Cees Leliveld

(Of: Den Haag Centraal)

Wat toevallig dat ik u weer tref!
U reist ook regelmatig naar Den Haag Centraal?
Deze trein van 09.32: dat is precies de goeie,
geen gedoe met overstappen, de ochtendspits voorbij.
Beschaafd publiek, zeker in de eerste klas!
U reist waarschijnlijk ook voor zaken naar Den Haag?
Ach, u wordt gedreven door een innerlijke drang?
U  komt ook uit Den Haag…daar lang gewoond?
Ja, ik zelf ook. In de jaren zeventig vertrokken…
U doorkruist de stad te voet, op zoek……
Op zoek en…in de hoop dat….
Het zijn herinneringen die u voeren naar Den Haag…
Die heb ik ook maar die van u
gaan over iets speciaals of over iemand die…
Ach, u hoopt op een ontmoeting?
En dat na zoveel jaar?
U keert weer terug naar uw verleden;
dringt binnen in het Haags decor
in de stille hoop dat zich een wonder zal voltrekken…
Nou, kijk eens aan, we zijn er al…
Den Haag Centraal en mooi op tijd.
Uw route voor vandaag al uitgezocht?
Ja, ja, ik ken die wijk. Heb daar vlakbij gewoond.
Ik zou dat nieuwe winkelcentrum eens proberen…
Stel, stel dat u haar ziet vandaag….
Wat dan?

Cees Leliveld

(Of: Den Haag Centraal)

Wat toevallig dat ik u weer tref!
U reist ook regelmatig naar Den Haag Centraal?
Deze trein van 09.32: dat is precies de goeie,
geen gedoe met overstappen, de ochtendspits voorbij.
Beschaafd publiek, zeker in de eerste klas!
U reist waarschijnlijk ook voor zaken naar Den Haag?
Ach, u wordt gedreven door een innerlijke drang?
U komt ook uit Den Haag…daar lang gewoond?
Ja, ik zelf ook. In de jaren zeventig vertrokken…
U doorkruist de stad te voet, op zoek……
Op zoek en…in de hoop dat….
Het zijn herinneringen die u voeren naar Den Haag…
Die heb ik ook maar die van u
gaan over iets speciaals of over iemand die…
Ach, u hoopt op een ontmoeting?
En dat na zoveel jaar?
U keert weer terug naar uw verleden;
dringt binnen in het Haags decor
in de stille hoop dat zich een wonder zal voltrekken…
Nou, kijk eens aan, we zijn er al…
Den Haag Centraal en mooi op tijd.
Uw route voor vandaag al uitgezocht?
Ja, ja, ik ken die wijk. Heb daar vlakbij gewoond.
Ik zou dat nieuwe winkelcentrum eens proberen…
Stel, stel dat u haar ziet vandaag….
Wat dan?

Cees Leliveld

              (een variatie)

Jaar na jaar valt als afgestorven blad
in trage dwarreling terneer
en hoopt zich aan mijn voeten op
zodat ik stil blijf staan
en terug kijk naar wat was
of hoe het zich heeft voorgedaan.

Ik ben al zo lang onderweg
en toch lijkt deze plek op het begin.
De bomen waren kaal toen ik vertrok
maar nu valt ook hun laatste blad.
Ben ik dan wel weggegaan
vraag ik mij af…
of heb ik hier alleen maar stilgestaan?

Cees Leliveld

Een simpel gedicht op rijm zonder enige pretentie
(het modale Sinterklaasrijm niet te boven gaande)
Alleen voor gebruik in huiselijken kring

Als oud-veerman ben ik al weer jaren met pensioen
maar denk nog vaak met weemoed aan die mooie tijd van toen.
Die mooie tijd van Sex & Drugs & Rock & Roll
heel het brave Holland was toen op den dool.
Na de hit van Drs. P. ontstond het trauma van het heen en weer
met als enig medicijn: men neme drie maal daags het veer.
Jong en oud, arm en rijk, eenieder moest varen met de pont
mijn boot was overvol: men stond eendrachtig kont aan kont.
Heb als veerman toen heel wat hachelijke tochten meegemaakt
en met mijn overladen schuit soms geen kant of wal geraakt.
Ja, het was toen alle dagen vrolijkheid en feest
maar op een kwade dag was ik er toch zowat geweest.
De boot ging schuil in een wolk van alcohol- en and’re damp
voer zonder ‘t minst vermoeden van de naderende ramp.
Sweet Home, Alabama schalde over ‘t water
maar niet voor ons; zo bleek het even later.
Ik stond aan ‘t roer  maar kon zowat geen meter zien
toen kwam de klap: geramd door A Yellow Submarine!
Mijn ouwe boot is toen meteen gezonken
en er zijn ook heel wat passagiers verdronken.
Daarom zeg ik steeds: ga je met een veerpont mee?
leer dan eerst zwemmen met minimaal diploma B!
Ja mensen, al die tijd woonde ik heel fijn Next door to Alice;
U gelooft het niet en zegt Nietes? Ik zeg Welles!

Cees Leliveld

Zou er iets Franser zijn dan Charleville-Mézières?
Alleen de naam al:
spreek die langzaam proevend uit.
Doel van mijn eerste reis naar Frankrijk:
het toen nog onbekende België voorbij!
La Place Ducale:
schitterend vertoon van
Franse superioriteit,
waarbij de Dam verbleekte.
Afdalend naar de Maas vond ik bij toeval
op mijn weg een bronzen beeld,
alweer vervaagd in mijn herinnering
maar dat was dus Rimbaud.
Oh ja, Rimbaud….Hadden we net gehad.
Peinzend heb ik daar een tijd gestaan.

De laatste keer dat ik daar kwam
was in de herfst met “vuilen kouden regen”
ooit als verwijt aan Nederland gericht.
Wij hebben dus de naam
maar Frankrijk kan  er ook wat van.
La Place was een gebit met rotte kiezen
desolate gaten zonder de grandeur van toen.
Mijn dichter heb ik toen niet meer gezien;
misschien omdat ik met iets anders bezig was.
Op zoek naar oorlogsvelden, monumenten
uit de tijd van Rimbaud zijn jaargang zeventien.

Wat is luim en wat is ernst bij deze blik in het verleden
dit kortstondige verwijl bij wat ooit was
of dat misschien alleen zo leek?
‘k Zie hoe de stad zich tooit met city marketing
dringt wervend aan op wat wij moeten zien.
Maar ik zie slechts Rimbaud:
In mijn jaargang zeventien.

Cees Leliveld

Vijftig is eigenlijk best een vriendelijk getal,
bemoedigend zelfs, een steuntje in de rug.
Zelden eindpunt, altijd mijlpaal,
stempelpost, van vlaggen ruim voorzien.
Je hebt nu al een goed eind afgelegd,
maar je weg strekt zich nog verder uit:
het beste deel zit er misschien nog aan te komen.
Strijk even op dat bankje neer
en trek je van dat pas geverfd niets aan!
Blik eens terug op die afgelopen jaren!
Herinner je je die kwieke grijsaard nog
die je schijnbaar toevallig tegenkwam?
Hij riep: nu heb je me gezien!
Dat was wel een AHA Erlebnis, BRAM!
Maar na het feestgedruis komt toch die tweede helft
waarvan je weet: die maakt men zelden vol.
En die garanties uit het verleden
zijn voor de toekomst nog geen resultaat!
Dat weet je allemaal en staat toch op,
hervat je tocht naar een onbekende einder.
Kon je maar altijd vijftig blijven!
Dan was het alle dagen feest
in plaats van een moment, een korte euforie.
Maar: zullen wij die tweede helft samen gaan?
Onderweg lees ik dan voor uit eigen werk
tenzij je dat niet leuk vindt.
Dan gaan we samen zwijgend voort
op weg naar waar de borden wijzen.

Cees Leliveld

Stel dat ik een dochter had gekregen
en niet twee van die bonken kerels,
had  ik haar dan Merel kunnen noemen?
Mijn Merel, de mooiste van de meisjesmerels?

Een ranke Lelie op het Merelveld?
Maar een merel tussen Lelies staat ook goed.
Het Merelveld in Kosovo telde na de Slag
geen merels meer na het verlies van al dat bloed.

 En stel je voor dat ze ooit verliefd zou raken
op zo’n ordinaire Blackbird knul
die Hallo Ouwe tegen me zou zeggen….
of: hou nou eens op met dat gelul.

Voor het zingen had ik het niet hoeven doen
want dat doen alleen de merelmannen.
En ook die associatie met dat wormengedoe
Vermag ik uit mijn blikveld niet te bannen.

Maar ik heb die keus nooit hoeven maken
en heb van meisjes lief en leed dus niets geleerd
nu zijn merels nerveuze wroeters in mijn tuin
zodat door hun gepik mijn border wordt geruïneerd.

Cees Leliveld

Impressies van een argeloze wandelaar, in gesprek met de dieren op het Vogeleiland bij het naderend vertrek van moedertje Wolff

Zie toch eens die ooit zo trotse hanen
zonder spoor van gêne plengen zij hun tranen
en dan die zwaar beveerde reuzenkippen
kunnen niets anders doen dan lopen sippen
vol mededogen kijk ik naar het konijn
dof mompelend zwelgt hij in zijn chagrijn
dan kijk ik in het matte ganzenoog
door leed verduisterd dat er niet om loog
om nog maar te zwijgen van de pauwen
die nog heel lang om u zullen rouwen
ook sprak ik met de hoofdparkiet
hij was íntens geteisterd door verdriet
alle duiven zijn voortijdig in de rui
leken ooit zulke zorgeloze lui
de eksters verkeren in mineur
vlaamse gaai verschiet van kleur
en bij die ooit zo uitgelaten mezen
moet je in deze dagen ook niet wezen
ja, deze zo rustieke waterkant
wordt nu verscheurd door trammelant
kijk nou eens: de vinken in de heg
pinken steels hun traantjes weg
Oh ja, nu vergat ik nog de eenden
hartverscheurend hoe die weenden
de wasbeer kon ik niet zo gauw ontwaren
maar ook die komt nauw’lijks tot bedaren
door hun tranen heen kwetteren de mussen
bedekken moedertje Wolff met hun kussen
en van de altijd nogal norse koeten
krijgt u via mij hun hartelijke groeten
en tot slot krijgt u heel veel natte zoentjes
van uw toegenegen waterhoentjes!
maar: al gaan ze van verdriet er bijna onderdoor
toch zingen zij, verenigd in een koor:
op ons eiland heersen vrede en geluk
Moedertje Wolff kan nooit meer stuk
ten afscheid zwaaiend met een poot of vlerk
zijn wij dankbaar voor haar mooie werk!

Cees Leliveld

Ik weet nog goed
de laatste woorden die ik zei
toen je weggleed
naar het onbekende:
denk aan mij
ik denk aan jou
nu en voor altijd.

Cees Leliveld

Waar zijn uw wrede winters van weleer,
uw ijsverstijfde koninkrijk gebleven,
oh, afgedankte Wintervorst,
in uw ooit meedogenloze tirannie?
Niet langer wordt ons aardse leven
door uw dodelijke hand omklemd.
Ook uw rijk  bleef niet gespaard
voor de warme Golfstroom
van voortgaande feminisering
die al zo vele masculiene burchten trof.
Meisjes staan nu parmantig voor het bord,
leggen jolig de weersverwachting uit,
(opnieuw een lage drukgebied),
waar vroeger de Wijzen uit De Bilt
ons angst aanjoegen met hun
dreigende berichten over sneeuw en ijs.
De zonen van Hendrick Avercamp
kunnen nu geen droog brood meer verdienen.
Soms zien wij een oude bedelaar,
Koning Winter, aan het einde van zijn dagen,
ternauwernood geduld als hij jammert
om een handvol graadjes vorst,
een handjevol maar, echt niet méér.
Où sont les neiges d’antan?
mummelt hij met tandeloze mond.
Mi lanct na die, gheselle mijn,
Du coers die doot, du liet mi tleven…
Maar dit zachtaardig ouwewijvenweer
is voor mij niet waard geleefd te worden.
Stil hoop ik op een bewegingloze nacht
met twintig graden vorst
waarin ik verkruimel en slechts
mijn legende achterlaat.

Cees Leliveld