Dick van Welzen

Was het van Zijn kant een onverhoedse liefdes
schijnbeweging, misschien zelfs een ultieme poging
tot gediefde verpleging van mijn kwijnende ziel
of een simpele verhoging die steeg tot deze ijlkoorts?

Want het geschiedde in die dagen dat HIJ plotsklaps
m’n gerimpelde kersenpit met wezensvragen kraakte.
Krek terwijl m’n hersenwit al sluipend zoekraakt
in die dagen dat HIJ zich opsluit in m’n grijze cellen,
prevelingen kwijlt en kwaakt – mijn stuipende dodenrit
in zich opnemend – en dan temend voor mij bidt.

HIJ wil en zal ten diepste mijn opper wezen,
als topper in mij ontwaken, als schone droom
die ik nog nimmer in mijn eerder leven zonder
schimmer de zevende hemel in heb geprezen!

Heer, mijn adamsappel is al te ver van UW boom
gevallen. Voor UWE Eva spaarde ik geen enkel rib
uit mijn lijf, geen heilig been of bot in UW heelal
en aarde. Heer, deze strijd om mijn ziel beduidt dan
maar géén voorzegde opstanding. Ik drijf U uit, draai
zelf wel aan het wiel, aan de vertanding van de tijd.

Dick van Wezen, juli 2021

thuisvoordeel: James op de bank
die is ingezakt, heeft een jasje uitgedaan,
de diepte gezocht, op een hele fijne plek

dat geliefde spel, zeer professioneel
heen en weer met het bord, mag
een heel eind komen, klaargestoomd
voor de knock-out-fase

de muurligger, die dat niet onder stoelen
of banken steekt, als het om knielen gaat
wordt nu ook toegezongen, het feest
dat eigenlijk al begonnen was

nu eindelijk los, zonder toevoeging
van extra tijd, alle beperkende
maatregelen worden opgeheven
daar staat ie dan volstrekt alleen in

gaat het hier weer mis, verontschuldigingen,
het wachten is nog altijd niet voorbij,
voor kinderen in nood, al het mooie werk
simpelweg teniet gedaan

Dick van Welzen

EK Engeland-Kroatië, 1-0, 13 juni 2021

Als onze ster weer schijnt op de bloeiende meisjes
zullen we aanliggen, zullen we klapwieken, hier
mag het, zondiep bedronken van De Mei, de merels,
de narcissen steken hun trompetten, we raken
voorjarig verbijsterd, o warm veldverlangen, leg het
aan met de broeierige picknickers, Marcellino, brood
en wijn, we sloten de koude af, ontloken de luiken
voor het breken van het licht en de oude stemmen.

Een nieuw seizoen om te zoenen, knoop de jassen
los, de zwanen rennen op hun platpoten zomaar
over de vijver, tegenzin woedt zichzelf uit, klokketonen
zweven als hoger honing uit de dorpstorens, zwemen
door het nog naakte geblaarte om op deze vertrouwde
plaats te landen voor onze krolse vruchtbeginselen, stof
op stof, met liefde laten we onze ogen rusten op elkaar.

Dick van Welzen

Lieve Emily, blijf je altijd thuis
met je potje thee, je brave borsten
in de kluis, verlangend
naar een schaduwvriend?
Dacht je aan dwarsdichter H.
die zijn geloof verdient
met sterke dranken,
met het verscheuren van je kamizool?
Hij is als een valk geblinddoekt
voor alle vergezichten.
Of misschien dichter tB., knorrend
op de drempel van het gesticht,
die als een kledderig varken
poedelt in een modderpoel.
Wacht je voor A. Van vers
van het mes beticht. Hij vermoordde
zijn kostvrouw, onteerde haar dochter.
Wil ik je voorstellen
aan spleendrummer W.?
Nog onwetend dat zijn rikketik
het straks verdomt verder
te slaan dan met zaad en as.
Neem de gedaantewichelaar P.
in z’n spiegelpaleis voor lief
die langzaam pompoenen
ontploffen laat.
Schrijf naar T., smokkelaar
van verzetsberichten, die preekt
dat je met graven
in een oud graf alle botten
van de overlevenden breekt.
Blijf maar liever thuis, Emily.

Dick van Welzen

Heel diep onder zijn perkamenten vel
wil hij nog weleens de drang bespeuren,
die onstilbare trek om elk vreemd plekje
in m’n varkensnek te keuren of een wijnvlekje
op mijn wang. ‘Mijn wrattenzwijntje’ noemt
hij mij liefkozend, altijd weer op zoek
naar een zwerende vinger die klopt.

Ach, ik ben een sukkelaar met van die puspukkels,
een blozende blaar, een bloeder die nooit stopt.
De dermatoloog, dat loeder, zelf met verzakkend lid
voor een uitpuilend oog, een etterbuil, en altijd
met een reuze snee in z’n neus, jarenlang
goed besnoven, met witte schimmel berijpt.

Hij knijpt mij als een ouwe dief onheus
in de struiste puisten en rauw in de acne
want anders verlaat mijn lief mij al te gauw
voor een gladdere man, een elckerlijc
met gaaf gelaat. Mijn dermatoloog vindt
zo’n schanddaad eigenlijk dermate logisch!

Dick van Welzen, december 2020

Aan het laden...