Jan de Vlaming

En toch die kalverliefde of juist díe
aan de rand van de afgrond,
niets hoeft meer

hier is wat we hebben: dat zijn
op jezelf – delen of niet?
Wat blijft nog over?

Zelf verrast, zo rumoerde het
onder de anderen, liepen zij
hand in hand van de een
naar de ander en terug; zouden
zij het doen?

Korte tijd nog en zeker niet eindeloos
noch eeuwig maar,
was dat niet ervoor
ook zo, al die tijd al?
Dat we het nu pas zagen

Nu zelfs zorgelozer?
Zorg lag bij de jeugd en bij wat erna kwam.
Nu niet meer

Tot dat afscheid,
Onherhaalbaar
(nooit begonnen, noch eindigend)

Daarna een
nooit weer.

Jan de Vlaming, juni 2024

In de hoop mijn eigen liefde
als de jouwe te doorgronden
zonder haast, ook niet te traag,
trok ik bleek weg,
weg naar eerdere oorden

Niet wetend wat het brengen zou
behalve mijn bekende onzekerheid
overgeleverd aan (vage) herinnering,
wat foto’s en oude aantekeningen

Riep jij mij al terug of
vergiste ik mij
in mijn verlangen naar ons
ongecompliceerd doorleven
met jou?

Droog waren de dagen en nachten
Die volgden
Keek jij naar binnen bij mij
zo stil, quasi bewegingsloos?
Naakt voelde ik mij en doorzien

Maar toch geliefd
In jouw onverdeelde aandacht
Steeds weer
Terwijl ik moeilijk deed, dat
dacht ik althans altoos

Ik bleef, als altijd,
wilde niet anders –
achterlatend andere gestalten
allen die vroeger afbreuk
deden aan mij,

Alle, alleen mij?

Jan de Vlaming, mei 2024

ik denk soms
dat jij er was
in al die andere liefdes
die er waren; jij dan
nog anders en elders, jij

in de verleden tijd
en bij tijd en wijle; zij nog
spokend in mijn hoofd,
maar dan zonder die wreedheid
van het verlaten of verlaten worden

hoe lang duurt, duurde onze liefde al niet,
dan, helemaal door
alles heen,
mijn trouwe schat en
ik de jouwe, steeds
tot nu toe:

pas scheidend in de dood?
of nog erna, waaraan
wij (nu nog) niet geloven
kunnen

zijn wij er dan
geweest?
Zeker!

Jan de Vlaming, april 2024

Waarom meer werk geschreven,
een werkzaamheid dag en nacht en erna weer
op elk moment:
gericht op een oeuvre en
wat erna komt?
Slechts af en toe nog zomaar
wat we werkelijk willen
doen, en
Even weinig opbeurend:
meer af dan op
nu we ouder worden:
er wordt veel gestorven,
minder afgerond.

Jan de Vlaming, maart 2024

(Ter ere van Piet Paaltjes. Op Paaltjes
dan, echter ook op eigen benen en
desnoods op stelten)

Humor in een anders jasje, ze
zullen het maar vragen
heel je leven lang

Ironieën, ironie, en ironie in
een urinoir is er maar één van
waar ik mee antwoord.
Waar dan? Dan daar!
Daar waar het kan.

En anders met ernst,
dodelijke ernst
om serieus te zijn
zolang men het niet vergt,
mij maar niet vraagt

Vraag niet! Vergt niet, maar
laat,

Laat me dan zijn
En laat me worden:

Dit dan alleen als opzet(je)?

Jan de Vlaming, februari 2024