Fredde Forch

Hij reisde met openbaar vervoer
geen files, geen geouwehoer
waar hij ook moest zijn
hij reisde per bus, taxi of trein
Las de krant, tot elke spatie
gebruikte z’n koffie in de restauratie. 

Op het perron stond hij aan de rand
met z’n koffer in de hand
getergd keek hij naar wat jongelui
en een naderende onweersbui 

De trein reed binnen op spoor 4A
doch dat vertelde hij niet na
er gebeurde een perrongelukje
hij kwam onder de trein een heel klein stukje
op het oog leken de verwondingen niet groot
jammer genoeg was hij wel op slag dood.

Fredde Forch

Haar man was net overleden
door een trein aangereden
De crematie was druk
ze was helemaal stuk
Had geen zin in moeilijke vragen
stapte voor een ritje in haar wagen
De motor wilde niet lopen
was tijdens het starten verzopen
Haar broer, in taalgebruik een hele ruwe
vroeg: “Blijf je hier staan of zullen we duwe?” 

Ze reed doelloos wat in ‘t rond
tot er een jongen te liften stond
Ze stopte het automobiel
hij zei:” Ik heet Flip en kom uit Tiel”
 Ze keuvelden samen
over bessen en bramen
Hij had geen weet
maar het verzachte haar leed
Ze stopte en draaide een zwaar shaggie
hij had ook wel zin in een trekkie
Ze reden samen richting Betuwe
Toen hij haar vroeg: “Rook je allang van de weduwe?”

Fredde Forch