Jan van Laar

Zij wilde niet dat kruimels die van tafel
vielen in de duisternis van haar lawaaierige
stofzuiger voorgoed zouden verdwijnen.
Ze koos ervoor die restjes met haar stoffer
op te vegen en die daarna op haar stoepje

voor de vogels uit te strooien. Wanneer ze
daarmee klaar was, riep ze: ’Op is op!’
Niet alleen genoot ze van het stille pikken,
zeker ook van de gedurfde vogelvluchten
die daar toen op volgden en waarin de

leeuwerik ternauwernood de klauwen
van de valk wist te ontwijken. In die
complexe ambiance lukte het de vrouw
haar nederige taak een bovenaardse glans
te geven. Toen ruimde ze de stoffer op.

Jan van Laar, maart 2024

De polder waar ik in moet werken
lijkt gevangen in een cirkelvormig
dijkenstelsel. De ruimte om te leven
is hier zo beperkt dat doden staand
begraven worden. De sloten zijn een
labyrint van troebel water, waar je
roeiend in verdwalen en stikkend
in verdrinken kan. Het water
stroomt hier traag en zijn beweging is
beperkt tot aarzelende golfjes, waar
ik dobberend op mee beweeg,
om snikkend en glimlachend aan
te komen in een buitendijks gebied,
waar ik mij blindelings in de
verleidelijke armen van mijn
eigen worgengel werp.

Jan van Laar, februari 2024

Ik bevind me in een afgesloten ruimte
en loop rond om die te leren kennen.
De vloer volgt nauwgezet mijn voeten.
Ook de lucht kijkt toe en lijkt verrast te
worden door de vragende bewegingen
van mijn verbaasde hoofd. De ruimte

lijkt nieuwsgierig en is bovendien zo
leeg dat ik me eenzaam voel. Ik moet
een list verzinnen: ik trek mijn blazer
uit en leg die als een onmiskenbaar,
zij het onbeweeglijk levensteken
midden op de vloer. Dit brengt de

ruimte in verwarring, waar ik slim
gebruik van maak. Onopvallend loop
ik langs de randen van de vloer
en win daarmee voldoende tijd
om een vergeten achterdeur
naar open ruimte te ontdekken.

Jan van Laar, januari 2024

Belediging
De bomen staan te kreunen van verdriet,
hun blad ligt stil te rotten op de grond.
Soms waagt een kale tak zich aan een lied,
maar een allegro wordt dat zingen niet;
zijn poging is een muzikaal affront.

Spit
De vrouw heeft op de maandag meestal spit,
en gaat ze door haar rug dan roept ze ‘Au’.
Maar ’s zondags voelt zij zich bijzonder fit
dan swingt ze enthousiast op elke hit.
Haar baas voelt zich belazerd door die vrouw.

Kist
De grijze lucht was zwanger van de mist,
terwijl er dieren sliepen in de grond
en onze kater, niemand die het wist,
zich had genesteld in een lege kist;
daar was ze onbereikbaar voor de hond.

Sneeuw
Verse sneeuw maakt rode daken wit:
de kleur van reinheid en volmaakt geluk,
van tanden ook waar nog geen rot in zit,
wat duidt op goede zorg voor het gebit.
Eén lichte dooi, dan is dit quintrijn stuk.

Supporter
Hij heeft tot nu toe vrijwel niets bereikt.
Ooit dacht hij aan een toekomst in de sport,
nu is hij iemand die naar hockey kijkt
en daarbij vloekt wanneer het spel niet lijkt
op wat hij eist. Zijn adem schiet tekort.

Jan van Laar, december 2023

Sonnet

Zoals gewoonlijk had je vroeg gebeden
voor je vader, moeder, vrouw en kind
en voor de vriend die jij geweldig vindt,
zelfs het Credo had je niet vergeten.

Zoals gewoonlijk had je laat ontbeten
aan een tafel die zo rijk voorzien was
dat geen mens kon zien wat daaraan mis was,
totdat bleek: het vlees was niet te eten.

De maaltijd werd daardoor geen groot succes;
de gasten hadden kwaliteit geëist,
maar daar was nu helaas geen sprake van;
er was geen tijd voor een veranderplan.

De rituele kok hiel zich gedeisd,
voor hem was het echec een harde les.

Jan van Laar, september 2023