Dick van Welzen

Een uitvoerige inleiding met 20 bijdragen over wandelen door de eeuwen heen van de hand van Dick van Welzen. Van Aristoteles tot Albert Einstein en vele anderen.

Lees het online of download het bestand (PDF)

daar waar steen niet is wuiven
blad en hand samen, zo vaak al
zat ik op de bank van de rivier
schijnlijk aan het einde
van dit pad naar ’t Zandgat
ik kwam om de nieuwe herfst
te ruiken bij het breken van de ochtend

daar waar het uur zich niet versnelt
duiken dieren, liet ik in deze uiterwaarden
wereld steevast naast mij een plekje vrij
is leeg altijd een gemis? het gat
in een donut, ook de opening
van een meisjesring dienen hun doel

daar waar het duister meelopertje
mij alleen bij zonneschijn volgt
om onttogen terug te keren van wie
ie nooit was om soms, heel soms,
naast me neer te strijken, nu nog
messcherp getekend, maar
onherroepelijk wachtend
op het verstrooide winterlicht
later

Dick van Welzen, oktober 2021

Hoor mij aan: Homer, de nietsziende bard uit Hellas, stootte nooit zijn hoofd
tegen een openstaand raam in een diepduister trappenhuis. Wel doofde
aldus het licht voor Jorge, geniaal bibliothecaris in de stad van de goede luchten.
Maar… zo met blindheid geslagen plukte hij daarvan ook de vroede vruchten
omdat blinden het onzichtbare beter zagen. Met de dieren die zij dichtten,
en die nog steeds onze dagen helder verlichten dagen deze zwaargewichten
elkaar uit tot een spel waarvan ik u hier verhaal en tegelijk wil stichten.

Homer begint deze zang. Hij voorziet Verleiding van een vogellijf, bekroont
dat met een vrouwengelaat, sirenen dus, die wulps vanaf de rotsen zingen
opdat Odysseus’ bemanning daarop botsen zou. Zij werden echter verschoond:
hij had z’n mannen de oren gewassen met was, niets kon tot hen doordringen.
Op zijn beurt roept Jorge vliegende djinns op, van rookloos vuur geschapen
én volmaakt onzichtbaar. Slim bedacht door een mens die ze toch niet kan zien.
Het symbool van de djinns is Roddelzucht en nieuwsgierigheid hun wapen.
Deze wezens ontroven de vrije wil aan arglistig verleide knapen bovendien.

Homer en Jorge geven samen een wijze raad aan alle moeders van zonen,
zodra verleidsters zich kwelend langs wilde waterstromen aan hen vertonen
of djinns plots opspringen uit een greppel, koop voor uw lievelingen op tijd
Airpods van de firma Apple. En die ‘vrije wil’? Dat is enkel filosofische dwaasheid!

Nu Homer weer. Hij modelleert de Chimaera als bewijs van Boosaardigheid,
met een leeuwenkop, een slangenstaart en daartussenin zit enkel geit.
Dit gedrocht geldt als omen van onheil over stad en streek, behelst natuur-
geweld en gelijk helse onweersbliksem spuwt het monster satanisch vuur.
Jorge stelt daar gewiekst Bahamut tegenover, een identiteit wel zó megalomaan
dat de mens het aanzicht daarvan niet verdragen kan: een gigantisch dier,
een trotse vis, langer nog dan een reis van drie dagen, met daarop een stier,
daarop weer een rots, en op de top een engel, kortom Grootheidswaan.

Homer en Jorge geven eensgezind deze zinrijke raad: lieve dames van heren,
zodra zij in bitcoins gaan beleggen of zelfs een nieuw premierschap begeren,
schenk ze een rustgevend ceedeetje met Minimal Music van Philip Glass
of stuur ze naar de Koloniën van Weldadigheid, vertel ze hoe het dáár ooit was.

Homer waarschuwt tot slot tegen Dubbelhartigheid. Amphisbaena is een beest
dat “twee kanten opgaat”: zijn gruwelijke serpentenkop met brandende ogen
zit ook aan z’n staart. Die koppen slapen beurtelings. Hij doodt iedere verweesde
reiziger met pijnlijk gif, juist zij die zich dorstig door een letterwoestijn bewogen.
Jorge gooit dan zijn Inktaap in de strijd, voor hen waar Ongeduld wil beklijven.
Inktaap is ongeveer vijf duim lang, gitzwart haar en kornalijnen ogen die blinken.
Het diertje zit gehurkt te wachten en pas als de dichter klaar is met schrijven
stilt hij zijn jachtig ongeduld door wat over is van de Chinese inkt op te drinken.

Homer en Jorge concluderen con amore dat de dichter z’n Januskop als symbool
te koesteren heeft en daarom de pen juist dopen moet in onrust en in vitriool.

Dick van Welzen, 6 september 2021

De Lebuinus
De Lebuinus lijkt wel een soort van kerk
voor sinterklaas, kerst of kunstig werk,
voor trouwerijen, brocante, ketelmuziek,
en vergeet vooral niet het bokbierfestivalpubliek.

De Waag
De Waag wordt meer een soort van waagstuk uit de kunst,
een maatschappelijk verkeersongeluk op de Brink
en Deventer Verhaal halen blijkt immer weer link,
zero is hopelijk geen nul en wordt daar niet zo aangeklunsd.

De IJssel
De IJssel dient als een soort van afwasser
voor al het vuil van de stad dat wijnen
en bieren innemend aan de Wellekade zit
om als ruime middenklasser de zakkende zon
in het water te kunnen zien schijnen.

De Walstraat
De Walstraat biedt een soort van ontsnappingsweg
voor walging om bezoekers in korte broek en
met lijkwitte benen en om bloedrode Dickens-mutsen
die in arren moede met de verstomde gevels vloeken.

Het Pothoofd
Het Pothoofd is een soort van vertrekpunt
voor hen die weten dat je het allerbeste vanaf daar,
zoals in oude tijden met stoomtram of spelevaar,
naar het alom verbeide Gorssel vluchten kunt.

Dick van Welzen, augustus 2021

Was het van Zijn kant een onverhoedse liefdes
schijnbeweging, misschien zelfs een ultieme poging
tot gediefde verpleging van mijn kwijnende ziel
of een simpele verhoging die steeg tot deze ijlkoorts?

Want het geschiedde in die dagen dat HIJ plotsklaps
m’n gerimpelde kersenpit met wezensvragen kraakte.
Krek terwijl m’n hersenwit al sluipend zoekraakt
in die dagen dat HIJ zich opsluit in m’n grijze cellen,
prevelingen kwijlt en kwaakt – mijn stuipende dodenrit
in zich opnemend – en dan temend voor mij bidt.

HIJ wil en zal ten diepste mijn opper wezen,
als topper in mij ontwaken, als schone droom
die ik nog nimmer in mijn eerder leven zonder
schimmer de zevende hemel in heb geprezen!

Heer, mijn adamsappel is al te ver van UW boom
gevallen. Voor UWE Eva spaarde ik geen enkel rib
uit mijn lijf, geen heilig been of bot in UW heelal
en aarde. Heer, deze strijd om mijn ziel beduidt dan
maar géén voorzegde opstanding. Ik drijf U uit, draai
zelf wel aan het wiel, aan de vertanding van de tijd.

Dick van Wezen, juli 2021

Aan het laden...