José Hattink

blikkend en blozend verhef je je
boven de waterspiegel
roestbruin tot aan je kruin
het water weerkaatst je diepte
je laaft je aan de
botergele stralen

klanken voeren over het water
een orgel van pijpen spiegelt de horizon
roestbruin tot aan hun kruin
met elkaar verbonden
leveren ze moeiteloos strijd
aan zwaargewichten
boten, die niet zwichten

roestbruine pijpen staren over het water
dat verlaten is, nog een enkele boot
gehuld in blauwe winterjas
het ponton is in winterslaap
hunkering naar
botergele stralen

José Hattink-Blom

in haar glazen huis laaft ze zich
aan warme stralen, ze overziet het plein
maakt oogcontact met Albert Schweitzer

dreigende wolken laten zich gelden
een bui breekt opeens los boven de maagd
zij geeft geen krimp, haar vizier neerwaarts
gericht op de burgers van Deventer

zij blikt naar het oudste weeghuis van ons land
waar stokvissen en levende varkens
door bascules in evenwicht werden gebracht

haar voeten worden stijver, de plaid trekt ze op
schaduwen dansen over het papier
dampende chocolade en Deventer koek
verwarmen haar gedachten

ze knipoogt naar de Stedenmaagd
en keert de Brink haar rug toe
ze ontwaart een gedenkplek met lichtjes,
geurende lelies en een tekening, Parijs 13-11-2015

tranen mengen zich met papier
het water in de fontein valt stil
elkaar met weinig zoveel kunnen geven

José Hattink-Blom

je had op maandag je kaartclub
bostonneren met je 3 maten
Jo, Jans en Bennie

kaarten werden geschud en gedeeld
8 kijkers flitsen heen en weer
de rekenkamer begon te werken
stemmen speelden een toontje hoger
vuisten sloegen deuken in het blad
vrouwen, boeren en  azen bevolkten de tafel
en centen werden op een hoop geschoven

binnen ontstond een rookgordijn
van Velasques bolknakken
op de verwarming lag een natte spons
de asbak puilde uit, de bandjes waren voor mij
ik zorgde voor  koffie en brandewijn

de klok tikte voort, niemand zei ga naar bed
mijn ogen prikten,
lucifersstokjes hielden ze niet open
maar  ik, ik voelde me de Koning te rijk
een halve eeuw geleden

Annie, mijn moeder
had haar eigen “harten 5”
op maandagavond

het plakboek zit barstensvol
met goudomrande sigarenbandjes
Uiltje, Hofnar, Agio en Willem 11
En Velasques waakt op zolder over mijn schat

José Hattink-Blom

de nieuwe blaadjes
aan de berk, lichtgroen en zacht 
nog ongeschonden

ze bedekken de
takken met groenboeketjes
licht schijnt erdoor

regendruppeltjes
vallen neer op de takken
de takjes buigen

zwiepen heen en weer
geven de regendruppels
aan moeder aarde

José Hattink Blom

*Geïnspireerd op de vetgedrukte tekst

ijzige stilte
de vorst bevriest
z’n onderdanen      

ze zitten ver weg
daar beneden
geheel ontevreden

de zon schrijd, schoorvoetend
naar de onderdanen
en ontdooit ze

zet ze op een rijtje
het lijkt een eitje
de afstand is te groot

de onderdanen schokken
komen…. niet in beweging
een stap te ver

José Hattink-Blom