Henk van Rossum

(ontleend aan Immortellen XLIX)

Wellicht te vroeg geboren
heel zijn leven een last
had hij niet beter in onze jaren
in havermelk’s Amsterdam gepast?

Verliefd op de meid
van de melkboer
en zowaar
elke morgen daar
een natte stoep.
De melkboer vol vragen
maar de meid ging niet mee
in dat nachtelijke nat
van de bleke dichter-dominee.

Melkwinkels en melkmeiden
allemaal gestremd in de tijd
dominees blijven sterven
dichters houden woord.

Honderddertig jaar dood,
onvervulbaar verlangen nekte
Friese Frans, hoe hij ook bekte,
maar Piet blijft onsterflijk groot.

Henk van Rossum, februari 2024

Een doodlopende weg
in de buurt van Delden,
zo beschreven, nogal zelden,
zitten dus, zoeken wat ik zeg:

Hoe ben ik hier gekomen
langs stekeligheden en oude bomen
de toeristische rimboe van Twickel
is in trek bij oud en menig bikkel.

De Deldense sprookjesverteller
tovert met ongekend Twents licht,
windbestendiger niet feller,
zo dat jouw leven uiteindelijk zwicht.

Daar zit je dan op die laatste stoel
Damocles en Dante verdagen
Twentse striemen op je smoel
stop dan maar naar zin te vragen.

Henk van Rossum, januari 2024
(met dank aan Bertje van Delden)

De baggerschuit kwam de haven niet uit
kennelijk beducht voor de golven buitengaats
De blonde kapitein was tuk op tetter en scherp gefluit
veelkoppig bewonderd, die Hollandse schimpschavuit,
in eigen modder en tegenwind kreeg ie z’n ankerplaats.

Henk van Rossum, december 2023

Ook nu weer ‘strooien
de bomen hun wakke
winterblaren vol
gevangen morgendauw’.

Vele bomen zijn opgezet
over Gezelle, de Vlamingman,
de priester dood en begraven,
de dichter leek van de braven.

Uit de schaduw van zijn tijd
blijft ‘krinkelende winkelende
waterding’ velen bekoren,
avant-garde, Vlaamse prikkeltaal.

Vorige week bleek een andere keek
nooit geweten dat het gerucht al ging
dat ook deze priester fout zat
met zijn eigen waterding…

Henk van Rossum, november 2023

Harlingen kent u wel
de plaats vanwaar boten gaan
en waar boten terugkomen.
Lahringen is ook een haven
maar heel ander vaarwater,
destijds en ook nu later.

Er klonk koper in de tuin.
De dokter dubde en de dokter duidde.
God en gebod terzijde,
lusten laaiden boven beide.
Hij schreef en hij schreef
en zie wat er over bleef.

De veerdienst vaart, als altijd,
Ina als muze mee, boei voor jeugd
en brandend verlangen.
De tuin van de dokter verdween
in de tijd, stilaan verklonken in later.

Henk van Rossum, oktober 2023