Dick van Welzen

Op deze plek
genaamd zondag
werden momenten
uit de tijd gesneden,
uit jouw ogenblik
sprak eeuwige liefde
vrouw van aard en verleden
onvergankelijkheid las ik
toen uit de lijnen in de palm
van je hand, ze logen

witte konijnen op ons land
de kinderen lachten
op het gras, een avontuur
ze wisten nog zo weinig
een vliegtuigje schreef
de woorden die we niet spraken
in een hemel van azuur
bijna had ik vergeten
er foto’s van te maken.

Envoi

Het geschenk
Meneer Eensteen werd zeventig jaar en meneer Geudel zocht
naar een unicum als kado. Zijn vrouw had al een wollen trui gebreid.
Even nog overwoog hij een Chinese vaas, maar besloot toch
tot spektakel op papier, een giftige gift, die van hier door het wijde
universum vloog en nota bene op z’n vertrekpunt wederkeerde.
Vreemde wereld
Toen zijn jeugdvriend Besso uit de tijd getreden was noteerde
meneer Eensteen dat deze vlak vóór hem uit deze vreemde wereld
vertrok; “maar dat betekent niets”, omdat beiden zeker wisten
dat het onderscheid tussen verleden, heden en toekomst
slechts een hardnekkige illusie is en sterker: een vat vol listen.
Is het verleden verloren?
Meneer Eensteen had heel veel nagedacht over vroeger tijd.
Is alles wat ooit ontstond en geschiedde wel echt verdwenen?
Als ruimte en tijd zich zo aan elkaar hechten tot een gesteldheid
waarin alle ogenblikken en gebeurtenissen paden schenen,
zoals een vliegtuigstreep in het hemelse azuur, in de sneeuw
een stappenspoor, dan zijn zelfs de levens van zij die naar gene
zijde verdwenen ergens opgeslagen – en dat voor eeuwig.
Want alles is relatief en even echt
Door het leven in vier dimensies strekt de hele werkelijkheid zich
zodanig uit dat alle gebeurtenissen van gisteren, vandaag en morgen bevroren
zijn in ons universum, zoals elke scène uit een speelfilm onverbiddelijk vastligt
op een voltooide filmband. Verleden, heden én toekomst zijn dus – tevoren,
nu én straks – even echt. Alle ogenblikken die met je dierbaren beschoren
waren bestaan nog en ook staat reeds gereed wat later wordt geboren.

Dick van Welzen, januari 2023

Dichters in de Zevende Hemel
hoopten op de hitte van de hel
want plots riep er een slimmerik:
‘hooggeprezen zij de limerick,
weg met al dat poëtisch gezemel’.

Een dove dichter in Deventer,
nog verlichter dan de Zevenster,
verstond ‘olijf en gin-tonic’
in plaats van ‘schrijf een limerick’,
nu hoort hij véél eloquenter.

Op Deventer gelegen aan de Styx
gelijk Gorssel rijmt doodgewoon niks
behalve die brabbelende IJssel
en wat Panta Rhei-gebreisel
liquideer dus ongerijmde limericks.

Een filosoof in de Ravenswaard
nam een stier waar voor een paard
hij acht gezichtsbedrog perspectief
en noemt elke waarheid puur fictief
tot het wezen zich aan hem openbaart.

Dick van Welzen, december 2022

Opgeruimd mag de dag opgeheven, even nog
wordt het oude, bijna verdreven licht geduld
dan verduistert nacht’lijk gezichtsbedrog
al het aardse, vandaag zo door de zon verguld
met het goud van z’n hemelse zegetocht
die ons van geluk en liefde had vervuld.

En de chaoot, hij wacht – geduld wordt licht –
het boreale roepen van Minerva’s uil
deze zeloot gordt zijn zwaard, doet zijn plicht
en bestrijdt vol hoogmoed de stad, het vuil
en de dood, de reptielen en de wolven, aldus dicht
hij, als zij die voor hem vielen, z’n zelf gedolven kuil.

Dick van Welzen, november 2022

laat me nog een kwartiertje
voor ik naar u toe kom kuieren
smeek ik u, barbiertje, om hier
aan de bierbar de tijd te verluieren
ik telde al de slagen van de pendule
de hele dag stond ik m’n sierkar
te schuieren en te soppen, mijn meissie
geniet ervan zich op te tuieren
als we toeren gaan in die open bak
van versieren, wassen, verf en lak
kent u de formule, straks is het uw beurt
en vraag ik u zonder scrupule
mijn groeiende kaalten te stoppen,
of ten minste ze te versluieren
zeker voor mijn lief, want onze liefde wipt
vervaarlijk op en neer als een bascule,
misschien beter als u helemaal niet knipt
maar mij bepruikt, tegen al dat crapule

Dick van Welzen, oktober 2022

In een zee van tijd en ruimte brak je
het Alexandrijns verzuim, stak je met werk
van een betere waarheid – én met alle liefde –
die dwaalgasten de ogen uit, het finale uur
ontsprong met betwetere klaarheid uit de kerk,
de fantasten vielen met hun kortzichtige tegenspraak
jou lijfelijk aan, staken in werkelijkheid in wraak,
en als brute buit, jouw de te ruimzichtige ogen uit.

Om hun christelijke bloeddorst te lessen namen
ze hun messen en ook jouw leven daarmee
in eigen hand, kwam jouw rad van avontuur
tot stilstand door de opgezweepte mensenzee
Hypathia, was het vergelding van jouw woord,
een scholastieke strijd, een politieke moord?
vertel me, tolerant filosoof van Plotinus en Platon
– én tegelijkertijd tijgerin in de hooggeleerde salon –
was het de weigering om daar diep over te zwijgen?
onzin boven zin te doen neigen, je leerde de mannen,
jouw leerlingen, over Geloof en Ziel, over gedraai
van het heidens en van het hemelse wiel.

Ja, je was wis kundiger dan elke potloodvent,
wijs begeriger dan ook welke opperman,
meer dag dromer dan enig doodsagent
en astronomer dan menig dobberman
op de stroom en golven van de tijdgeest
verscheurde de menigte jou als een beest
in je eigen stad nog wel, lichtend baken van boeken,
hebben ze je ontkleed toch aan hun kar gebonden,
in zonde ontleed, vilden zelfs jouw Hellenistisch vel.

Jouw vlees, van de knapste maagd, werd belaagd,
het was een bloedstollend spel en godgeklaagd
om in deze wijze jouw superbrein te zoeken, boos
verbrandden zij in Cineron je lichaam en je leden
verstrooiden je as tot in alle hoeken, vruchteloos!
ons werd overgeleverd een studie over kegelsneden,
slim berekende je de bewegingen van hemellichamen,
eigenhandig bouwde je, geniaal bedacht, een astrolabium
brak je een zee van tijd en ruimte in je eigen planetarium
welke geslacht is er nu eigenlijk sterk en welk zwak?

Dick van Welzen, september 2022