Cees Leliveld

U moet met die hitte
wel veel drinken hoor,
zegt de verzorgende tegen mij.
Verzorgende?
Zo iemand noemden wij vroeger: zuster.
Die vormden toen een eindeloze rij:
Zusters van Liefde, Zusters van het Allerheiligst Hart,
Kleine Zusters van de Heilige Joseph,
Zusters van Barmhartigheid, Zusters van de Choorstraat,
Zusters van Julie Postel, Zusters van Schijndel,
Missiezusters van het Kostbaar Bloed,
Missiezusters Dienaressen van de Heilige Geest,
Zusters Ursulinen, Zusters Franciscanessen,
Zusters Dominicanessen, Dochters der Wijsheid,
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid,
Dochters van Onze Lieve Vrouw,
Zusters Karmelietessen, Dienaressen van het Heilig Hart,
Arme Dienstmaagden van Jezus Christus,
Dochters van Maria en Jezus,
Zusters van ‘De Voorzienigheid’,
Zusters van het Arme Kind Jezus,
Zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort,
Zusters van Onze Lieve Vrouw ter Eem….
Kom daar nu nog maar eens om!
Tegenwoordig is een verzorgende soms ook een man.
Zo iemand noemden wij vroeger: broeder.
Zoals daar zijn: de Broeders van….
Maar goed, ik moet veel drinken.
Maar wat? Dat zei zij (of hij) er niet bij!
Op water moeten we besparen.
En lauwe thee? Daar krijg ik buikpijn van.
Ooit maakte men reclame voor Goblet,
de jenever met de zachte g,
en ook de Bokma staat niet langer koud.
’t Is daarom dat ik het maar
bij vin de France of een vino primitivo houd.

Cees Leliveld, augustus 2022

Soms zijn die luchten zo ontzettend blauw,
net, zoals men zegt, de Mediterranee.
Bij edellieden zit het blauw zelfs in het bloed.
Mij staat marine- blauw heel goed,
al was ik nooit een kapitein ter zee.

In mijn jeugd liep ik al tegen blauwtjes aan
(en dan bedoel ik niet die kleine vlindersoort).
Op mijn liefdespad ging niet altijd alles goed;
sloeg blauwe plekken in mijn teer gemoed.
Maar dat soort blauw is nu wel vergaan.

Meen’ge vrouw ontstak in vuur en vlam
bij het lezen van de “Vijftig tinten Grijs”.
De sex daarin was nogal rauw.
In net gezelschap stelt men dat niet op prijs.
aarom kies ik liever voor: “Vijftig tinten Blauw”.

Cees Leliveld, juli 2022

Hé…..daar loopt een dichter!
En, verderop zie ik er nog een.
Waar zij gaan daar lijkt het lichter
alsof de late zon hen nog bescheen.

Het klein Café, nee, niet aan de haven,
maar aan het grote Kerkplein.
Daar willen zij hun ingewand gaan laven
en met hun gezellen zijn.

In het bovenzaaltje saam gekomen
met zang en dans en snarenspel
vertellen zij hun angsten en hun dromen
met wijn of bier, dat helpt wel.

Nimmer worden zij het dichten moe
of worden zij het verzen maken zat.
Zo vaart men maandelijks naar de Hemel toe.
Daartoe maken zij de borsten nat.

Schier oneindig is de stroom uit deze bron
waar men dichterlijke lust en dorst kan stillen.
Ruim elf jaar verstreek nadat dit spel begon
maar nu zouden wij niet meer anders willen.

Cees Leliveld, juni 2022

Ik sta soms samen met je op
of ga met je naar bed.
Vraag mij dan af hoe het
in het echt geweest zou zijn.

In de auto voel ik je naast mij
praat tegen je: zit je lekker?
Mijn hand streelt
een denkbeeldige knie.

Het was in ’58, september naar ik meen.
Hoewel: het zou ook augustus kunnen zijn.
Onze eerste onhandige zoen
bij het afscheid voor jouw deur.

Maar kwetsbaar is een droom
voor de harde hand
van ’s levens wendingen
en de onvermijdelijke keuzes.

Ik hou nog steeds van je
waren jouw laatste woorden,
waarop ik, in mijn laffe vlucht,
jou het antwoord schuldig bleef.

Cees Leliveld, mei 2022

Op zo’n tweehonderd meter bij mij vandaan
begint het Gooikerspark.
Weidse naam voor uitzonderlijk veel gras,
onregelmatig struikgewas
en hier en daar een boom.
Waar zomers schapen grazen,
men in De Ulebelt
voor de kleinsten onder ons
natuureducatie tot leven brengt.

In het park is doorgaans veel beweging
maar op die bewuste avond niet
en trof mijn blik een roerloze gestalte
in elkaar gedoken
op een primitief soort bank.
Daar zat anders nooit iemand!

Een gestalte, wat in elkaar gedoken….
Geen man, dat kan ik aan de kleding zien.
Dan zal het dus een vrouw zijn
al is dat tegenwoordig niet vanzelfsprekend.
Ze zit heel stil en toch houdt iets haar bezig.
Misschien onwel geworden?
In dat geval moet ik er dringend heen.
Geen EHBO diploma maar wel
een mobiele telefoon voor de 1 – 1 – 2.

Misschien zit ze daar gewoon.
Dat kan toch ook?
Ik maak dit even af en kijk dan weer.
Maar dan treft die laatste blik
alleen een lege bank.

Cees Leliveld, maart 2022

Iets voorbij Twello nog wat kilometers over de A 1,
maar links vóór ons komt de Lebuïnus al in zicht.
Ja, Deventer…..daar voert onze thuisreis heen.
In de auto ontstaat al het begin van een gedicht.

Ooit zei iemand op een drukbevolkt Deventer terras:
al die toeristen die je ziet achter hun wijn en bier
die hebben wel veel praatjes na hun zoveelste glas
maar moeten straks weer gaan en wij wonen hier!

Dat woongenot is slechts voor zo’n 100.000 weggelegd,
hoewel de slimste westerlingen inmiddels zijn ontwaakt
en komen nu bij bosjes in onze mooie stad terecht
wat hen nog niet tot echte Deventenaren maakt…

Iets voorbij Twello groeien de rijstroken uit tot vier in getal.
Een dubbele afrit waaiert uit naar centrum en zusterstad.
Waren hier ooit files? Niet meer het geval!
Naar de nieuwe Van der Valk opent zich een Lichtend Pad.

Over het historisch centrum is al veel geschreven en gedicht
maar het nieuwe Deventer komt hier sprankelend tot leven.
Daar werd en wordt beslist iets groots verricht.
Bedenk dit als je binnenrijdt: al is het maar voor even.

Cees Leliveld

Soms, als ik snak naar een AH Erlebnis,
spoed ik mij naar het dichtstbijzijnde filiaal,
niet om in de Heer maar in de Bonus te zijn!
Dat is het lekkere van Albert Heijn.

En dan Jumbo, lage prijzen.
Ook een voorbeeld van netheid en fatsoen!
Dus daar is het leuk boodschappen doen.

Zoekt u niet iets gewoons
maar eerder iets van Delicieux?
Dan is Lidl de bestemming van uw reis
met de hoogste kwaliteit voor de laagste prijs.

Tweemaal min is Plus!
Ja, die luitjes zijn echt niet van gisteren.
Je vraagt je af hoe of het kan:
Gezond eten! Daar houden ze van.

Ik noem ook Dirk
Een van de kleinsten in het spel.
Heeft qua volume niet veel te betekenen.
Maar: Op Dirk kun je rekenen!

Meer krijgen en minder betalen?
Bekijk het even snel!
Aldi. Natuurlijk wel.

Cees Leliveld

Hoge bomen, die vangen veel wind:
waarheid als een koe, wijsheid van een kind.
Onze groene vrienden worden niet overal bemind,
niet eenieder rekent zichzelve tot hun vrind,
men in ‘t Amazonewoud veel lege plekken vindt.
Omgezet in luxe meubels en imposant gebint
waarmee men grote sommen gelds gewint.
Maar ook in Nederland verdwijnen ze gezwind
Al wordt door hen veel schadelijke CO 2 geïnd.
Helaas belaagd door kevers, torren en ook spint.
Alweer een nieuwe weg? Van asfalt of van grind?
Dan zeg ik (tis meer bedoeld als hint):
Bezint u toch, voordat ge ermee begint!
Want anders gaan actievoerders door het lint,
tarten de ME, aan hun lievelingen vastgepind.
Ja, het hoog geboomte ben ik zeer goed gezind!
In de herfst verandert hun blad zo mooi van tint.
Maanbeschenen verwelkomen zij ook de Sint.
Nu weet u dus wat mij aan hoge bomen bindt:
bedenk dit eens als u ze zich ziet krommen
onder de harde wind.

Cees Leliveld, februari 2022

Ieder jaar en altijd in de maand april,
je kunt er vóór zijn of er tegen,
verschijnt, als teken van Zijn Koninklijke Wil,
de onvermijdelijke lintjesregen.

Welke borst zal de onderscheiding mogen dragen,
leidend tot ontroering en ook dankbaarheid,
ten teken van des Konings Welbehagen,
in diep geheim en stilte voorbereid?

Toch blijven velen van het erelint verstoken,
dat zij wel zouden verdienen, zeker en gewis.
Maar ooit worden zij wellicht toch eervol toegesproken,
wanneer hun lintje in de regen ook voor hen gekomen is.

Cees Leliveld, november 2021

Ooit was ik een jongling met blond krullend haar.
Liep als kind heel wat af, van heinde naar ver.
Lichtvoetig en dartel was ik, het viel mij niet zwaar.
Met het verstrijken der jaren verbleekte mijn ster.

Nu rest mij nog slechts de schaduw van een roemrijk verleden.
Mijn haar is nu grijs, mijn leden zijn stram,
niet langer doorschrijd ik de landen, de dorpen en steden,
viel ten prooi aan verval, dat geleidelijk kwam.

Ach, ver weg is de tijd dat ik moeiteloos bergen beklom,
in brandende hitte, in loeiende storm, in gutsende regen.
Met een noodgang naar boven en lachend weerom,
het deerde mij niet: kon overal tegen.

Of anders, een dagmars met dubbele cijfers in mijl’
over meerdere dagen met slechts ‘s avonds wat rust,
in moordend tempo, waarbij soms enig verwijl’
met Wein, Weib und Gesang, in uitbundige lust.

Mij ziende, hoe ik nu ben, zult u mij nauw’lijks geloven
hoe ik ging door de steppen, de wouden, het land van de boeren…
Maar die herinneringen komen bij mij weer naadloos naar boven.
Ja, die beelden van toen kunnen mij nog hevig ontroeren.

Maar, nu is het gedaan zei de koopman met een lugubere grijns:
er is een tijd van komen en een tijd van gaan.
Ik ontstak wel in drift maar verzonk ook in gepeins
dat ik het sloopwerk der jaren niet had kunnen weerstaan.

Toch zou ik nog één keer door het lint willen gaan
zodat er nog heel lang over mij wordt verteld:
hij heeft de kramp in zijn benen en de blaren doorstaan.
Op zijn oude dag werd hij toch nog een held!

Cees Leliveld, Texel, oktober 2021