Louise Broekhuysen

Van wat mij verontrust
lees ik de helft,
negeer de conclusie,
sluit mijn oren voor
de stem van mijn vader
die zich na de oorlog
door geen vredesakkoord
liet bedotten: “geen volk
wil de geest terug in de fles.”

Want hardhorend of blind,
op mijn trommelvlies bonkt
meer en meer zijn gelijk,
blijkt zelfs van de fles
elk spoor te ontbreken,
herrijzen de vaandels,
is van de conclusies
de intocht ophanden –
komen wij voor het fluiten
van kogels onafwendbaar
binnen bereik.

Louise Broekhuysen, maart 2024

Heeft hij aan een vrouw gedacht
toen hij het koord op sterkte,
secuur de gordijnen sloot,
de tijgerlelie in haar smalle vaas
ten afscheid licht beroerde –

aan Rika, Betsy; aan Jacoba
met ogen bruin of hemelsblauw
die hij verhief tot sterren
aan het poëtisch fimament?

Of hoorde hij de stem vanuit
een later eeuw: “En weet je hoe?
Zijn beddekoord! Geheel in stijl!
Subliem!” Als sluitstuk, als apotheose
voor zijn lezers opgevoerd?

Werd het hem toen eerst helder:
“Er is geen weg terug, mijn werk
dwingt mij tot samenval” –
heeft hij zich nog verwonderd
over zijn ogen, droog –
zich aan de bedrand afgezet
om eenzaam te ontstijgen
aan dit tranendal?

Louise Broekhuysen, februari 2024

Wat gedacht en
misschien
uiteindelijk
gezegd maar te laat.
Waar beginnen
met verontschuldigen
voor de wolftoon
(gering, maar niet langs
te luisteren) door jou
in de ander –

spoor van nalatigheden
als stervende padden
langs de snelweg,
onbarmhartig beschenen
door de zon
van de spijt.

Louise Broekhuysen, januari 2024

Kleine ode

Bij Annie M.G. Schmidt was zo’n Quintijn
het Sintgerijmel virtuoos ontstegen.
Met humor en dat tikkeltje venijn
gaf zij zelfs kleur aan alledaags sjagrijn.
‘k Citeer graag dit (dan kan ik er weer tegen):

“Je moeder zou een Shakespeare kunnen zijn.
Ze is het niet. Dat komt door jouw gedrein.”

(uit: “Huishoudpoëzie” 1957)

Hulp

Mijn kleinzoon, in de fjorden, houdt van taal.
“Zal ik hem voor je maken, dat Quintijn?”
Hij situeert het in een ridderzaal.
Krijgshaftig; ‘k ging er graag mee aan de haal.
Maar slechts in ’t IJslands loopt het als een trein.

Louise Broekhuysen, december 2023

De voorraad meer geslonken dan gedacht.
Had de Ontwerper zich verkeken
op de proporties van het zeegedierte:
bultrug, orka, hamerhaai?
Maar Het Plan omvatte nog één vis
die tot vandaag op zijn verschijnen
had gewacht. Uitstellen? Geen denken
aan. Morgen was de zesde dag.

Het buikje kon wat afgeplat, het kopje
toegespitst – kleur was er nog
in overvloed, dus leefde Hij zich
op de vinnen uit: een feest van wuivend
blauw en groen, met hier en daar
een gouden flos. De ogen schoof Hij
wat omhoog: “Opdat jij Mij vanuit
de waat’ren onbelemmerd ziet” (zeker,
elk schepsel is de Schepper even lief
maar voor dit scharrig bloedje
bleek Hij een zwak te hebben).

Hij hield het resultaat een eindje
van zich af en was gerust: beperking
had het dier alleen maar goed gedaan.
Hij blies de adem in, gaf het een aai
over de rug, bracht met een speels
gebaar de vinnen in model en liet het
met een glimlach in de zeeën gaan.

Louise Broekhuysen, november 2023