Ger van Diepen

Heel, heel langzaam las ik
‘De man die haast had’
als tegenhanger van de titel
Ik was geen man
Ik had geen haast
Bedaard sloeg ik een bladzij om
Kalm nam ik een alinea tot me
De woorden smolten op mijn tong
Ik proefde in alle rust elke regel
en keek op de klok

Twee uur over bedtijd!
Haastig ging ik slapen
Denderde door mijn dromen
Negeerde een nachtmerrie
of drie snurkte in sneltreinvaart
door de kleine uurtjes in
racetempo door mijn remslaap
wisselde elk kwartier rugligging
zijligging en buikligging af
en precies op tijd

werd ik wakker

Ger van Diepen, mei 2024

Ik zou willen geloven
en dan zien,
maar ik zie
en kan nauwelijks geloven.

Rest ons de hoop,
hartstochtelijke hoop.

Rest ons de liefde,
levensreddende liefde.

Ger van Diepen, april 2024

hij staart naar het matglazen raam in zijn cel
ziet de contouren van leven buiten
hij droomt zichzelf nog een bestaan
daar krassen lawaaiige kraaien
maken gaten met hun snavels
eten zijn gedachten
over een dag of wat
gaat de laatste bel
en is alles op
zijn dromen
zijn denken
zijn kijken
zijn tijd

Ger van Diepen, maart 2024

Oud en wijs wil ik zijn als ik ga,
met de blik van een uil, een totaaloverzicht
en zojuist voltooid mijn mooiste gedicht.
Wees dus niet verbaasd dat ik nog besta:
oud en wijs wil ik zijn als ik ga.

Ger van Diepen, januari 2024

De koude wind blaast wanhoop door de straten.
Een natte krant waait op en toont de doden
in koppen met een aantal, weggelaten
hun namen, hun gezichten, wie ze haatten,
wie ze minden. Oude Kerkpad, onheilsbode.

Ger van Diepen, december 2023