José Hattink

Eva nam een eerste hap
het zoete sap sijpelde over haar kin
Zij deelde de vrucht met Emma
en andere vrouwen
Zij stapten uit de schaduw

Ze boorden hun talenten aan
wangen die gloeiden
spieren die spanden
parelende zweetdruppels
Het verschijnen van fundamenten

Emma schetst een wereld in woorden
Haar poëzie omarmd Venlo
en schrijft kilometers ver
Haar slagkracht deed de green verbleken
en het water huiveren

Gedragen door hun moeders
Vrouwen die bouwen aan hun passie
Heilige huisjes worden
onbewoonbaar verklaard
wachtend op ….

Jaag je dromen na
achter elke deur
verschijnt een opening

José Hattink-Blom, september 2022

Zwart, geel, en groen
kleurden de gevels
Maar jij oogde somber
zonder plezier
Vooral in de winter
hunkerde je naar licht

Je buren hadden één gedachte
een andere kleur, broodnodig
Die schonk de zon je niet
Het werd een “Karwei”
Er begon iets te gloren
aan de horizon

Helpende handen kwamen
Een rechter en een linker
en twee linker handen
Een hemelse kleur verscheen
met de jakobsladder

Samen schuurde het gladjes
Rembrandts kwasten streelden
hemelsblauw op de kozijnen
Het eindpunt kwam nader
maar niet voor de schilders

De ramen …die zaten potdicht

José Hattink-Blom, juli 2022

Ach, wat was ik piep
onder moeders vleugels
Ik wou de wijde wereld in
maar niet alleen
en wist niet hoe
Lang hoefde het niet te duren
op mijn geboortedag verscheen jij

Sprakeloos staarde ik
naar je glanzende vurige blik
De mond vol tanden
wangen die bloosden
en ogen op steeltjes
Vlinders bleven cirkelen
Ons eerste samenzijn

Met mijn hoofd in de wolken
en knikkende knieën zag ik alleen jou
Ik wilde weer samen met je gaan
mijn wereld groter maken
Je gerief omarmde me
Soepel was je gang
Een gazelle met vleugels
we vlogen mijlenver

De afstand werd groter
De glans verliet je rode blik
Een spaak stak in het wiel
En ik, ik kon niet meer vliegen
Je paste me niet meer
De tijd liet haar sporen na
Het piepen ging over in kraken
Je remmen raakten los
En ik, ik ruilde je in

voor een grotere Gazelle
rood en jong
Mijn nieuwe liefde

José Hattink-Blom, mei 2022

In het hoge Noorden
zit boer Boon op een gasbel
Nederland komt er warmpjes bij te zitten

Tot in de hemel rijkt het gas
Als de sterren verschijnen, rijden er nog tanks
over vele grenzen, die worden opgerekt

De huizen, die hebben littekens gekregen
niet bestand tegen verkrachting van de grond
Huisraad beweegt, bewoners schokken na

Het hoge Noorden voelt zich misbruikt
Ze zijn moe en monddood gemaakt
máár niét zonder slag of stoot

De hoeve van boer Boon verdween
Uit de gasbel verrees het milieumuseum
De koeien verdwenen en bedden verschenen

Tanks reden tot over verre grenzen
Nu rijden er bussen vol met klimaatwetenschappers
en zingende toeristen met rollende koffers

Grassen deinen,
bomen vastgesnoerd aan hun wortels,
tekenen een ondergronds verbond

Onder die bomen vleien toeristen zich neder
De Noordelingen rennen en vliegen
om ze op hun wenken te bedienen

Koffie, met een stralende glimlach
En de wetenschappers
die weten het nog niet

José Hattink-Blom

Weet u dat wandelen ook stress kan geven
moge u het niet beleven
Ik maakte de keus
maar heus het was geen genoegen
het was zwoegen en ploegen

Met de rugzak al, begon de twijfel te knagen
zoveel vragen, een lichte zak, klein of groot
ik was als de dood, straks ben ik wat vergeten
Weten kan ik het niet
nimmer heb ik een één-daagse gelopen

Zak ten top, de paden op
Samen in een kolonne gaan lopen
en maar hopen dat ik mee kan marcheren
Trots stapte ik in mijn wandelschoenen
die door al het boenen als spiegels glommen
en later zwommen in de plassen

Grassen en bevleugelden
kietelden en zoenden mijn arm
warm kreeg ik het ervan
Ze staken zelfs in mijn voeten
de groeten, al dat gedoe en gezwoeg
genoeg is genoeg zei mijn Tom Tom

Ik ging de paden af
en gaf mezelf vrij
Blij als ik was
ging ik op café, hoezee
En zag op de tv mijn idolen
maar het meeste miste ik

de gladiolen

José Hattink-Blom, oktober 2021