Jan van Laar

Voor mij lijkt dit het einde van een lange dag die over-
schaduwd wordt door wolken wilde eenden op de vlucht;
daar lijkt het op, maar niet altijd, soms laat de zon zich
even zien. En binnenshuis lijkt het de klok die laatst
gerepareerd moest worden en nu weer aan de muur hangt,

maar die wat traag geworden is, zodat hij uren tegenhoudt,
wat mij de tijd geeft mijn huishoudelijke achterstanden in te
halen. Het lijkt mijn kamer die niet opgeruimd is, of de bril
die iemand is vergeten, het versleten jasje op de grond; het
lijkt de schimmelsoep die op de tafel staat te stinken. Daar

lijkt het op zo ongeveer, tot ik besluit te gaan verhuizen.
Het lijkt de hond die bij het afscheid onvervalst moet
blaffen, waarbij vergeleken mijn verdriet wat tegenvalt.
Het lijkt een wereld die alleen bestaat voor de ik in dit
gedicht, mais: Je est un autre.

Jan van Laar

Ik, Corona,

draag mijn ziekste klanten

vol vertrouwen over aan

de dood, in het besef

dat zij bij hem in goede

handen zijn, want Hein

is vele malen democratischer

dan ik; mijn eigen keus

mondt altijd uit in willekeur.

Jan van Laar

De keizer was een overtuigde exhibitionist
die zijn edele naaktheid, compleet met
aangehangen delen, tijdens een optocht aan

zijn volk liet zien. Deze zin kon Andersen niet
uit zijn kuise pen wringen. Het was in de ogen
van de auteur zelfs te gênant om te beschrijven

hoe de keizer zelf zijn kleren op een
gouden stoeltje naast de troon had gelegd. In
plaats daarvan liet hij inhalige tailleurs fictieve

kleren maken, zodat het leek dat de keizer
werd bedrogen. Maar het kind aan het eind
van het sprookje was wél echt; het riep:

‘De keizer loopt in zijn ´blootje´. Dit gaf stem aan
de verblindende naaktheid van de vorst,
waardoor deze zich eindelijk gekend wist.

Jan van Laar

Geert Groote heeft op ‘t Dieseplein
een eigen huis van glas en steen
dichtbij de plaats waar hij beweend
en in het graf gelegd moet zijn.

Geert Groote was een moedig mens. Zijn eenvoud bleek a way of life,
devotie was zijn sterkste drive,
behulpzaamheid zijn diepste wens.

Zijn naam brengt in herinnering
een afkeer van verloedering,
van hoogmoed en belastering;

een passie voor de oefening
in nederigheid en matiging
voor ‘n leven in verbroedering.

Jan van Laar

Je weet dat ik trouw ben aan een wat zorgelijke stijl van leven en zowel
gemarkeerde straatjes als opgelegde tempo’s vermijd, maar dat ik de weemoed
– die al gauw schuchter wordt genoemd
– en de hunkering – die kennelijk pijnlijk moet zijn –  achter me probeer te laten om het geluk te kunnen smeden zodra ik zijn warmte voel.
      Je weet hoe ik grove taal uit de weg ga vanwege zijn knellende effect op het
gemoed van mensen zoals ik; hoe ik me erger aan het eindeloze zwerven over
jaarmarkten van luidruchtige stromen jeugdigheid die alle leeftijden met zich
meevoeren.
      Voor jou is het evenmin een geheim dat ik drukke kruispunten, gierende trams
en toeterende taxi’s onverdraaglijk vind; dat ik soms in paniek en met zweet op de
rug een treinkaartje koop om in de betrekkelijke rust van een stiltecoupé te kunnen
opademen.
      Op andere dagen slalom ik op geheel eigen wijze door de stad – zoekend,
vluchtend, sluipend, rennend – en zorg ik ervoor dat ik zelfs het geluid van mijn
voetstappen op de straatstenen niet kan horen. Hoe zou ik anders het geluk dat in
mijn droom is achtergebleven terug kunnen vinden? Hoe dichter ik de stilte nader,
hoe warmer ik me voel.

Jan van Laar