Louis Radstaak

Als ‘k dood ga, wil ik rusten
In Oekraïnes grond,
Mijn graf hoog op een heuvel
Ziet heel de steppe rond.
Vandaar zal ik aanschouwen
Al wat mij dierbaar was,
De heuvels en de dalen
De bomen en het gras. 

En steeds zal ik weer horen
Het brullen der rivier –
Totdat de trouwe Dnjepr
In golven breed en fier
Des vijands bloed in stromen
Wegvoert voorgoed naar zee.
Dan zal ik afscheid nemen,
Verhoord is dan mijn beê. 

Dan zal ik God aanbidden
En danken voor altijd,
Omdat mijn Oekraïne
Voor immer werd bevrijd.
Als allen één zijn, broeders,
In waarheid sterk en vrij,
Denk dan, met simple woorden,
O dan, denk dan aan mij! 

Taras Sjevtsjenko, 25 december 1845, Perejaslav. 

Louis Radstaak

sprak met mijn liefje in de pubertijd
we stonden onder een donkere beukenlaan
op een zomerse dag in de jaren ’50

zij zou graag zo’n laantje hebben bij haar
toekomstig huis, maar ze kon geen bomen kiezen:
beuken, eiken, linden, populieren of essen

ik peinsde over, wat zou ik willen:
het zien van een wapperend beukenblad,
het klepperen van een stug eikenblad,

het zacht bewegen van een lindenblad,
het ratelen van een populierenblad
of het trillen van een espenblad

een tijdlang waren wij sprakeloos
“Heb je ooit wel leren praten?”
zei iemand eens tegen mij

ik denk het niet, mijn praten was als
het bewegen van een lindenblad
een zacht en zoemend geluid

als een wesp in de zomer,
vlak voordat hij steekt.

Louis Radstaak, februari 2022

voorin de harmonicabus stappen
om een staanplaats te verkrijgen
op het draaipunt van de trekzak
instrument van de weemoed
een drom wandelaars wordt uitgelaten
in het Achterhoekse landschap
soms dicht aaneengeregen
soms uit elkaar getrokken
rondom flarden van gesprekken
nauwelijks hoorbaar een midwinterblazer
in de idyllische buurtschap ’t Klooster
waar varkens en masse vet gemest worden
hier houdt men ook lama’s gevangen
achter een afrastering met ‘ad hoc’-hek
de Dalaï zou hier koude rillingen krijgen
zich zijn gewaad uit hun warme wol wensen
bevrijding van zijn geknechte volk
moet beginnen in de buurtschap ’t Klooster
voorbij het Boekenstadje Bredevoort
richting ‘Beunhaasghetto’ Vragender
waar aan de Poëzie en Prozaroute
bij het maïsland aan de Kapelweg
‘iederene’ welkom is bij het ‘Carbid Treffen 2008’
ook huiverende kloosterlingen
een stoet wandelaars trekt verder
aan het einde van de middag
in het midden van de winter
naar het einde van het jaar
via het Scholtenpad
over de Steproute
langs De Kuitenbijterroute
naar Klavertje Vier
zuchtende tonen klinken
als de menselijke trekzak
tenslotte tot stilstand komt aan tafel
om daarna harmonisch uiteen te gaan.

Louis Radstaak

er wordt aangenomen dat onze soort plaats zal moeten maken 
voor een opvolger, te weten het Beerdiertje uit de stam 
Tardigrada
            Beerdiertjes overleven in gedroogde staat in zuur en
            oplosmiddelen
     het Beerdiertje overleeft zelfs een gebrek aan zuurstof
            Beerdiertjes overleven bij zeer hoge en extreem lage temperaturen
     een Beerdiertje behoort tot de taaiste diersoorten
            Beerdiertjes overleven radioactieve straling
     dat Beerdiertje kan zich het hele jaar voortplanten
            Beerdiertjesmannetjes stimuleren de vrouwtjes door hun
            tasthaartjes tegen het vrouwtje te strijken
kleine Beerdiertjes ontstaan na twee weken tot een maand
            Beerdiertjes worden op vijf meter diepte onder het ijs aangetroffen
            Beerdiertjes worden gevonden op zes kilometer hoge bergtoppen.
            Beerdiertjes werden op oceanische diepte van zesduizend meter
            aangetroffen
            Reden waarom wij het Beerdiertje uitverkiezen tot
            de Opvolger van De Mens
            Er is slechts één bezwaar: het grootste Beerdier is slechts
            anderhalve mm lang…

Louis Radstaak, september 2021

de zon ontploft verblindend
noodgedwongen stop ik om
zijn ondergang af te wachten
stap uit om foto’s te maken
de straat is vervuld van kermislawaai
versierd met smiley-zonnebloemen
in de zoeker heb ik zon en bloem op één lijn
de smiley heeft een stralende halo
de straat staat in een onwerkelijk licht
dronken mensen werpen lange schaduwen
en gooien met bekers vol bier
ik rij voorzichtig verder langs de feesttent
die de andere weghelft verspert
en draai het portierraam dicht
voordat het nat naar binnen gutst

…en Hij zeide: “Ziet, ik maak alle dingen nieuw
zo zal de jongste dag zijn in Halle
niet eerder zag ik zo’n waanzinnig licht
zelfs in de blik van de mensen
lag de flits van een supernova.

Louis Radstaak

Supernova‘ werd afgedrukt in ‘Op Ruwe Planken’,jaargang 13, nr. 1van de vakgroep Nederlands aande Radboud Universiteit Nijmegen.