Dick van Welzen

De lentehemel bekeerde zich tot droogte,
bliksem en donderwolken zwegen,
dauw daalde zacht van heuvels hoogte
van waarachter maan en sterren stegen
in de deemster zong het bos een vilten lied
wij voelden het en… verbraken de stilte niet.

Het lommer mompelde wat Lina verontruste
Zij drukte haar borsten tegen de mijne
O kus, die eindelijk de vlammen bluste
van mijn lusten die zo kunnen schrijnen!
ik zwoer trouw, zolang ik ademen mag
aan jou, Lina en de natuur, voor alle dag.

Dick van Welzen, oktober 2020

Naar:

Liefdeszang

De lentewolk liet na te droppen;
het romlend zwerd wierd stom;
de dauw dreef langs de heuveltoppen,
waarachter maanlicht klom;
daar zong al ’t woud zijn avendlied!
Wij voelden ‘t..en..wij spraken niet!

Het lover ruiste-Lina trilde-
Ik sloot haar aan mijn borst!
O kus, die ’t eerst de vlammen stilde
van langverheelden dorst!
Ik zwoer, zolang ik aadmen zou,
Natuur en u, o Lina, trouw!

A.C.W. Staring

Ik denk
dus wij zijn
of niet te zijn
in dezelfde rivieren
stappen we
en stappen we niet
in het uur u
van über ich
zijn we en zijn we niet
de ander
vult direct de ruimte
met zijn blik, selfie-dichters
kijk naar je eigen!
ik word ik
in het aangezicht van
de anderen
zijn de hel
of de hemel
van de heteroniemen
van de eenzaat
Fernando de selfkicker
die zich verdeelde
op het scherp
van de gulden snede
over Alberto, Álvaro, Bernardo en Ricardo
en Philippo?
Philippo is heel anders
dan Fernando
heus die stapt niet
in zijn auto en rijdt
dan nog naar San Antonio

Dick van Welzen
september 2020

Wat is een paard zonder ruiter, een hoed zonder hoofd?
nu alles geteld wordt is dat wat verschilt
en verder gaat ongeregeld goed
dat wij die aan elkaar plachten te lijden
mededogen achterlaten opdat men rustig
in een kamer zitten kan
want veel leger dan we vermoeden is de aarde.

Wat van elkaar verschilt wordt voor het vergeten
uitgemeten, statistisch uitgerekend
schaf de omtrek af, schaf het gemiddelde af
leef de delen zonder geheel, de orde van de dag
waartoe we overgaan bestaat niet
o, minnares van de verkeerde stemmen
we roepen elkaars namen.

We worden ontslagen van vreemde gedachten
dat een gemeenschap één moet zijn, hoe breed ook,
hoe wijdverklaard, we hoeven niet te weten
wat samen is voor een holte in de tijd
nu alles geteld wordt is dat wat verschilt
morgen melancholie en een verhaal
dat in dove dagen rijpen kan.

Dick van Welzen, 2017

De kroon op uw werk is een krans
voor teveel weerloze slachtoffers, doch
eens zal ik uw naam vergeten misschien.

Wij de onwetenden, die het afleerden
te leven met vraagtekens, met het vluchtige
dat zich vastbijt en vermenigvuldigt.

De verre haarden, die branden,
die wij alleen kennen van oude keizers
met de wind gebracht, in volle gloed.

Er zijn schuilkelders, kappen voor de mond
uw wereldwijde web bevecht het onze,
u regeert tot in de verste woestijn.

Het gehijg en de mens, tot ze zich
verenigen, zien we online in een mis
met drie heren en drinken weer teveel.

Wij, testlozen, kennen het echte antwoord
tegen plagen: schoonheid, bootsen
de grote meesters na met lappen en grime.

Draaien “Erbarme dich”, tot de buren bonzen
op de muren, geloven in verwarring dat wat is enkel
bestaat om de plaats van afwezigheid in te nemen.

De nieuwe tijd vergt een andere hartslag,
dagen die vragen om saamhorigheid, hoop
die z’n nieuwe kroon in waarde draagt.

Dick van Welzen

Mijn vrouw heb ik verlaten
heden mijn zoon
bij uw vader, uw moeder volbracht.

Gij zult zijn, vader
want gij hebt het nog in u
god, god, zie mij daar.

Vergeef mij
zie mijn handen
Waarom beveel ik in hun geest?
dorst, zeg ik voorwaar,
is het paradijs.

Dick van Welzen 2005