Jan van Laar

Ik droomde dat je nog leefde. Je was verhuisd naar wat je
een uithoek van het land noemde en belde me om te
klagen over de onverstaanbaarheid van het hulpje, het
loeren van de glazenwasser en de onhandigheid van de kok

die zelfs geen eieren kon koken. Je woonde in een flat
zonder lift, gelukkig mét ligbad en ingebouwde keuken,
maar gelegen buiten het centrum van de stad,
hoewél in de buurt van de

dierentuin en naast de kerk. ‘Dit laatste valt dan wel weer
mee,’ zei je, ‘want ik heb een zere rug en stijve knieën.’
Steeds vaker raakte je spullen kwijt doordat het hulpje,
volgens jou, alles wat ze zag opruimde of

verstopte. ‘Neeltje,´ riep je dan, ‘waar heb je mijn
wandelstok gelaten, waar liggen mijn tanden en waar is
de krant?’
Dit alles aan te horen was pijnlijk, zelfs in een droom.
Maar het weten dat de resten van mijn vader in een urn
worden bewaard, is nog veel wranger.

Jan van Laar, januari 2023

Deventer
In Deventer, achter de muren,
staan mannen een vrouw te begluren.
Eerst doe ik nog mee,
maar dan roep ik: ‘Nee,
dat meisje is Kim van de buren.’

Rhenen
Ik zoende een meisje uit Rhenen
dat pronkte met prachtige benen.
De schaduw ertussen
die wilde ik kussen.
Toen riep zij: ‘Dat kun je niet menen.’

Dorth
De vrome bewoners van Dordt
besluiten de zondag met port.
Ze legen het glas
en plegen een plas,
geen mens die er dronken van wordt.

Aken
Een pater uit Aken, Matthijs,
wou graag met de trein naar Parijs.
De pater had pech,
de trein was al weg;
hij mompelde: ‘Kyrieleis’.

Jan van Laar, december 2022

Het vroege morgenlicht klimt door de ramen
van ons huis naar binnen, verkent de keuken
waar lege flessen en vuile glazen nog op
tafel staan, en zoekt naar spleetjes tussen

de gordijnen om naar de slapende kinderen
te kijken, die hij met zijn zuiverste licht
wakker maakt. Pas daarna begint hij, in de
stilte die bij hem past, de rest van ons

huis te verkennen. Wanneer de wekker
afloopt, is het morgenlicht al met zijn
tweede, misschien zelfs derde ronde bezig.

Jan van Laar, november 2022

Op m’n dooie gemak kuier ik naar de barbier
van Middelburg, niet om geknipt of
geschoren te worden, maar om er met
andere mannen barbershop, een manier

van close harmony, te zingen. Wanneer
ik de stad inloop, is de basculebrug over
het Binnenkanaal juist bezig zijn beide
wegdekken als blote armen gebiedend

naar boven te steken. Daarmee onder-
breekt hij míjn wandeling. Wanneer de
brug zijn armen eindelijk heeft laten

zakken, haast ik mij naar de barbier, waar
mijn vrienden al begonnen zijn ons favoriete
Boogie Woogie Bugle Boy te zingen.

Jan van Laar, oktober 2022

Nel, een moeder uit
Twente, had een joodse
jongen opgehaald uit
Amsterdam, zijn leven liep
gevaar. De jongen heette
Daniël, maar Nel noemde
hem Daan.

Eenmaal in de trein
bekeken zij de plaatjes in
een tijdschrift om de
spanning tussen hen te
breken en geschikte
woorden te verzinnen.

Ze sloten zich af van
de pratende reizigers in de
coupé en schurende
wielen op kreunende rails.

Ze stapten uit in Enschede.
Daar pakte hij haar hand,
zij keek hem in de ogen.
Toen wist Nel dat Daan
voortaan een zoon voor
haar zou zijn en zij voor
hem een moeder.

Thuisgekomen schoor Nel
al haar zonen kaal. Tijdens
een feestelijke optocht
kort daarna liep Daan
vooraan in de stoet.
Hij droeg de vlag.

Jan van Laar, september 2022