Op ’n dag

Om bij het begin te beginnen:
ik kwam ter aarde, zag,
en wist: van overwinnen
is voorlopig geen sprake.
In mijn achtste levensjaar
besloot ik me te gaan bekwamen
in het schaken, en nog wel
tegen mijn vader, tegen
wie ik de volgende jaren
uitsluitend nederlagen leed.
Toen het leed was geleden
en de baard mij de keel
toekneep, wist ik: ik moet
nieuwe wegen inslaan,
verliet het ouderlijk huis,
en trok de wijde wereld in.
’s Anderendaags ontmoette ik
een jongeling, die het schaken
evenmin meester was. Zo
geraakte ik in de ban van
het pluimbalspel, en van schaken
was geen sprake meer. Het leven
is kiezen en delen en leed
kunnen velen. Al doende leert
men, en ik leerde onderspit
delven, dat het een lieve lust was.
Maar aan alles komt een eind,
alleen het leven gaat door,
totdat ook dat, op ’n dag,
ophoudt.

Joseph Paardekooper, maart 2024