Cees Leliveld

Ik sta soms samen met je op
of ga met je naar bed.
Vraag mij dan af hoe het
in het echt geweest zou zijn.

In de auto voel ik je naast mij
praat tegen je: zit je lekker?
Mijn hand streelt
een denkbeeldige knie.

Het was in ’58, september naar ik meen.
Hoewel: het zou ook augustus kunnen zijn.
Onze eerste onhandige zoen
bij het afscheid voor jouw deur.

Maar kwetsbaar is een droom
voor de harde hand
van ’s levens wendingen
en de onvermijdelijke keuzes.

Ik hou nog steeds van je
waren jouw laatste woorden,
waarop ik, in mijn laffe vlucht,
jou het antwoord schuldig bleef.

Cees Leliveld, mei 2022

Op zo’n tweehonderd meter bij mij vandaan
begint het Gooikerspark.
Weidse naam voor uitzonderlijk veel gras,
onregelmatig struikgewas
en hier en daar een boom.
Waar zomers schapen grazen,
men in De Ulebelt
voor de kleinsten onder ons
natuureducatie tot leven brengt.

In het park is doorgaans veel beweging
maar op die bewuste avond niet
en trof mijn blik een roerloze gestalte
in elkaar gedoken
op een primitief soort bank.
Daar zat anders nooit iemand!

Een gestalte, wat in elkaar gedoken….
Geen man, dat kan ik aan de kleding zien.
Dan zal het dus een vrouw zijn
al is dat tegenwoordig niet vanzelfsprekend.
Ze zit heel stil en toch houdt iets haar bezig.
Misschien onwel geworden?
In dat geval moet ik er dringend heen.
Geen EHBO diploma maar wel
een mobiele telefoon voor de 1 – 1 – 2.

Misschien zit ze daar gewoon.
Dat kan toch ook?
Ik maak dit even af en kijk dan weer.
Maar dan treft die laatste blik
alleen een lege bank.

Cees Leliveld, maart 2022

Iets voorbij Twello nog wat kilometers over de A 1,
maar links vóór ons komt de Lebuïnus al in zicht.
Ja, Deventer…..daar voert onze thuisreis heen.
In de auto ontstaat al het begin van een gedicht.

Ooit zei iemand op een drukbevolkt Deventer terras:
al die toeristen die je ziet achter hun wijn en bier
die hebben wel veel praatjes na hun zoveelste glas
maar moeten straks weer gaan en wij wonen hier!

Dat woongenot is slechts voor zo’n 100.000 weggelegd,
hoewel de slimste westerlingen inmiddels zijn ontwaakt
en komen nu bij bosjes in onze mooie stad terecht
wat hen nog niet tot echte Deventenaren maakt…

Iets voorbij Twello groeien de rijstroken uit tot vier in getal.
Een dubbele afrit waaiert uit naar centrum en zusterstad.
Waren hier ooit files? Niet meer het geval!
Naar de nieuwe Van der Valk opent zich een Lichtend Pad.

Over het historisch centrum is al veel geschreven en gedicht
maar het nieuwe Deventer komt hier sprankelend tot leven.
Daar werd en wordt beslist iets groots verricht.
Bedenk dit als je binnenrijdt: al is het maar voor even.

Cees Leliveld

Soms, als ik snak naar een AH Erlebnis,
spoed ik mij naar het dichtstbijzijnde filiaal,
niet om in de Heer maar in de Bonus te zijn!
Dat is het lekkere van Albert Heijn.

En dan Jumbo, lage prijzen.
Ook een voorbeeld van netheid en fatsoen!
Dus daar is het leuk boodschappen doen.

Zoekt u niet iets gewoons
maar eerder iets van Delicieux?
Dan is Lidl de bestemming van uw reis
met de hoogste kwaliteit voor de laagste prijs.

Tweemaal min is Plus!
Ja, die luitjes zijn echt niet van gisteren.
Je vraagt je af hoe of het kan:
Gezond eten! Daar houden ze van.

Ik noem ook Dirk
Een van de kleinsten in het spel.
Heeft qua volume niet veel te betekenen.
Maar: Op Dirk kun je rekenen!

Meer krijgen en minder betalen?
Bekijk het even snel!
Aldi. Natuurlijk wel.

Cees Leliveld

Hoge bomen, die vangen veel wind:
waarheid als een koe, wijsheid van een kind.
Onze groene vrienden worden niet overal bemind,
niet eenieder rekent zichzelve tot hun vrind,
men in ‘t Amazonewoud veel lege plekken vindt.
Omgezet in luxe meubels en imposant gebint
waarmee men grote sommen gelds gewint.
Maar ook in Nederland verdwijnen ze gezwind
Al wordt door hen veel schadelijke CO 2 geïnd.
Helaas belaagd door kevers, torren en ook spint.
Alweer een nieuwe weg? Van asfalt of van grind?
Dan zeg ik (tis meer bedoeld als hint):
Bezint u toch, voordat ge ermee begint!
Want anders gaan actievoerders door het lint,
tarten de ME, aan hun lievelingen vastgepind.
Ja, het hoog geboomte ben ik zeer goed gezind!
In de herfst verandert hun blad zo mooi van tint.
Maanbeschenen verwelkomen zij ook de Sint.
Nu weet u dus wat mij aan hoge bomen bindt:
bedenk dit eens als u ze zich ziet krommen
onder de harde wind.

Cees Leliveld, februari 2022

Ieder jaar en altijd in de maand april,
je kunt er vóór zijn of er tegen,
verschijnt, als teken van Zijn Koninklijke Wil,
de onvermijdelijke lintjesregen.

Welke borst zal de onderscheiding mogen dragen,
leidend tot ontroering en ook dankbaarheid,
ten teken van des Konings Welbehagen,
in diep geheim en stilte voorbereid?

Toch blijven velen van het erelint verstoken,
dat zij wel zouden verdienen, zeker en gewis.
Maar ooit worden zij wellicht toch eervol toegesproken,
wanneer hun lintje in de regen ook voor hen gekomen is.

Cees Leliveld, november 2021

Ooit was ik een jongling met blond krullend haar.
Liep als kind heel wat af, van heinde naar ver.
Lichtvoetig en dartel was ik, het viel mij niet zwaar.
Met het verstrijken der jaren verbleekte mijn ster.

Nu rest mij nog slechts de schaduw van een roemrijk verleden.
Mijn haar is nu grijs, mijn leden zijn stram,
niet langer doorschrijd ik de landen, de dorpen en steden,
viel ten prooi aan verval, dat geleidelijk kwam.

Ach, ver weg is de tijd dat ik moeiteloos bergen beklom,
in brandende hitte, in loeiende storm, in gutsende regen.
Met een noodgang naar boven en lachend weerom,
het deerde mij niet: kon overal tegen.

Of anders, een dagmars met dubbele cijfers in mijl’
over meerdere dagen met slechts ‘s avonds wat rust,
in moordend tempo, waarbij soms enig verwijl’
met Wein, Weib und Gesang, in uitbundige lust.

Mij ziende, hoe ik nu ben, zult u mij nauw’lijks geloven
hoe ik ging door de steppen, de wouden, het land van de boeren…
Maar die herinneringen komen bij mij weer naadloos naar boven.
Ja, die beelden van toen kunnen mij nog hevig ontroeren.

Maar, nu is het gedaan zei de koopman met een lugubere grijns:
er is een tijd van komen en een tijd van gaan.
Ik ontstak wel in drift maar verzonk ook in gepeins
dat ik het sloopwerk der jaren niet had kunnen weerstaan.

Toch zou ik nog één keer door het lint willen gaan
zodat er nog heel lang over mij wordt verteld:
hij heeft de kramp in zijn benen en de blaren doorstaan.
Op zijn oude dag werd hij toch nog een held!

Cees Leliveld, Texel, oktober 2021

Laatst zag ik een hinde lopen,
-zelf lag ik in een hinde(r)laag-
Allerlei gedierte kwam voorbij gekropen,
sommigen best snel, anderen juist traag.

Een hinde is helaas geen fabeldier,
het is altijd weer een vos, een haas, soms een konijn.
Of dat gezever over die krekel en de mier;
dat is voor zo’n hinde echt niet fijn.

Ik benaderde het ranke dier met omzichtigheid
en fluisterde: mijn bedoelingen zijn echt niet oneerbaar.
De hinde zei: Nou ja, ik maak wel even tijd.
Voor een tiep als jij zie ik geen gevaar.

Weet je, en vertel dit vooral niet verder:
ik had laatst een one night stand met een Duitse herder.
Ach, zo’n fabel! Dat vind ik maar zo zo.
Maar die Duitser bracht mij echt van mijn à propos!

Dus, zoek je voor je fabel nog een stel?
Bel dan Günther! Met hem samen wil ik wel.
Ach, die Günther! Wat was dat een mooie tijd…
Zo’n lieverd, die wel blaft maar zelden bijt.

Nou, ik ga er weer vandoor, want thuis wachten man en kind.
Het ga je goed en blijf vooral gezond.
Verdwijn nu uit het bos opdat de jager mij niet vindt.
Maar schiet een beetje op met die fabel van de hinde en de hond!

Cees Leliveld, september 2021

(zomer 2021)

Ooit aan een investeerdersroes,
een architectendroom ontsproten…
in gedurfde lijnen, samenvloeiend
tot het uitdagende contour
van een nieuw heiligdom,
gewijd aan de waan der consumenten,
een lokkend paradijs voor de kooplustigen.
Waar geen winkelketen zou ontbreken,
in hun jacht op de toen nog harde guldens
die hier, in kolkende stromen
hun bestemming zouden vinden.

Maar de sporen der jaren
werden zichtbaar in vervagende kleuren.
Een sluier van grauw kroop sluipend
over muren en daken,
beet zich vast in een grof craquelé.

Op het gebarsten, blakerend beton
staan, verspreid in kleine kuddes,
de auto’s, lijdzaam wachtend
op de terugkeer van hun meesters.

Ik bezie het winkelend publiek
dat in kleine , trage windingen
langs de winkelramen golft,
om aan het einde, moegestreden,
koers te zetten naar het voertuig,
al dan niet motorisch aangedreven,
dat hen hier bracht.

Ik kwam, ik zag en overwon
mijn gevoel van leegte en melancholie.
Zette mijn fiets weer in beweging
omdat het tijd werd voor de terugreis
huiswaarts, langs de vertrouwde wegen.

Cees Leliveld (juli 2021)

Wie zei daar dat God niet bestaat?
Echt wel! 
Alleen, die voorheen zo bloeiende praktijk
heeft God moeten overdoen
aan een private investeerder.
Al dat gedoe met digitalisering,
schaalvergroting, personeelsproblemen,
werd God wat te veel.
Ziet nu vanuit de verte toe.

Heel toevallig kwam ik God nog tegen
tijdens een wandeling door bos en veld.
Wel oud geworden vond ik, en ook wat onzeker,
niet meer de geweldenaar van het Oude Testament.

Hoe gaat het met Maria? vroeg ik
want je moet toch ergens mee beginnen.
Maria…zei God zacht en er trok een wolk
over het Goddelijk gelaat.
Die is, na Haar Hemelvaart,
je weet wel, op de vijftiende augustus,
nooit meer terug gekomen.
De dood van onze Zoon,
ooit onbevlekt ontvangen…

Er viel een stilte en ik zei:
Nou, dan eh, dan wens ik u het beste.
Ga met God wilde ik nog zeggen
maar hield mij bijtijds nog in.
En toen was God plotseling verdwenen,
net of hij/zij er nooit was geweest…
Maar ik wist wel beter want ik dacht:
wij zien elkaar wel weer.

Cees Leliveld  (juli 2021)