje vormde hun houvast:
de schemering in de kajuit,
de smalle houten banken, de zweepslag
van de touwen en het abrupt
bewegen om de verstarring
voor even te doorbreken.
Geen golf kon hen te hoog zijn,
geen regen te venijnig,
geen onweer te barbaars.

Op de voorsteven stond: “Obat”.
Dat is Maleis voor “medicijn”.

Louise Broekhuysen

Dagplukkers aller tijden, dat zijn toch de kinderen…
In hun spel en fantasie laten zij zich niet snel hinderen

(liedje):
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt hoera!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt hoera!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt!

Ik heb een slee wie gaat er mee
We glijden lekker naar benee
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt hoera!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt!

Ik heb een slee kom met me mee
Voordat het smelt, holadiejee!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt hoera!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt!

Wim van den Hoonaard, oktober 2020

(titel uit: As Tears Go By – The Rolling Stones)

Een loflied op de Pluk ze wetgeving

Nimmer wordt het hart des braven burgermans
meer door vreugdegolven overspoeld
als door een geslaagde actie van een arrestatieteam
een bende boeven in verzekerde bewaring wordt gesteld.

Maar het mooiste moet nog komen
wanneer hun gestolen goed of anderszins
illegaal verkregen waar ter spekking
van ’s Rijks Schatkist
in openbare verkoop aangeboden wordt.

De dure Bentley’s, de haast obscene Maserati’s,
ooit door misdaad hand bestuurd
staan nu gereed om voor een redelijke som
door een lelieblanke burger te worden ingenomen.

Ja, pluk ze! Pluk ze kaal, die dieven,
de grote jongens van de pillen en de drugs,
schud ze leeg, plunder hun witgewassen rekeningen
en breng iets van rechtvaardigheid terug.

Cees Leliveld, oktober 2020

Ik plukte de dag
sneed hem schuin af
maar vergat hem water te geven

Hij verdorde. Ik zag
dat een mens veel vermag
Doch zonder liefde geen leven

Ger van Diepen

Bier is het leven – water om zich mee te wassen
(vrij naar een Frans gezegde)

Vanaf een Brabants terras, nauwkeuriger
dat van de uitspanning “Het Pannehuske’’
in de bossen bij Achtmaal, buiten Zundert,

zien hoe een ruiter, juist zijn paard ontstegen,
de herberg verlaat met Westmalle Dubbel
in tweevoud – voor zichzelf en zijn edel dier.

Beiden lijkt de Trappist wel te bekomen:
zie hen gaan, likkebaarden d voort op de zandweg,

terwijl de dichter de dag en haar Dubbel
plukt – net als haar juist ontstane gedicht,
geenszins voortbrengsel van een waterdrinker…

P.B. Kempe, oktober 2020

Meer gedichten lezen? Kijk aan de rechterkant in de lijst met dichters, zoek op een onderwerp of blader op datum in het archief.


Nieuws

‘Mien God Martha en gieen ende’

De achterliggende periode ben ik binnen het Dichterscafé niet actief geweest. De reden hiervan is dat mijn bundel ‘Mien God Martha en gieen ende’ afgelopen week het levenslicht heeft gezien.

De bundel bevat ruim 90 kwatrijnen over diverse onderwerpen en is te verkrijgen in de boekhandels in Deventer, Bathmen, Olst, Gorssel en Twello. De prijs bedraagt € 9,95. 

Een boekpresentatie in de bibliotheek gaat vanwege Covid niet door. Als promotiemiddel verschijnt er binnenkort een filmpje van mij op You Tube.In de toekomst hoop ik weer vol enthousiasme deel te nemen aan het Dichterscafé.

Er komt bij SenS uitgeverij een nieuw boek uit van Neletta van Heuven. Strikt genomen geen gedichten, maar ze is schrijver en dichter en lid van ons Café.

De Schemermoorden.

Moorden die in de schemering blijven hangen.
Het zijn korte psychologische thrillers. Een spannend én ontspannend boek in deze tijden waarop we aan huis gebonden zijn. Natuurlijk ook een mooi Sinterklaas cadeau. Er is tot 7 december voorinschrijving en dus korting op de site van SenS: www.sensuitgevers.nl , doorklikken naar ‘boekwinkel’ en naar ‘actueel’.

De Dorpsraad Gorssel organiseert een gedichtenwedstrijd. Dichters uit de regio, de rest van het land en Vlaanderen zijn van harte uitgenodigd om een bijdrage in te zenden. Er zijn mooie prijzen te winnen: € 300,- voor de eerste prijs, € 200,- voor de tweede prijs en € 100,- voor de derde prijs.

De projectgroep ‘Gorssels Goed’ van de dorpsraad ontwikkelde eerder dit jaar twee routes voor wandelaars en fietsers. Met deze routes wordt het historische, culturele en natuurlijke erfgoed van Gorssel en Joppe aan toeristen en inwoners beter bekend gemaakt. Gorssel kent veel monumenten en is prachtig gelegen tussen de IJssel, de bossen en de heide. Ook het in het dorp gevestigde museum MORE participeerde in het project. Zie voor dit project en de routes: www.dorpsraadgorssel.nl/gorssels-goed/.

Dichters vanaf 16 jaar uit beide dorpen en de ruime regio, Nederland en Vlaanderen worden van harte uitgenodigd tot een poëtische bijdrage aan de routes. Het prijzenpakket is aantrekkelijk. Nadere informatie treft u aan op: https://dorpsraadgorssel.nl/nieuws/gedichten-wedstrijd-gorssels-goed/ en het wedstrijdreglement is daar te downloaden.

De inzenddeadline is 10 januari 2021.

Inzenden naar: info@dorpsraadgorssel.nl.

De deskundige jury gaat alle inzendingen uiteraard anoniem beoordelen. Vanwege coronatijd is het waarschijnlijk dat de prijsuitreiking helaas pas in het voorjaar van 2021 of zelfs later plaats kan vinden.

Wat erg is

Als men geen Engels kent,
Van een goede Engelse misdaadroman horen,
Die niet in het Nederlands vertaald is.

Bij hitte een glas bier zien,
Dat men niet betalen kan.

Een nieuwe gedachte hebben,
Die men niet in een Hölderlinvers kan wikkelen,
Zoals de professoren doen.

Op reis bij nacht het slaan der golven horen
En mijmeren, dat ze nooit anders doen.

Heel erg: uitgenodigd zijn,
Als thuis de kamer stiller
De koffie beter
En geen conversatie nodig is.

Het ergste:
Niet in de zomer sterven,
Als het alom licht is
En de aarde losjes voor spaden.

(door P.B. Kempe vertaald uit het Duits van
Gottfried Benn, 1886 – 1956)

Was schlimm ist

Wenn man kein Englisch kann,
Von einem guten englischen Kriminalroman zu hören
Der nicht ins Deutsche übersetzt ist.

Bei Hitze ein Bier sehen
Das man nicht bezahlen kann.

Einen neuen Gedanken haben,
Den mann nicht in einen Hökderlinvers einwickeln kann,
Wie es die Professoren tun.

Nachts auf Reisen Wellen schlagen hören
Und sich sagen, dass sie das immer tun.

Sehr schlimm: eingeladen sein,
Wenn zu Hause die Räume stiller,
Der Kaffee besser
Und keine Unterhaltung nötig ist.

Am schlimmsten:
Nicht im Sommer sterben,
Wenn alles hell ist
Und die Erde für Spaten leicht.

Zojuist verschenen:
5 euro per stuk te bestellen via: info@kopwitzutphen.nl
(exclusief portokosten)
Tevens nog beperkt leverbaar:
‘Lawaai!!’, ‘Echoo’ & ‘Zutphense wereldwonderen’
van Louis Radstaak en Pieter Bas Kempe, (eveneens 5 euro per stuk)