Neletta van Heuven

Vuur zaait alom dood en verderf
Vuur vermoordt de dierenpopulatie
Vuur brandt bossen af tot aan ons erf
Vuur is nietsontziend, verleent geen gratie
Vuur verrast ons slapend in ons bed
Vuur schiet uit de mond van een kanon
Vuur is macht en internationaal aan zet
Slagvelden kleuren rood in de avondzon

maar …
Vuur heeft ook een zachte kant
Verwarmt ons als de winter komt
Zet onze harten in de liefdesbrand
Vurig kussen tot in de morgenstond
Vuur brandt schoon, geneest
Bevordert nieuwe creatie
Vuur loutert onze geest
En leidt tot transformatie

Vuur is hard én zacht
macht én kracht
legt alles in de as
maakt al wat is …
tot wat eens was

Neletta van Heuven

Ach was ik maar een boom
diep geworteld in de aarde
loom dansend op de wind
voor vogels van veel waarde
speeltje voor een klimmend kind

Ik laaf me aan de zachte regen
en voed me met aardse sappen
soms valt een storm wat tegen
‘t waarom hoef ik niet te snappen

Maar ik ben een mens onder mensen
Mijn vragen wankelen op onvaste grond
Antwoorden blijken onvervulbare wensen
Hoop lost op in het rood van de avondstond

Neletta van Heuven, februari 2022

‘Wandelen is in essentie: lopen zonder doel’
Sprak de échte wandelaar tot zijn kompaan
Zijn medeloper trok daarop een heel boos smoel
‘Wandelen zonder doel, daar vind ik juist niets aan!’

‘Dan is deze wandeling voor jou een lopend moeten,’
Stelde de expert toen vast, met een superieur gevoel
‘Nou ja, we lopen anders weer precies dezelfde route
En thuiskomen blijkt steeds ook joúw uiteindelijke doel!’

Dat bracht de échte wandelaar danig van zijn à propos
Hij was van elke wandeling steeds weer thuisgekomen
Was dát dan toch zijn doel geweest, onbewust of zo?
Ineens genoot hij niet meer van de herfst in de bomen

Bedrukt en lusteloos liep hij nu hun wandeling uit, maar…
Vlak voor hun appartementencomplex hield hij zijn pas in
En nam tot ontzetting van zijn kompaan een ferm besluit:
‘Buurman, ik wandel verder en kom nooit meer thuis!’

Toen kreeg zijn wandelen ineens weer zin …

Neletta van Heuven, oktober 2021

Advies van een straatsteen

Ben jij een vrouw, een vent
Of wat voor regenboog ook …
Steenrijk worden? Kijk omhoog
Want hier ligt geen rooie cent

Muursteen klaagt steen en been

Ik lig hier per abuis ingebakken
Tussen ordinaire straatsteen
Als voetvolk voor de mensen met
Vieze zolen en priemende hakken

Het Kinderhoofdje
Elke dag weer krijg ik op m’n kop
Niemand zegt wat ik heb misdaan
Vluchten? Ik kan geen kant meer op
Van mijn lot trekt niemand zich iets aan

De perverse steen

Ik lig hier in de loge, op de eerste rij
Genietend van de slipjes karavaan
Vele kleuren en soorten trekken aan mij voorbij
Maar deze hier heeft helemaal niks aan; niks aan!

Met dank aan Willie Alfredo

We liggen hier gezellig
En we liggen hier oké
’s Zomers bakken, ’s winters kleumen
… maar daar zitten we niet mee

Neletta van Heuven

Toen God nog in mijn hersens woonde
Schiep ik dogma’s en toffe theorieën
Toen God verhuisde naar mijn oren
Genoot ik van de mooiste melodieën

God verhuisde nogmaals, naar mijn mond
Ik ging verkondigen en werd alras bespot
Door ongelovigen, vooral in eigen land
‘Niet getreurd, dat hoort erbij,’ zei God

Toen mijn spraakwater was opgedroogd
Zeeg God naar de kamers van mijn hart
Daar klopte, gutste, leed van heel de wereld
Het werd mij zwaar te moede, zoveel smart

‘Hoe kan ik mij van U bevrijden,’ bad ik nu tot God
‘Wel, dochterlief, dat is heel simpel: wordt atheïst
Of hedonist en leef verder zonder Mij noch gebod
Maar als je sterft … weet je niet wat je dán mist!’

‘Dat is chantage!’ riep ik, ‘U, God, onwaardig.’
‘Kan wezen,’ zei Hij, ‘maar ‘t is wel de Waarheid!’
Toen gleed God via mijn voeten de aarde in
Ik keek Hem na, zonder wroeging of spijt

Terstond schoten overal witte klokjes op
Zo lieflijk, zo zuiver en zo teer, oh Heer…
Ik legde mijn oor te luister en God fluisterde
‘Lees voortaan de Van Dale, Mijn literaire Leer…’

Naschrift

Als nu het duister valt in mijn gedachten
En de wereld in haar voegen kraakt
Ga ik naar troost en inzicht smachten
En wachten tot de natuur ontwaakt
Ik ga op zoek naar lelietjes van Dalen
Naar de ongereptheid van die witte klokjes
Ik wil de onschuld van hun geur ophalen
Maar ach …
Ik tref ze aan op schrale beukengrond
De klokjes klingelen zacht en treurig
Ze kleuren rood in de vallende avondstond

Neletta van Heuven, juli 2021