Reims!…

Dans la profonde nuit, Reims agonise et brûle!
La Flamme vers les cieux scintille, monte, ondule.
Guillaumme, sous le casque au panache tremblant
Farouche se délecte au spectacle sanglant.

D’un maréchal d’empire il est accompagné
Et brusquement lui dit: <Qu’avez-vous épargné?
– La Cathedrale sire. – Et l’Hôpital? – Il brûle.
– C’est fort bien, votre armée? – Ah sire… elle recule!…

< Qu’ont fait les défendeurs… ils sont morts…? – Ils ont fui!…
Hagard il se dressa dans l’effroyable nuit,
Sa lèvre se crispa, son front se fit plus pâle…!
< Vous me bombardez, demain, la Cathédrale!… >

Saint Exupéry (Fribourg, novembre 1915)

Reims!…

In het diepst van de nacht sterft de stad en Reims brandt.
De stijgende vlam golft en bliksemt het land.
Wilhelm, ge-veer-helmd, kijkt neer op de gloed
En geniet het spektakel, ’t vergieten van bloed.

De maarschalk des keizers staat bij hem en staart.
Hem vraagt hij kortaf: <Wat heeft u gespaard?
– De Kathedraal sire. – Het ziekenhuis? – Dat brandt.
– uw leger? – Ah sire… dat trekt terug uit het land!

<De vijand… gedood…? – Nee, die is gevlucht!…
Woest staat hij op, zegt met woedende zucht
Zijn lippen verstrakt, zijn gezicht wit als staal…!
<Vernietig voor mij morgen die Kathedraal!…

Saint Exupéry (Fribourg, november 1915)