Jan van Laar

Lijden
Luister hoe de zeeman lijdt / wanneer zijn oog valt op een vrouw /
wier achtersteven in zacht zijde / deint in diep marineblauw.
(naar Bertolt Brecht)

Matras
Een matras door lief en leed versleten, /
geeft een beeld van een doorleefd verleden.

Natuurfilms
Als natuurfilms worden ondertiteld / kan ik dieren wel verstaan.
Jij en ik
Ik heb het veel te druk, / vrij jij maar in je eigen tijd.

Bijbelkennis
De quiz ging pas mis toen Jona / het monster uit zee had gevist.

Privacy
Noem nooit de schoenmaat / waar jij voor doorgaat.

Ideaal
Een onbespoten vrucht / zo uit de boom geplukt, /
ongewassen, ongeschild: / zo’n vrouw had hij gewild.

Pastorale
In de stilte klinkt het uitzicht /
als een pastorale / op een kudde schapen.

Waarheden
Er bestaan waarheden / die je beter kunt opgeven.

Vreselijk
Hij vindt het leven vreselijk / voor hem is het te vleselijk.

Woorden
Waar blijven de woorden / die niemand mag horen?

Mijn bovenhuis
De stoep voor mijn huis beperkt zich tot do-re-mi. /
De hogere tonen achter/ de voordeur klinken pas
als ik de trap op ren.

Zichzelf
Hij ging op zoek naar zichzelf. / Helaas is dat gelukt.

Duren
Houden van is het verlangen / naar elkaars aanwezigheid, /
waardoor weken, dagen, uren / langer dan gewoonlijk duren.

Hoe hij dat zag
Er was nog een wereld te winnen / hoe hij dat zag hield hij binnen ‘/
mij hield hij overal buiten.

Schilder
De schilder vindt dat / zijn landschappen op / zijn stillevens lijken.

Maatregel 2021
De avondklok beheerst / nu ook de nacht.

Jan van Laar

Hartje zomer in Florence
‘Moet je voelen hoe warm dat marmer is,’
    zei ik
en ik legde jouw hand op een been van David.
‘Je weet dat een naakte man mij koud laat,’
    zei jij.
Ik was teleurgesteld.

Jan van Laar

Het moet iets betekenen
wanneer het nachtelijke gekraak van dakspanten
de aandacht lijkt te vragen voor het gebruikelijke
wonder van de liefde.

De duisternis draagt hiertoe bij doordat zij de
scherpste hoekigheid van mensen in hun omgang
zodanig verzacht dat hun wederzijdse gedragingen
soepel uitlopen op amoureuze routine.

Het moet iets betekenen,
maar wat?
Vraag het niet aan mij:
míjn dakspanten kraken niet
en ik slaap alleen.

Jan van Laar, november 2020

Voor mij lijkt dit het einde van een lange dag die over-
schaduwd wordt door wolken wilde eenden op de vlucht;
daar lijkt het op, maar niet altijd, soms laat de zon zich
even zien. En binnenshuis lijkt het de klok die laatst
gerepareerd moest worden en nu weer aan de muur hangt,

maar die wat traag geworden is, zodat hij uren tegenhoudt,
wat mij de tijd geeft mijn huishoudelijke achterstanden in te
halen. Het lijkt mijn kamer die niet opgeruimd is, of de bril
die iemand is vergeten, het versleten jasje op de grond; het
lijkt de schimmelsoep die op de tafel staat te stinken. Daar

lijkt het op zo ongeveer, tot ik besluit te gaan verhuizen.
Het lijkt de hond die bij het afscheid onvervalst moet
blaffen, waarbij vergeleken mijn verdriet wat tegenvalt.
Het lijkt een wereld die alleen bestaat voor de ik in dit
gedicht, mais: Je est un autre.

Jan van Laar

Ik, Corona,

draag mijn ziekste klanten

vol vertrouwen over aan

de dood, in het besef

dat zij bij hem in goede

handen zijn, want Hein

is vele malen democratischer

dan ik; mijn eigen keus

mondt altijd uit in willekeur.

Jan van Laar