Cees Leliveld

Soms, heel zelden maar,
beleef je een moment
waarop je denkt,
hoopt,
tegen beter weten in:
dat dit zou mogen duren
tot eeuwig in de tijd.
Maar dan vervliegt de roze schijn
en word je weer omhuld
door de kille nevel
van de aardse werkelijkheid.

Cees Leliveld, januari 2023

Een varkensslager in Neede
kreeg last van zijn gewelddadig verleden.
Ja, hij was wreed voor die zwijntjes!
Doorkliefde zowel grote als kleintjes.
Sindsdien houdt hij zijn mes in de schede.

Een oud-bankdirecteur, woonachtig in Bussum
declareerde ook zijn bezoekjes aan Yab Yum.
Ja, zei-die dan:
ik neem het ervan.
Voor mij is het nog altijd het summum!

Een leraar Duits in het Zeeuwse Renesse
was verslaafd aan jenever met bessen.
Hij kreeg een delier
ging toen over op bier.
Je moet toch wat om je dorst mee te lessen!

Een verpleegkundige in het Gelderse Twello
had wel wat weg van Marilyn Monroe.
Het was echt een stoot,
ze liep ook vaak bloot.
Zo ging ze het liefst op de foto.

Cees Leliveld, december 2022

Onbevangen nader ik het kruispunt.
In alle vroegte al van huis gegaan.
Wanneer ik aan de oversteek begin
wordt plots mijn blikveld uitgewist.
Een windvlaag rukt mij ruw opzij
en dringt het langzaam tot mij door
dat een razend motorvoertuig
deze argeloze fietser
op een haar na heeft gemist.

Cees Leliveld, november 2022

Mijn opa, van vaderszijde, was barbier.
Dat heb ik overigens van horen zeggen
want met een scheerkwast
heb ik hem nooit gezien.
Barbier dus, zij het niet in Sevilla
(die opera ging niet over hem)
maar in een dorp nabij Den Haag
waar ik wel getogen maar
niet geboren ben.
Toen ik hem leerde kennen
was hij al in ruste.
Zat zwijgend bij het raam,
met een half oor luisterend
naar de vage klachten van mijn oma.
Ik heb hem maar heel kort gekend
omdat hij vroegtijdig overleed
toen ik een jaar of elf was.
Hij leek mij toen geen tiep
die voor zijn plezier uit kuieren ging.
En, voor zover ik mij herinner,
verscheen ook geen bascule in ’t verschiet.
Dat is ook wel begrijpelijk
want bij het scheren gebruikte hij die niet.

Cees Leliveld, oktober 2022

U moet met die hitte
wel veel drinken hoor,
zegt de verzorgende tegen mij.
Verzorgende?
Zo iemand noemden wij vroeger: zuster.
Die vormden toen een eindeloze rij:
Zusters van Liefde, Zusters van het Allerheiligst Hart,
Kleine Zusters van de Heilige Joseph,
Zusters van Barmhartigheid, Zusters van de Choorstraat,
Zusters van Julie Postel, Zusters van Schijndel,
Missiezusters van het Kostbaar Bloed,
Missiezusters Dienaressen van de Heilige Geest,
Zusters Ursulinen, Zusters Franciscanessen,
Zusters Dominicanessen, Dochters der Wijsheid,
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid,
Dochters van Onze Lieve Vrouw,
Zusters Karmelietessen, Dienaressen van het Heilig Hart,
Arme Dienstmaagden van Jezus Christus,
Dochters van Maria en Jezus,
Zusters van ‘De Voorzienigheid’,
Zusters van het Arme Kind Jezus,
Zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort,
Zusters van Onze Lieve Vrouw ter Eem….
Kom daar nu nog maar eens om!
Tegenwoordig is een verzorgende soms ook een man.
Zo iemand noemden wij vroeger: broeder.
Zoals daar zijn: de Broeders van….
Maar goed, ik moet veel drinken.
Maar wat? Dat zei zij (of hij) er niet bij!
Op water moeten we besparen.
En lauwe thee? Daar krijg ik buikpijn van.
Ooit maakte men reclame voor Goblet,
de jenever met de zachte g,
en ook de Bokma staat niet langer koud.
’t Is daarom dat ik het maar
bij vin de France of een vino primitivo houd.

Cees Leliveld, augustus 2022

Soms zijn die luchten zo ontzettend blauw,
net, zoals men zegt, de Mediterranee.
Bij edellieden zit het blauw zelfs in het bloed.
Mij staat marine- blauw heel goed,
al was ik nooit een kapitein ter zee.

In mijn jeugd liep ik al tegen blauwtjes aan
(en dan bedoel ik niet die kleine vlindersoort).
Op mijn liefdespad ging niet altijd alles goed;
sloeg blauwe plekken in mijn teer gemoed.
Maar dat soort blauw is nu wel vergaan.

Meen’ge vrouw ontstak in vuur en vlam
bij het lezen van de “Vijftig tinten Grijs”.
De sex daarin was nogal rauw.
In net gezelschap stelt men dat niet op prijs.
aarom kies ik liever voor: “Vijftig tinten Blauw”.

Cees Leliveld, juli 2022

Hé…..daar loopt een dichter!
En, verderop zie ik er nog een.
Waar zij gaan daar lijkt het lichter
alsof de late zon hen nog bescheen.

Het klein Café, nee, niet aan de haven,
maar aan het grote Kerkplein.
Daar willen zij hun ingewand gaan laven
en met hun gezellen zijn.

In het bovenzaaltje saam gekomen
met zang en dans en snarenspel
vertellen zij hun angsten en hun dromen
met wijn of bier, dat helpt wel.

Nimmer worden zij het dichten moe
of worden zij het verzen maken zat.
Zo vaart men maandelijks naar de Hemel toe.
Daartoe maken zij de borsten nat.

Schier oneindig is de stroom uit deze bron
waar men dichterlijke lust en dorst kan stillen.
Ruim elf jaar verstreek nadat dit spel begon
maar nu zouden wij niet meer anders willen.

Cees Leliveld, juni 2022

Ik sta soms samen met je op
of ga met je naar bed.
Vraag mij dan af hoe het
in het echt geweest zou zijn.

In de auto voel ik je naast mij
praat tegen je: zit je lekker?
Mijn hand streelt
een denkbeeldige knie.

Het was in ’58, september naar ik meen.
Hoewel: het zou ook augustus kunnen zijn.
Onze eerste onhandige zoen
bij het afscheid voor jouw deur.

Maar kwetsbaar is een droom
voor de harde hand
van ’s levens wendingen
en de onvermijdelijke keuzes.

Ik hou nog steeds van je
waren jouw laatste woorden,
waarop ik, in mijn laffe vlucht,
jou het antwoord schuldig bleef.

Cees Leliveld, mei 2022

Op zo’n tweehonderd meter bij mij vandaan
begint het Gooikerspark.
Weidse naam voor uitzonderlijk veel gras,
onregelmatig struikgewas
en hier en daar een boom.
Waar zomers schapen grazen,
men in De Ulebelt
voor de kleinsten onder ons
natuureducatie tot leven brengt.

In het park is doorgaans veel beweging
maar op die bewuste avond niet
en trof mijn blik een roerloze gestalte
in elkaar gedoken
op een primitief soort bank.
Daar zat anders nooit iemand!

Een gestalte, wat in elkaar gedoken….
Geen man, dat kan ik aan de kleding zien.
Dan zal het dus een vrouw zijn
al is dat tegenwoordig niet vanzelfsprekend.
Ze zit heel stil en toch houdt iets haar bezig.
Misschien onwel geworden?
In dat geval moet ik er dringend heen.
Geen EHBO diploma maar wel
een mobiele telefoon voor de 1 – 1 – 2.

Misschien zit ze daar gewoon.
Dat kan toch ook?
Ik maak dit even af en kijk dan weer.
Maar dan treft die laatste blik
alleen een lege bank.

Cees Leliveld, maart 2022

Iets voorbij Twello nog wat kilometers over de A 1,
maar links vóór ons komt de Lebuïnus al in zicht.
Ja, Deventer…..daar voert onze thuisreis heen.
In de auto ontstaat al het begin van een gedicht.

Ooit zei iemand op een drukbevolkt Deventer terras:
al die toeristen die je ziet achter hun wijn en bier
die hebben wel veel praatjes na hun zoveelste glas
maar moeten straks weer gaan en wij wonen hier!

Dat woongenot is slechts voor zo’n 100.000 weggelegd,
hoewel de slimste westerlingen inmiddels zijn ontwaakt
en komen nu bij bosjes in onze mooie stad terecht
wat hen nog niet tot echte Deventenaren maakt…

Iets voorbij Twello groeien de rijstroken uit tot vier in getal.
Een dubbele afrit waaiert uit naar centrum en zusterstad.
Waren hier ooit files? Niet meer het geval!
Naar de nieuwe Van der Valk opent zich een Lichtend Pad.

Over het historisch centrum is al veel geschreven en gedicht
maar het nieuwe Deventer komt hier sprankelend tot leven.
Daar werd en wordt beslist iets groots verricht.
Bedenk dit als je binnenrijdt: al is het maar voor even.

Cees Leliveld