De hinde en de hond

Laatst zag ik een hinde lopen,
-zelf lag ik in een hinde(r)laag-
Allerlei gedierte kwam voorbij gekropen,
sommigen best snel, anderen juist traag.

Een hinde is helaas geen fabeldier,
het is altijd weer een vos, een haas, soms een konijn.
Of dat gezever over die krekel en de mier;
dat is voor zo’n hinde echt niet fijn.

Ik benaderde het ranke dier met omzichtigheid
en fluisterde: mijn bedoelingen zijn echt niet oneerbaar.
De hinde zei: Nou ja, ik maak wel even tijd.
Voor een tiep als jij zie ik geen gevaar.

Weet je, en vertel dit vooral niet verder:
ik had laatst een one night stand met een Duitse herder.
Ach, zo’n fabel! Dat vind ik maar zo zo.
Maar die Duitser bracht mij echt van mijn à propos!

Dus, zoek je voor je fabel nog een stel?
Bel dan Günther! Met hem samen wil ik wel.
Ach, die Günther! Wat was dat een mooie tijd…
Zo’n lieverd, die wel blaft maar zelden bijt.

Nou, ik ga er weer vandoor, want thuis wachten man en kind.
Het ga je goed en blijf vooral gezond.
Verdwijn nu uit het bos opdat de jager mij niet vindt.
Maar schiet een beetje op met die fabel van de hinde en de hond!

Cees Leliveld, september 2021