Ger van Diepen

Ik plukte de dag
sneed hem schuin af
maar vergat hem water te geven

Hij verdorde. Ik zag
dat een mens veel vermag
Doch zonder liefde geen leven

Ger van Diepen

Ben ik die stroom van gedachten,
dat kolkende water?
Het stroomt, het stroomt,
zuigend , verwoestend,
meedogenloos meeslepend
modder, puin en kadavers.
Geen monding, geen bron,
verleden en toekomst ineen.

Geef me een dam,
maak mij een stuwmeer,
stil water vol kracht.

Ben ik die mierenmens
in de manische massa?
Bezig, bezig,
slovend en zwoegend,
moedeloos meegesleurd
langs vaste paden
van de maakbare maatschappij.
Uitzicht noch inzicht,
nodig en nutteloos tegelijk.

Laat me een ster zijn,
stoïcijns stralend,
lichtjaren ver.
Ik zal schitteren, fonkelen,
uitdoven en verdwijnen.

Ger van Diepen

Je ontwijkt mijn blik
wantrouwt warmte
In je zwijgen voel ik wrok

Je protest tegen mijn preek
straalt uit elke porie
van je hangende lijf

Wat weet ik van je woede
je pijn, de angst voor het voelen?
De schijn heb ik tegen

Mijn woorden wegen niet op

Ger van Diepen

Kind, je bent een bron
Bron van vreugde
Bron van kennis
Bron van zorg

Ik wil je laten stromen
Verwijder stokken en stenen
Filter het vuil
En verstevig je loop

Zodat je je weg vindt
Breed wordt en sterk
Stenen verplaatst
En bergen verzet

Dan stromen we samen
De wereld voorbij
En ik weet niet meer
Of ik van jou leer of jij van mij

Ger van Diepen, mei 2020