Nele Holsheimer

hé, zachte zoete dood
nog niet, nee, kom nog niet
laat mij nog even leven 

er wonen zoveel doden in mijn hart
die ik beminde, liefhad, nooit vergat
hun handen, die mij troostten, streelden,
bemoedigden en warmte deelden 

wanneer ik niet meer
zal zijn
waar moeten zij dan
heen?  

Nele Holsheimer, november 2019

De mens is een twistzieke soort.
Zo denken de bomen, ze
ruisen en schudden hun kruinen.

De mensen, ze hakketakken
om wissewasjes,
ze schelden en schreeuwen
als krijsende meeuwen.

Schijnheilig schande roepend
elkaars duiten ontfutselen.
Schurken en schavuiten, die
scharminkels laten schermutselen.

De mens is een twistzieke soort.
Dat weten de bomen, ze
ruisen en schudden hun kruinen.

Nele Holsheimer

Deventer op stelten juli 2014

‘Welcome to the Garden of Paradise’,
Lamme van Diese verstijft, ‘word ik niet wijs?’
Is dit een droom, een visioen misschien,
zoals Johannes in zijn Openbaringen?
‘Het huis is vol met vrolijke mensen,
geen dak meer, van de muren nog slechts resten,
een vrouw slaapt in een glazen kooi.
Een hemel blauw, zo wondermooi !
Oh, Heer, daar is het zwarte beest,
het likt mijn hand, waar zijn we toch beland?
De vloeren zijn van gras, als op de weiden.
Is dit een intocht van de heiden, maar
waar is dan hun dodelijk zwaard?
Dansende mensen, zingende koren,
ben ik dan wellicht wedergeboren?’
‘Welcome to the Garden of Paradise’. (bis)

Nele Holsheimer

O,hoofd, wat doe je met de tijd?
O,tijd, wat doe je met mijn hoofd?
Een tijdreiziger is mijn geest, mijn
vingers tasten langs de groeven
van de oude tekens, die ik vond
verborgen onder gras, als
vraagtekens naar de tijd, naar dag
en nacht en het geheim van de zon;
met steen in steen geslepen,
cirkelend vanuit één middelpunt.

Dit ben ik, dit is mijn leven.
Grijs werd mijn haar op reis met
de tijd, die mijn waarneming ontglipte
in voordurende beweging.

De tijd gaat haastig voor mij uit,
Ik roep, meneer,
kunt u niet even op mij wachten?
Waarom toch die voortvluchtigheid,
hebt u geen tijd voor mijn gedachten?
Bij verveling en in slapeloze nachten
staat u bijna stil, nu lijkt u op de vlucht.
Waar gaat u heen, u sleurt mij mee.
Maak niet mijn haar nog grijzer.
Dan kijkt hij achterom en zie ik
een pendule zonder wijzer.

Nele Holsheimer

beu van geweeklaag
over schrale melk en
bittere suikerbergen
waarom die warme ronde
moederbollen verwijten

luilekkerland zoeken
en pijnigen uit wraak
met knijpers touwen
kettingen en andere
onwelvoeglijkheden

schraalheid schraler
bitterheid bitterder
oude piepende deuren
blijven wanhopig achter
bij bierschuimresten

dichters van elk geslacht
en alle leeftijden zoek
magische woorden die
zoete melk in overvloed
doen troostend stromen

strelend oorgefluister
witte zwanen druiventrossen
kussentjes als mollig mos
ik zoetelief jij hartendief
ik hartendief jij zoetelief

wie de gewiekste kiekendief

Nele Holsheimer

(met dank aan Lucebert)