Louise Broekhuysen

Naar hem te kijken.

Zijn universum zou ik nooit
kunnen kruisen maar hijzelf
paste altijd in mijn ogen.
Hoe hij aan tafel schoof,
zijn mes vasthield,
zijn boterham besmeerde.
Hoe hij de boeken
in zijn schooltas propte;
voor de deur stond
met zijn vrienden, wegreed
op zijn eerstverdiende scooter.

Hoe hij zijn eigen huis,
zijn eigen vrouw,
zijn eigen kinderen.
Hoe hij ouder, krommer,
langzamer en op het laatst.
Men zei hij is het al
niet meer maar ik zag
die ik altijd had gezien
en tenslotte samenviel
met alles wat ik aan hem
in mijn ogen opgeslagen had.

Louise Broekhuysen

Het hoofdje had gepast
in een handpalm; het kistje
bedekte precies hun knieën.

Nu lopen zij over het grind
naar het hek en door het hek
naar het huis. Dag na dag
zal dit hun wandeling zijn,
zullen zij de seizoenen lezen
aan hoe deze zich tot het hoekje
verhouden. Hangen zij tussen
de bloesems hun tranen te drogen,
horen zij klaagzang door krekels
gedeeld, zien zij de spin
draden weven van ontbrekende
woorden, zoekt hand naar hand
als de naam op de steen
onder de sneeuw is verdwenen.
Van het huis naar de plek,
van de plek naar het huis
waar zij niet langer wonen
maar wachten.

Een zoon. Voor de duur
van een oogopslag.

Louise Broekhuysen, oktober 2021

(een fabel)

Een retriever, wollig, blond,
zag zich niet als doorsnee-hond.
“Mijn karakter is gelaagd,
dit maakte mij extreem geslaagd.
Ik ben gespeend van elk venijn,
knuffelbaar voor groot en klein.
Ook zal niemand mij zien bijten;
iets verwonden zou mij spijten.”
Denkt dus beschaafd genoeg te zijn
voor vriendschap met een zacht konijn.
Samen dollen, samen rennen
en elkaar onschuldig jennen –
totdat, tijdens “vachtje happen”
Onschuld besluit op te stappen:
zij tipt daartoe een herdershond,
wijst hem de weg via de grond.
De retriever wordt klaarwakker:
leidt het spoor niet naar zijn makker?
Een switch van hoog naar laag allooi
en Langoor transformeert tot prooi:
Blondje werpt zich op het beest
dat er met één knauw is geweest.
Wat begon met blij gemoed
eindigt in een bek vol bloed.


Moraal:
Wie zelf in zijn vernis gelooft
wordt ooit van hogerhand beroofd;
herovert het instinct zijn plek,
kraak je je beste vriend de nek.

Louise Broekhuysen, september 2021

Opluchting, heeft hij gezien: reizigers
net voor donker binnen de poorten;
kooplui, ondanks noodweer op tijd
de markt bereikt; vrouwen struikelend
over hun rokken naar de veiligheid
achter de muren.

Vrees heeft hij gezien: krijgslieden,
jong nog, ten aanval opgehitst.
Om de pijlen uit de schietgaten,
de keien, het stromen van kokend
pek langs de kantelen.

Overmoed zag hij: veldheren
op gepluimde paarden,
de blik gericht op overwinning:
een rijke stad als deze de roos
op hun blazoen – nog vóór
de avond vallen zou.

Weersta de verleiding, je hand
te leggen op zijn stenen, gegroefd
als gezichten van oude vissers.
Troggel hem geen verhalen af.
Laat hem met rust: verzadigd van
verleden heeft hij voor jouw heden
geen ruimte meer.

Louise Broekhuysen, augustus 2021

Weersta de verleiding, je hand
te leggen op zijn stenen, gegroefd
als gezichten van oude vissers.
Troggel hem geen verhalen af.
Laat hem met rust: verzadigd van
verleden heeft hij voor jouw heden
geen ruimte meer.

Louise Broekhuysen, augustus 2021

Aan het laden...