Jan van Laar

Ik verdwaalde op mijn wandeling en vond mezelf
terug in een verzonnen bloementuin, waar fel
gekleurde waterbietjes, bradeliefjes, ratelrietjes op
mij wachtten en de paarse passiebloem zich
schaamteloos ontsloot voor mijn verbaasde ogen.

In dit paradijs zou ik – een doodgewone wandelaar –
een klaproos willen zijn om zo mijzelf aan elke
bloemenliefhebber te kunnen presenteren als een
glinsterende donkerrode jaspis die zich had
genesteld tussen de verregende vergeet-mij-nietjes,
waardoor deze nederige bloempjes eindelijk de
aandacht kregen waar zij al zo lang om vroegen.

Jan van Laar, februari 2023

Ik droomde dat je nog leefde. Je was verhuisd naar wat je
een uithoek van het land noemde en belde me om te
klagen over de onverstaanbaarheid van het hulpje, het
loeren van de glazenwasser en de onhandigheid van de kok

die zelfs geen eieren kon koken. Je woonde in een flat
zonder lift, gelukkig mét ligbad en ingebouwde keuken,
maar gelegen buiten het centrum van de stad,
hoewél in de buurt van de

dierentuin en naast de kerk. ‘Dit laatste valt dan wel weer
mee,’ zei je, ‘want ik heb een zere rug en stijve knieën.’
Steeds vaker raakte je spullen kwijt doordat het hulpje,
volgens jou, alles wat ze zag opruimde of

verstopte. ‘Neeltje,´ riep je dan, ‘waar heb je mijn
wandelstok gelaten, waar liggen mijn tanden en waar is
de krant?’
Dit alles aan te horen was pijnlijk, zelfs in een droom.
Maar het weten dat de resten van mijn vader in een urn
worden bewaard, is nog veel wranger.

Jan van Laar, januari 2023

Deventer
In Deventer, achter de muren,
staan mannen een vrouw te begluren.
Eerst doe ik nog mee,
maar dan roep ik: ‘Nee,
dat meisje is Kim van de buren.’

Rhenen
Ik zoende een meisje uit Rhenen
dat pronkte met prachtige benen.
De schaduw ertussen
die wilde ik kussen.
Toen riep zij: ‘Dat kun je niet menen.’

Dorth
De vrome bewoners van Dordt
besluiten de zondag met port.
Ze legen het glas
en plegen een plas,
geen mens die er dronken van wordt.

Aken
Een pater uit Aken, Matthijs,
wou graag met de trein naar Parijs.
De pater had pech,
de trein was al weg;
hij mompelde: ‘Kyrieleis’.

Jan van Laar, december 2022

Het vroege morgenlicht klimt door de ramen
van ons huis naar binnen, verkent de keuken
waar lege flessen en vuile glazen nog op
tafel staan, en zoekt naar spleetjes tussen

de gordijnen om naar de slapende kinderen
te kijken, die hij met zijn zuiverste licht
wakker maakt. Pas daarna begint hij, in de
stilte die bij hem past, de rest van ons

huis te verkennen. Wanneer de wekker
afloopt, is het morgenlicht al met zijn
tweede, misschien zelfs derde ronde bezig.

Jan van Laar, november 2022

Op m’n dooie gemak kuier ik naar de barbier
van Middelburg, niet om geknipt of
geschoren te worden, maar om er met
andere mannen barbershop, een manier

van close harmony, te zingen. Wanneer
ik de stad inloop, is de basculebrug over
het Binnenkanaal juist bezig zijn beide
wegdekken als blote armen gebiedend

naar boven te steken. Daarmee onder-
breekt hij míjn wandeling. Wanneer de
brug zijn armen eindelijk heeft laten

zakken, haast ik mij naar de barbier, waar
mijn vrienden al begonnen zijn ons favoriete
Boogie Woogie Bugle Boy te zingen.

Jan van Laar, oktober 2022