Lucy Kortram

Overdag is mijn ik de Homo Rationalis , mijn adviseur
analyseert, structureert, toetst, concludeert
maar na een zware dag, wil mijn ik oplossen
in duisternis, een ander worden in de nacht

mijn jij ontgrendelt mijn hoofd, laat stofdeeltjes verwaaien
tot het brein ontstoft en ledig is
de rede uit kan waaien (zoals gisternacht
een zware dag lag als baksteen op mijn maag)

mijn brein is grondig opgeschoond, huid afgestroopt
nu staar ik naar mijn spiernaakt lijf
mijn alter ego staart terug: mijn jij
ik leeg mijn hart, huil, lach en snik, ik kokhals

kotst de baksteen uit, ervaar weer ruimte in mijn lijf, de
minste actie mag, mijn jij heelt mij, is kameraad en tegenspraak
is tegenhanger, tegendeel, alter ego, irrationeel
de Homo Emotionalis

maar als het ochtendgloren licht, een glans kwast op
mijn gezicht, verdwijnt mijn jij alras, de wekker gaat, een nieuwe dag en zie
mijn ik loopt weer in pas, zonder spoor van zelfbeklag word ik mijn ik
de Homo Rationalis

Lucy Kortram

ik las ze zal sterven  gaan
zag haar,  in haar kwetsbaarheid
verfijnde  humor,  creativiteit, 
in  volle glorie voor me staan

liep naar de deur,  ben weggegaan
het kan zo erg ingrijpend zijn
plots een bericht,  gedrukt zien staan
over dood die zo mistroostig  is

ik geloof niet in hel of verdoemenis, 
wordt niet beoogd met ons bestaan
maar een dichter heeft één zekerheid
het geschreven  woord blijft voortbestaan

Lucy Kortram

Thuis is hij hij, geen simpel punt op een vlak. Hij is, bestaat op het kruispunt van
zijn assen, ingekaderd door veel vlakken, neemt hij ruimte in met
klasse, gender, etniciteit, geaardheid, leeftijd, nationaliteit. Thuis is hij hij,
een veelvlak, kubus van glas, waarin zichtbaar assen elkaar omstrengelen,
concurreren, inspireren in hun kruispunt. Zijn bewustzijn, inclusief perspectief
schept denkkracht, meer-dimensioneel, weldadig, comfortabel
heel voelt hij.

In de samenleving wordt hij weggestopt in een goochelhoed
zijn assen als wegwerpgoed, achteloos gereduceerd tot enkel zwart, zijn bestaan
zo gelegitimeerd als punt. Geen veelvlak dus, geen kubus van glas, geen denkkracht
wordt hem toebedeeld, men ziet hem als een etnisch punt, een stip wellicht. Punt uit !

De samenleving denkt selectief, de tango danst men exclusief
struikelend op het hellend vlak van een plat getreden platter plat.
Cogito ergo sum, ik denk dus ik besta, maar in de samenleving
bestaat hij omdat hij zwart is, basta. Descartes 2.0?

Lucy Kortram