Neletta van Heuven

Met lange trage vleugelslagen stijgt de vogel op
Zeearend die de IJssel voor een zee aanziet
Hij vindt het hoogste punt, de Lebuïnustoren top
Hij landt en vouwt zijn vleugels toe, kijkt rond, bespiedt

De toren is in duisternis gevat maar zelf verlicht
De vogel tilt mij uit mijn luie stoel omhoog
Het is nu hij en ik, de mensenwereld is uit zicht
Ik ben een kind dat goud vindt bij de regenboog

Neletta van Heuven

Het berken vogelhuisje in mijn achtertuin
Heeft weer een winter weten te doorstaan
Koolmezen en merels helpen overleven

Hun aanblik wekt in mij melancholieke luim
Voor vogeltjes heb ik tenminste iets gedaan
Het vogelhuisje helpt mijn geest te overleven

Ach, was de wereld maar niet groter dan mijn tuin
Dan trok ik mij van veel ellende niets meer aan
Dan rest mij slechts één taak: voldoende voedsel geven

Neletta van Heuven

Op de fiets
trap ik mij
de vrijheid in
Op de fiets
hoef ik niets
ben ik vrij
Als ik zit
zit ik altijd
ergens mee
Als ik sta
sta ik altijd
ergens voor
Als ik lig
lig ik altijd
ergens onder
Als ik loop
loop ik altijd
ergens heen
Maar als ik fiets
fiets ik altijd
nergens heen
Want op de fiets
hoef ik niets
ben ik vrij

Neletta van Heuven, maart 2023

dementie
Baron Bentinck van Schoonheeten uit Schoonheeten
Lag nachtenlang peentjes te zweten:
‘De wortels van mijn geslacht
Zijn door mijn brein ontkracht
Want ik ben mijn tweede naam voorgoed vergeten!’

altruïsme
Een superslimme kapper uit Raalte
Vond een middel voor duurzame kaalte
De mannen liepen te hoop
Kaal is stoer én goedkoop
Voor de kapper restte op den duur enkel schraalte

boerenprotest
Een getergde veeboer uit Dieren
Weigerde om gewoon Kerst te vieren
‘Ik doe nu óngewoon …
hang ballen in de boom van
Van der Wal: geroosterde ballen van mijn stieren.’

burn-out
Een uitgebluste psycholoog uit Brummen
Had als therapielijn: constant zachtjes hummen
Bij het horen van diepe pijn
Volhardde hij in deze lijn
Pleegden cliënten zelfmoord, ging hij uitbundig drummen

Neletta van Heuven, december 2022

Gijs was de kunstenaar onder de barbieren
Van heinde en verre kwamen klanten kuieren
Voor deze baardscheerder in hart en nieren
Zelf permitteerde hij zich geenszins te luieren

In dit edele ambacht waande hij zich oppermachtig
Geen moment versaagde hij of liet de teugel vieren
Hij schoor de ene baard na de andere even prachtig
Zo won hij elk jaar weer de bokaal voor barbieren

Decennia lang stond barbier Gijs met stip op één
Totdat artrose zijn rechterarm begon aan te tasten
Gijs wendde zich tot God en klaagde steen en been
Hij slikte zware medicatie, bad en ging zelfs vasten

Het wemelde van de roddels in de goegemeente:
‘Eén van de vijf is bij Gijs aan het kuieren geslagen
Straks snijdt z’n mes in m’n keel wee je gebeente
en kan men mij op een brancard bij hem wegdragen!’

Maar de geplaagde barbier gaf niet op, met vlijt
probeerde hij het scheren nog met zijn linkerarm
doch die was dun en slap door jaren werkloosheid
In een mum van tijd begon ie te trillen en werd warm

Had hij zijn krachten van den beginne maar gespreid
Als een bascule bleek het juk van armen nu onmachtig
Want de weegbalans, de hefboom was stuk tot zijn spijt
Maar ach, hij kuierde dan ook al aardig naar de tachtig

Neletta van Heuven, oktober 2022