Louis Radstaak

lopend in het park voer ik een telefoongesprek
bij zonsondergang op vrijdag 30 januari 2009

nooit eerder voerde ik een telefoongesprek
onder een sterrenhemel met de Maan en Venus
in loodrechte conjunctie met elkaar en mij
gezien van boven naar beneden

nooit eerder zag ik een vliegtuig Venus naderen
de inslag leek onvermijdelijk, ik was ooggetuige
van de vernietiging van de Godin van de Liefde

nooit eerder zag ik een vliegtuig Venus missen
het leek er achter langs te vliegen
zowel de Maan als Venus bleven staan
in conjunctie met mij in het park

er kwamen geen brokstukken naar beneden
de wereld draaide langzaam door
in het oor bij mijn Sony Ericsson T280i

de hemel zij geprezen.

Louis Radstaak, juni 2024

Draaiend aan het gashandle gedenk ik Jan Hanlo
en de tractor die plotseling vòòr hem was afgeslagen
Jan overleefde de botsing slechts enkele dagen
zijn Vincent Rapide rijdt nog steeds rond

Opschakelend denk ik aan Lawrence of Arabia
hij overleefde de woestijn en opstandelingen
maar kwam ergens op een landweg in Engeland
op zijn Brough Superior voorgoed tot stilstand

Plat liggend op de tank denk ik aan Hans Verhagen
zijn ‘Rozen en Motoren’ heb ik op een Ducati
met een Photoshoppenseel rijkelijk besproeid
en naderhand heel zorgvuldig bijgesnoeid

Hard remmend denk ik aan Herman Brusselmans
en zijn wilde leven op een Buell in België
waar meisjes grotere borsten hebben dan jongens
althans volgens hemzelf in zijn gedichten

Benzine ruikend denk ik aan Jan H. de Groot
die met zijn BSA en broer een motorrit maakte
over een beestachtig slechte weg in Drenthe
bezongen in de bundel ‘Botsing’

Op kop liggend denk ik aan Rutger Kopland
de dichter houdt het niet droog in september
bij jonge slaplantjes in vochtige bedjes

ik wel, ik ben daar werkelijk hard in

Maar als er een krijsende viertakt
langs mij komt razen op een circuit
dan word ik bevangen door Emotie.

Louis Radstaak, mei 2024

(Rika Csardas)

(Wijze: Ritka buza, ritka arpa)

Aszik vamme werc komcseggic
szunne menou
rika, rika,
laane menou.
Evve nochwa tetegec kerd
toenoula melos
mal legec, mal legec
toenoula melos.

Em ma proppe, etep proppe
Em ma sèzchela melos
Tottic nedde crantep emme
leckurre segret, danszeg tse
kanapee, kanapee
toenoutyn ustoe.

Aszick csavus im melyche mostap
seggictoe
rika, rika,
laane menou.
Evve nochwa pittetyn us
toenoula melos
szotterick, szotterick,
toenoula melos.

Em ma pitte, maffup pitte
Em ma szèchela melos,
Tottic evvelec kursellef
noggetuc kydoe, danszeg tse
szoe menou, szoe menou,
toenoutyn ustoe.

J.M.W. Scheltema  (Delft, 3 april 1921 – Leiden, 6 oktober 1947)

uit: ‘Chansons, Gedichten en Studentenliederen’ (in 1948 postuum verschenen)

Slechts éen keer heb ik je gezien, je was
gezeten in een Tesla, die de Lada
waar ik mee reed, passeerde in volle vaart,
de kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg om mij
het eindeloze levenspad met fletse lach
te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
glimlachje liet ik meer, sinds ik je zag.

Waarom ook heb je van dat blonde haar
waar de engelen aan te kennen zijn? En dan,
waarom blauwe ogen, zo diep en helder,
je wist toch dat ik daar niet tegen kan?

En waarom mij dan zo voorbij gesneld
en niet als het stoplicht ging branden
mijn hoofd in je armen vast gekneld
en op mijn mond je lippen vastgedrukt?

Je vreesde mogelijk voor een botsing, maar Drika,
wat kon een zaliger moment zijn, dan ik, in mijn Lada
onder een helse vonkenregen en brekend blik
samen met jouw verpletterd te worden in een Tesla?

Louis Radstaak, februari 2024
(naar Aan Rika van Piet Paaltjens)

Aan Rika

Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die den trein,
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg, om mij
Het eindeloos levenspad met fletsen lach
Te doen vervolgen. Ach! Geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

Waarom ook hebt gij van dat blonde haar,
Daar de englen aan te kennen zijn? En dan,
Waarom blauwe oogen, wonderdiep en klaar?
Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!

En waarom mij dan zoo voorbijgesneld,
En niet als ’t weerlicht, ’t rijtuig opengerukt,
En om mijn hals uw armen vastgekneld,
En op mijn mond uw lippen vastgedrukt?

Gij vreesdet mogelijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder hels geratel en gestamp,
Met u verplet te worden door één trein?

Met een bonk slaat de deur dicht in het slot
hij kan de kerker niet meer verlaten.
Er komt een aanval van de Parkinson ziekte,
hij verstijft, kan niet meer bewegen.

Hij denkt aan de droom dat hij in bed lag,
wilde slapen, maar het bed ging met hem
de deur uit, al greep hij nog de knop van de
deur vast, naar het park, waar slechte mensen
woonden, die hem wilden vermoorden.

Welk geneesmiddel zal hij slikken in deze situatie:

Atropine

  • Atropine
  • Scopolamine
  • Hyoscine
  • Trihexyphenidyl
  • Artane
  • Paralest
  • Procyclidine
  • Kemadrin
  • Biperiden
  • Akineton
  • Difenhydramine
  • Benadryl
  • Benodine
  • Orphenadrine
  • Disipal
  • Benzatropine
  • Cogentin
  • Ethopropazine
  • Parsidol?

Louis Radstaak, januari 2024