Lies Prins

Maps
Neem op de rotonde de eerste afslag
vind je daar niet wat je zoekt
keer om en neem de eerste afslag
vind je daar ook niet wat je zoekt
keer om en neem de eerste afslag
vind je het daar ook niet
keer om en neem de eerste afslag

Nu ben je op de weg terug
naar huis

Graffiti
Als zeekool uit basalt
springt uit het viaduct
een bloemig bolle tekst
IK WACHT OP JOU ALTIJD
Auto’s zoeven onderdoor
wie voelt zich aangesproken?

Muurbloempjes
Uit broze stenen groeien ze:
geel havikskruid, de muurpeper,
steenbreekvaren, vogelmelk,
helmbloemen en akelei,
daartussen, fijngetekend,
slingerende leeuwenbek.

In dungekrijte lijnen staat
WANNEER KOM JE ME PLUKKEN, JIJ?

Lies Prins, april 2024

Op is ’t geduld met grauw en kil,
geef gauw mijn voorjaarskleurenbril.
Waar blijft toch de citroenvlinder?

Er hipt een groenling door de zooi
van donkere plantenresten, mooi
contrast zijn gele verentooi.

Op is ’t geduld met grauw en kil,
geef gauw mijn voorjaarskleurenbril.

De vrouwtjesvink tikt aan het raam:
heb je mijn man al horen slaan,
met zijn rode borstveren aan?

Op is ’t geduld met grauw en kil,
geef gauw mijn voorjaarskleurenbril.
Waar blijft toch de citroenvlinder?

Lies Prins, maart 2024

Doffer Daaf bracht een aubade
aan mijn lieve dochter Jade.
Hij vroeg haar tot zijn gade,
ze waren beiden niet te versmaden.

Zij volgde hem op gevleugelde paden.
Jaloezie heeft hen verraden.
Er werd een jachtgeweer geladen,
het stond vandaag in alle bladen:

Een jonge duif werd tot haar schade,
bestreken met een tapenade
en gevuld met vetbolzaden,
op een open vuur gebraden.

De vondst der veertjes was beladen,
doffer Daaf brak uit in een woeste tirade.
We legden de botjes bedekt met een wade
onder een boog van de arcade.

Tijdens de vliegende parade
bracht Daaf haar nog een serenade.
En ik maakte, goeie genade,
deze aangrijpende ballade.

Lies Prins, februari 2024

Puber van zestien
haren recht omhoog
rastaband om ’t hoofd,
daarachter zoemt de reggae.
Na school zit hij aan tafel
en drinkt vier koppen thee.

Zijn broer van twee jaar jonger
speelt staande naast de tafel
met inzet klarinet,
zijn thee heeft hij opzij gezet.
Muzikantje in de dop
heeft ook zijn haar rechtop.

De jongste broer van dertien
hangt languit op de bank
en leest De Alchemisten,
theekop achteloos in zijn hand.
Op ’t slimme hoofd, het ís niet waar,
alweer dat rechtop staande haar.

Lies Prins, januari 2024

Gele morgenster
’s Ochtends toon ik mij in mijn volste ornaat:
zonnegeel met zwartgestipte meeldraden.
Vroeg opgestaan is het om twaalf uur al laat,
ik ben een bloem die dan naar bed toe gaat,
gevouwen in mijn groene schutbladen.

Pluizenbol van gele morgenster.
Donkere wolken aan het hemelfront,
‘k weet dat mijn pluis in een stortbui niet houdt.
Dan pieken mijn zaden stokkig in ’t rond,
mijn penwortel zit nog wel in de grond.
Volgend jaar kom ik terug in honderdvoud.

Lies Prins, december 2023