Dick Smeijers

Geen dénken was er nog aan twee-en-dertig jaar
bisdom bij de IJssel anno zestiende eeuw,
of Papenblikstraat, Papenstraat anno heden,

toen uitvoer van Thingor op IJslands rede
abt Nikulas Bergsson, zijn schip zette koers naar
Bergen, vervolgens Alborg – voort ging hij te voet
Door Stothbòrg bij de Elbe, op Hannover aan,

tot hij kort daarvóór, midden in zijn twaalfde eeuw,
de wegwijzer aantrof die hem zuidwaarts deed gaan:
“Rom och Ierusalem”.

                      Westwaarts zond hij een groet
naar de ander wijzer met Oud-Noorse tekst
die hem lokte: “Frijsland, til Deventer och Trekt” –

maar op zijn thuistocht uit het beloofde land
is hij evenmin tot het Over-Sticht gekomen,
zo men lezen kan in het dagboek dat zijn hand
ingegeven kreeg door zijn dolen alsook dromen…

P.B. KEMPE, september 2019

“150 jaar geleden, op 30 oktober 1871, kwam deze grote Franse dichter ter wereld”

Le vin perdu

J‘ai, quelque jour, dans l‘Océan,
(Mais je ne sais plus sous quels cieux),
Je té, comme offrande au néant,
Tout un peu de vin précieux…

Qui voulut ta perte, ô liqueur?
J‘obéís peut- être au devin?
Peut-être au souci de mon coeur,
Songeant au sang, versant le vin?

Sa transparence accoutumée
Après un rose fumée
Reprit aussi pure la mer…

Perdu ce vin, ivres les ondes!…
J‘ai vu bondir dans l’air amer
Les figures les plus profondes…

Paul Valéry (1871 – 1945)
(vertaald uit het Frans door P.B. Kempe)

Verloren wijn

Ooit goot ik in de Oceaan,
Als altaargave aan ‘t niet-zijn
(Weet niet meer onder welke maan),
Een weinig kostelijke wijn…

Wie wou jou spillen, vloeibaar goed?
Volgd‘ ik een profetische flard,
Verspreidend wijn, bepeinzend bloed?
Nam ik ter harte soms mijn hart?

Na rozige doorschemeringen
Hernamen held‘re schitteringen
Der zee hun alledaagse gang…

Verloren wijn, golven beschonken!…
Opspringen, in lucht zilt en wrang,
Zag ik daar beelden hoogst bezonken…

met mijn maatje

met mijn maatje valt niet te onderhandelen
over het verplichte dagelijkse wandelen
meneer wil eerst met de cabrio
voor een ritje door de regio

twee koekjes en hij springt in de blauwe cabriolet
met op zijn aristocratische kop een rode baret
voorin op pluche geniet hij als een kind
met zijn wilde haren in de wind

langs velden en wegen rijd ik hem als zijn escort
naar zijn favoriete landgoed Hackfort
zijn boswandeling is mijn gezondheidsverzekering

Erika Visser, oktober 2021

boven de nevelen

eenzaam
de wandelaar
boven de nevelen
met wandelstok in hand
op een ideaal uitkijkpunt terugkijkend
vanaf een donkere grillige rots op de voorgrond
over een zee van mist naar het gebergte op de achtergrond

imposant
de in de mist
gehulde bergtoppen
daar boven een wolkenband
doorbrekend licht in het vooruitzicht en
blik terug gezien op de rug van wandelaar
veraf en dichtbij lopen naadloos over in elkaar
enerzijds het gebergte anderzijds de gemoedstoestand

de eindeloze verte
en begrensde standplaats
duiden op de platonische dichotomie
tussen het aardse en verhevene – lichaam en ziel
de bergen de wolken en de wandelaar worden deel
van jezelf en je ziel en een weerspiegeling van emotie

Erika Visser

Der Wanderer über dem Nebelmeer (1817)
Caspar David Friedrich
olieverf op doek
95 x 75 cm

‘Wandelen is in essentie: lopen zonder doel’
Sprak de échte wandelaar tot zijn kompaan
Zijn medeloper trok daarop een heel boos smoel
‘Wandelen zonder doel, daar vind ik juist niets aan!’

‘Dan is deze wandeling voor jou een lopend moeten,’
Stelde de expert toen vast, met een superieur gevoel
‘Nou ja, we lopen anders weer precies dezelfde route
En thuiskomen blijkt steeds ook joúw uiteindelijke doel!’

Dat bracht de échte wandelaar danig van zijn à propos
Hij was van elke wandeling steeds weer thuisgekomen
Was dát dan toch zijn doel geweest, onbewust of zo?
Ineens genoot hij niet meer van de herfst in de bomen

Bedrukt en lusteloos liep hij nu hun wandeling uit, maar…
Vlak voor hun appartementencomplex hield hij zijn pas in
En nam tot ontzetting van zijn kompaan een ferm besluit:
‘Buurman, ik wandel verder en kom nooit meer thuis!’

Toen kreeg zijn wandelen ineens weer zin …

Neletta van Heuven, oktober 2021