Maarten Douwe Bredero

Die mensen om me heen
als decor van deze dag
kleuren deels wat ik zoek,
raken soms die ene snaar.

Van beleving onder de huid
in onbesproken verlangen naar
een tocht vol vervoering,
zonder precies een eigen doel.

Die mensen om me heen
geven silhouet boven horizon.
Die liever vlak en open
blijft tot ineens die klare klank

van stromend water onder
een ranke kiel met richting
naar een plek, stil verborgen
die verder niemand kent.

Zo iets als licht in de verte
tegen een duistere wand
Om zich te openen langs
slierten samenvallend met

rulle grond onder mijn voeten.
Warm en kriebelend tussen
de tenen terwijl het
bloed naar boven kruipt.

Maarten Douwe Bredero

Zoveel bomen zoveel appels
Het hoge gras stremt vol gezag
Nummer vier in die krans van vijf
Lukraak gevallen op een dag

Gekoesterd ben ik al die jaren
Als moeder had zij weinig gecreëerd
Toch gaf mama mij dat Arty mee
Is zij zelf als kunstenaar nog geëerd

Verder lonkt weer een volgende stek
Door avontuur alsmaar heen gezonden
Zwervend liet papa mij zoveel zien
Zijn eigen pad had hij vroeg gevonden

Heeft als kind de onschuld verloren
Minder volgzaam doet menig bekoren
Was onzeker over waardegevoel
Angst verschuift zo naar intiem gewoel

Maarten Douwe Bredero, februari 2022

uit het niets komt deze stof
om over na te denken
materie vol van leven
dat telkens maar hoger wil

alleen de ware durfals
nemen de treden omhoog
voor de grote oversteek
wandelend over water

de wilde wijk blijft achter
richting de overzijde
want daar lonkt een belofte
van samenhang en weelde

maar wandelen geeft je niets
scherpt even lijf en geest
aan het verre brugge-eind
leidt jouw pad naar beneden

Maarten Douwe Bredero

De nerf in dit tafelblad
Loopt dwars voor me langs
Volgt mijn schrift ongehinderd
En draagt steeds verse spijs
Het suizen van deze wind
Zwelt telkens uit het Noorden
Voedt mijn gemoed zo voldaan
En klaart het strand weer vrij
Zintuiglijk verkeer ik in balans
En voel nu echt om mij heen
Hoe druk ik de vreugde uit
Zonder ook maar iets te verslaan

Maarten Douwe Bredero

verlangend naar bevestiging
dat leeftijd er niet toe doet
verleidt zij die jonge gozer
en waant zich rimpelloos goed

terwijl hij in onnozelheid
zijn juf in haar wijsheid opjut
en diep tussen volle boezem
zich koestert zo wel beschut
*
in verlangen naar jaloezie
liefst midden in straatgeweld
omhelst zij die ouwe knar
en trekt zijn rollende geld

terwijl hij met haperend vlees
zijn poes al straffend regeert
en bedwelmd door zoete lach
zich nergens meer voor geneert
*
of zochten zij lang geleden
naar erkenning in werkbestaan
getraind in aanzicht van ouders
wedijverend over het gaan

terwijl wij nu samen verdeeld
onze kroost moed inspreken
en dicht schouder aan schouder
ons trots voelen bekeken

Maarten Douwe Bredero