Niels Klinkenberg

‘t Wekelijks ritueel keert terug:
Het rondje pontje of soms brug.
De keuze – aldus uw verteller –
Hangt soms af van stappenteller
Tenzij – en dat is ongewis –
Het ding niet opgeladen is.
Dan, lopend met vertraagde pas
Eindigt op het zon-terras,
De goedbedoelde wandeltocht,
Met glazen bier of ander vocht.
Ach wandelaar, u kent dat wel:
Aan de IJssel, dat hotel
waar jij je plichten wil vergeten:
je anders zo sportief geweten
sussend met een vochtig mondje:
vandaag dan maar het varend pontje,
want waarom ander toch bewaard,
die pontjes-twintig-rittenkaart?
We moeten immers toch weer terug…
. . . .

Zondag weer een rondje brug!

Niels Klinkenberg

J’aime de nègres neufs les sombres bacchanales,
Leurs ventres plus luisants que des peaux de tambour
Et leurs ripailles quand – après trois nuits d’amour –
Leurs baisers dévorants deviennent cannibales.

L’aube étend sur le sol des ombres transversales
Et dore ce tableau d’orgie avec humour:
Un tas sombre de corps qui mouille le pourtour
D’une sueur épaisse et brune de pale ale.

Parfois le sentiment fleurit, myosotis,
Ce règne du cancer et de la syphilis,
Frais comme après minuit l’eau pure des carafes.

Et l’on voit, le matin, de grands nègres perclus
Sourire avec candeur aux négrillons joufflus,
Parmi les palmes, les agneaux et les girafes.

Antoine de St Exupéry

Liefdes.

Ik houd van bacchanalen bij stammen jonge zwarten,
Hun lijven glimmend als een trommelvel
En bij hun feest – na liefdescarrousel –
Hun hongerige kussen die kannibalen tarten.

De dageraad spreidt dwarse schaduw op de aarde
En bracht van deze orgie dit fraai beeld:
Een donkre lichaamshoop die vochtig is en streelt
en dik, bruin olieachtig zweet vergaarde.

Soms bloeit gevoel, vergeet-mij-niet,
waar anders kanker, syfilis gebiedt –
Fris, als zuiver water in karaffen.

En ’s ochtends: grote zware mannen, moe,
Ze lachen de ronde zwarte vrouwen toe,
tussen de palmen, de schapen, giraffen.

Antoine de St Exupéry
(vert. Niels Klinkenberg)

Zeeën van bloemen ver-
sieren de graven bij
ons, daar in Frankrijk, waar
-nog katholiek-

Iedere dode, met
herfsttooiversieringen
eer wordt bewezen. ‘t
is magnifiek:

Lichtjes en bloemen die
1, 2 november ge-
tuigen van vriendschap, van
eeuwige band:

Honderden kaarsen met
heiligenafbeelding
elk bij een pot met een
grote chrysant.

Ach wat een armoede:
àl mijn gestorvenen
zijn steeds verast: van een
rustplaats berooid.

Waar zet ik dán toch mijn
dodenherdenkende
plant neer? Ach, wáár werd men
toen toch verstrooid?…..

Niels Klinkenberg.

Motie, voorgesteld 26 oktober 2016 door
Cees van der Staaij

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,
overwegende:

Ik maak mij zorgen -zo
zegt van der Staaij ons laatst-
doden van mensen dat
doen wij te vroeg:

Ondraaglijk lijden en
allerbelabberste
levensvooruitzichten
zijn niet genoeg:

Nooit staat de Here toe
dat men het lijden mijdt;
immers ook Jezus, ge-
kruisigd, die leed!

En onze huidige
euthanasiepraktijk
strijdt met het Woord en de
medische eed!

Lijden is draaglijk, zo
predikt de prediker,
sterven is immers de
wil slechts van God!

Hij die dus helpt bij het
voortijdighemelen
handelt echt steeds tegen
God zijn gebod!

Sterf pas na lijden, waar
God je aan blootstelt en
waar je doorheen moet, en
zonder beklag.

Afkeuren Kamer, dat
euthanasievoorstel!
ga nu maar over op
d’Orde der dag!

Repliek:

Als er een God is, die
lijden verheerlijkt, en
die aan de mensen zijn
sterfrecht ontzegt

Zonder respect voor zijn
levensvoltooiingswens:
dergelijk Godsoordeel
acht ik echt slecht.

Uitzichtloos lijden is
nimmer een godsoordeel;
het is een lot dat je
raakt: nimmer fraai.

Medici, help mij met
levensbeeindiging
en luister niet naar die
Cees van der Staaij….

Regel slechts menslijkheid,
en de zorgvuldigheid
die zo behoort bij het
medisch gezag,

Help toch die lijdende
stervensbehoeftigen,
en ga dan over op
d’orde der dag!

Niels Klinkenberg.

Las des tristes matins où l’on tend ses bretelles
Pour un jour sans espoir, quelques os à croquer,
Un digestif poisseux au zinc du mastroquet,
Et parfois, pour vingt francs, la vieille ritournelle;

Las de traîner ses jours aux flancs d’une chamelle,
De partager sa graisse avec des freluquets,
De rêver, en serrant la nuit ce bilboquet,
A des belles-au-bois-dormant, toutes pucelles;

Las du lit nuptual, comme un vieil amiral
De la mer, et las de ce corps de carnaval
Dont un cercle de fût eût fait la jarretière,

Il rêvait comme un prisonnier au soupirail
Aux mondes inconnus caressés d’éventails
Où les princes charmants charment des bouquetières.

Antoine de Saint Exupéry

Het avontuur.

Beu van trieste morgens als hij de tassen aanlijnt
Voor een dag zonder hoop, slechts botten als voer,
Een klef glas likeur aan de bar van de wijnboer
En soms, voor tien franc, het oude refrein;

Moe van kamelen berijden, woestijn,
Zijn bed slechts delend met menige hoer,
Dromend ‘s nachts dat zij maagd was, Amour,
Als een Doornroosje, zo jong en zo rein;

Moe van het huwelijksbed, als oud kaptein
Ter zee, en het afgeleefd lijf zo vol pijn,
Gevangen in tredmolens van het traag leven,

Droomde hij, als achter een gevangenisraam
Van onbekend land waar de prinsen, voornaam,
Onder waaiers met liefjes de liefde bedreven.

St Exupéry (vert. Niels Klinkenberg)