Kastanjeboom

Als (toekomstig) aandenken aan de
Kastanjeboom op de Nieuwe markt.

In het holst van de stad,
waar De Viking ooit zat,
liep ik snachts in mijn eentje te dwalen.
Ik leed daar zo zeer!
Nee, ik had het niet meer,
ik liep daar echt vreeslijk te balen.

Was het liefdesverdriet
omdat jij mij verliet
daarginds aan het eind van de Graven?
Of was het slechts dat
ik mij had bezat.
In de Soos had ik mij zitten laven.

Ik was daar slechts kort,
maar die fles witte port
viel verkeerd en in plaats van verwarmen
blokkeerde de boel.
ach ik bedoel
ik kreeg ernstige last van mijn darmen.

Hoe ik huilend hier kwam
-zo zat en zo lam-
ik zou het waarlijk niet weten,
ik doolde wat rond
zeeg neer op de grond
en voelde me ernstig bescheten.

Wat moest ik toch doen?
Kon toch met fatsoen
zo door buikpijn en lijden bevangen
mij niet op het plein
ter bestrijding van pijn
voor de gevel van Eicas verhangen?

Ik keek in mijn zak
op mijn dooie gemak
vond een sleutelkoord, van fel oranje,
ik keek om me heen
-met een hart als van steen-
en zag toen terstond die kastanje.

Dat moest echt zo zijn:
daar midden op ’t plein
stond hij fier tussen auto’s te wachten
tot iemand hardop
droomt van een strop
om zo zijn groot leed te verzachten.

“Kom hier!” sprak de boom
en als in een droom
liep ik stamwaards en wilde al rijken
naar takken zo dik
waar iemand als ik
straks verlost van mijn leed hang te prijken.

Ik pakte mijn koord
en -zoals dat hoort-
klom ik op een van de daken:
de auto staat daar
als bedoeld voor mij klaar
om zo bij de tak te geraken.

Het koord om de tak,
en ik hang…, maar daar brak
eerst de tak en toen ook het koordje.
Ik viel op de grond
en een bloedende wond
besmeurde mijn hemd en mijn boordje.

Ik deed ook niets goed:
en dat addergebroed
aan mijn borst moest nog maar wat blijven
want wat u toch weet:
een droevig poëet
koestert zijn leed en blijft schrijven!

Vrij naar De Zelfmoordenaar van Piet Paaltjens.
Niels Klinkenberg, februari 2024