Jan van Laar

Zij waren beiden zeventien en zaten in dezelfde klas.
Tijdens een saaie les schreef zij hem een briefje met
‘ik hou van jou,’ waarna hij zonder aarzelen terugschreef:

‘ik ook van jou.’ Zij waren een stel tot en met het
eindexamen. Daarna trouwden ze, ieder met een ander.
De tijd versleet die beide huwelijken, maar gaf het toeval

alle ruimte. Zij vond het liefdesbriefje dat ze ooit verstopt
had, hij droomde van de oude klas, toen geluk nog heel
gewoon was. Het toeval deed geen half werk, het vulde

twee agenda’s in: híj moest naar de Tweede Kamer, zíj
ging naar het Mauritshuis. Op het Centraal Station
herkenden zij elkaar.

Jan van Laar, mei 2022

Brons eert de nagedachtenis van Nederlandse helden
die voor goud niet gewetenloos genoeg waren, al

kwam marmer daar wél voor in aanmerking. De legale
moordenaars onder hen, die sinds jaar en dag als

trotse beelden boven stenen sokkels uitsteken, zijn nog
altijd acceptabel genoeg om acte de présence te geven

in steden als Utrecht, Tilburg en Hoorn. Ondertussen
blijven brons en marmer spoken in de hoofden van

historici en van de nabestaanden van slachtoffers met
een goed geheugen.

Jan van Laar, maart 2022

Ik houd van de boom die de vrouw troost.
Zij is haar geliefde kwijtgeraakt en kan de
leegte die zo ontstaan is niet vullen met
haar vroegere zelf. Ik houd van de boom
die de vrouw onder de luifel van zijn
bladeren tot rust laat komen.

Ook van de wind houd ik, die haar lege
hart vult met zachte ritselingen van
gewillig blad, en openingen maakt in het
groene dak om de vrouw een stukje van
de blauwe lucht te laten zien. Dit is alles
wat de boom voor haar kan doen.

Jan van Laar, februari 2022

Ze wil bewijzen dat ze alle sonates van Mozart uit het
hoofd kan spelen. ‘Noemt u maar een opusnummer,’
roept ze naar het publiek. Wanneer iemand reageert,

gaat ze aan de piano zitten en staart geconcentreerd
naar de toetsen tot zij zich de genoemde sonate van A
tot Z herinnert. Ook tijdens het spelen laat het geheugen

haar niet in de steek. Na het applaus legt ze uit dat elke
sonate een eigen karakter heeft, net als ieder kind in een
gezin. Eerlijkheidshalve voegt ze daaraan toe, dat het

aantal kinderen dat ze zelf gebaard heeft, aanmerkelijk
lager uitvalt dan de 18 sonates die Mozart heeft nagelaten.

Jan van Laar, november 2021

Ik loop met mijn buurman door de stad. De man is blind,
maar ziet nog elke dag de oorlog voor zich, hoewel hij
die slechts uit de verhalen kent. Zijn verbeelding krijgt

de overhand zodra hij daarover gaat vertellen. Hij is dan
gewapend, loopt bij vuurgevechten soms een schotwond
op, verliest geen druppel bloed, staat altijd aan de goede

kant van het geluk en roept commando’s die hij midden
op straat nog onderstreept met de gebaren van een
overwinnaar. Op dat moment toetert een auto hem het

voetpad op, waarna wij samen op een bank proberen te
bekomen van de schrik. De buurman zegt: ‘Wat ik vertelde,

heb ik écht gezien.’ Ik wil hem wel geloven, toch zeg ik: ‘Zelfs
als blinde zie jij nog teveel.’ Dan wandelen we zwijgend verder.

Jan van Laar, oktober 2021