Cees Leliveld

Wie zei daar dat God niet bestaat?
Echt wel! 
Alleen, die voorheen zo bloeiende praktijk
heeft God moeten overdoen
aan een private investeerder.
Al dat gedoe met digitalisering,
schaalvergroting, personeelsproblemen,
werd God wat te veel.
Ziet nu vanuit de verte toe.

Heel toevallig kwam ik God nog tegen
tijdens een wandeling door bos en veld.
Wel oud geworden vond ik, en ook wat onzeker,
niet meer de geweldenaar van het Oude Testament.

Hoe gaat het met Maria? vroeg ik
want je moet toch ergens mee beginnen.
Maria…zei God zacht en er trok een wolk
over het Goddelijk gelaat.
Die is, na Haar Hemelvaart,
je weet wel, op de vijftiende augustus,
nooit meer terug gekomen.
De dood van onze Zoon,
ooit onbevlekt ontvangen…

Er viel een stilte en ik zei:
Nou, dan eh, dan wens ik u het beste.
Ga met God wilde ik nog zeggen
maar hield mij bijtijds nog in.
En toen was God plotseling verdwenen,
net of hij/zij er nooit was geweest…
Maar ik wist wel beter want ik dacht:
wij zien elkaar wel weer.

Cees Leliveld  (juli 2021)

’t Is niet dat ik een hekel aan de herfst heb…
Neuh. Maar de lente is mij liever
met haar dromerige beloftes
van opwaaiende zomerjurkjes
en lange, zwoele avonden
met eindeloze gesprekken over niets,
levenslustige bejaarden,
vreedzaam tourend op hun E-bikes,
opgaand in het zonbeschenen landschap.
Want: Gij zult genieten!
Maar goed, de herfst dus,
morsige aanzegger van de grauwe winter,
waarin Lidl ons met glanzende brochures
de snel slinkende Euro’s wil ontrukken.
Hun soft porno beelden brengen ons
tot bronstig hijgen bij het zien
van wellustig uitgestrekt gebraad
en fonkelende wijnen in een eindeloze overvloed,
de Kampioen ons meetroont op weer
zo’n uitgelaten wandeling
door onze schaarse bossen,
in opperste verrukking voor de foto,
wadend door golven van gevallen blad.
Maar: de horeca is dicht
en dat blijft voorlopig zo.

Cees Leliveld, november 2020

Een loflied op de Pluk ze wetgeving

Nimmer wordt het hart des braven burgermans
meer door vreugdegolven overspoeld
als door een geslaagde actie van een arrestatieteam
een bende boeven in verzekerde bewaring wordt gesteld.

Maar het mooiste moet nog komen
wanneer hun gestolen goed of anderszins
illegaal verkregen waar ter spekking
van ’s Rijks Schatkist
in openbare verkoop aangeboden wordt.

De dure Bentley’s, de haast obscene Maserati’s,
ooit door misdaad hand bestuurd
staan nu gereed om voor een redelijke som
door een lelieblanke burger te worden ingenomen.

Ja, pluk ze! Pluk ze kaal, die dieven,
de grote jongens van de pillen en de drugs,
schud ze leeg, plunder hun witgewassen rekeningen
en breng iets van rechtvaardigheid terug.

Cees Leliveld, oktober 2020

U en ik moeten het helaas slechts doen
met wie of wat ik ben of hoe ik lijk.
Soms ontwaakt in mij een ongekende kampioen
als ik afdaal in mijn dromenrijk.

Mijn verzameld werk: bekroond met PC Hooft!
Of als zegevierend veldheer van de Langste Dag.
Weliswaar is er geen hond die dat gelooft,
maar het zijn maar dromen, dus het mag.

In films schitter ik als schurk of held,
heb ook een daverend succes op het toneel.
De Keukenhof: een onafzienbaar, wuivend lelieveld!
Ja, al die glamour wordt dan toch wat veel.

Of ik verschijn als Zomergast op de tv,
vertel ik over mijn roemrijk verleden.
Miljoenen kijkers leven huiverend mee:
al had ik liever niet dat zij dat deden.

Zo ga je haast nog denken dat je iets bijzonders bent,
terwijl alles wijst op je middelmatigheid!
Ben ik dan niets meer dan een saaie, ouwe vent
of heb ik toch net dat beetje extra kwaliteit?

Ik ben bang dat die twijfel nog lang blijven zal,
heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees.
Het blijft tobben in dit aardse tranendal
en zeker als ik zoveel betere gedichten lees.

Toch blijft de hoop: tegen beter weten in.
Heb mij verzoend met mijn kabbelend bestaan.
Geloven in jezelf geeft je leven zin
en blijft je droom nooit ver van je vandaan.


Cees Leliveld

Als de afspraak is gemaakt
over locatie, datum en het uur,
in de agenda vastgelegd,
bevind ik mij
na enig tijdsverloop
aan onze vaste tafel
en wordt
het samenstel der delen
van onze lunch besteld,
waarna de conversatiestroom
in golven over tafel gaat
langs aardewerk en bestek.
Ook het voedsel vindt zijn weg
waarvoor een handvol eieren,
in de schaal gebroken,
als basis heeft gediend.
De gedachtewereld van de een
wordt uitgesproken en
vloeit samen
met die van de ander.
Vindt zowel zijn einde
als een nieuw begin.
Dan wijst de klok meedogenloos
het uur van afscheid,
worden jassen aangetrokken.
Buiten wacht
al naargelang het weerbericht
de auto of de fiets.

Cees Leliveld (november 2019)


(Herinneringen aan mijn Rijke Roomse Jeugd)

Als ik denk aan Allerzielen
(wat ik de laatste jaren niet meer doe)
ga ik in gedachten terug
als kind naar mijn voormalig dorp,
destijds bewoond door neringdoenden,
boeren, burgers, buitenlui,
en kleine tuinders, van de kouwe grond,
die met hun volgeladen platte schuiten
naar de groenteveiling voeren
waar men zelfs de keuze had uit twee:
een met het stempel “katholiek’’,
waardoor God’s vruchten
net dat streepje extra kregen,
de andere van coöperatieve snit
met weliswaar dezelfde gewassen
maar toch: andersdenkend!
Ik dwaal af:
zou het over Allerzielen hebben.
Dat was altijd een dag vol schrik en angst
voor wat je in je laatste uur
te wachten stond:
eeuwig branden in de hel
of (in het gunstigste geval)
een tijdlang stoven in het vagevuur.
Gelukkig bood de Kerk ook uitkomst:
door gebeden en in prevelende ommegang
gaf Zij je de kans een aflaat te verdienen.
Een soort van korting
op de dagen in het vuur.
Voor andere zielen bad ik niet,
laat staan voor Aller zielenheil.
Aan de mijne
had ik al mijn handen vol.

Cees Leliveld

Eind oktober:
het zomers leven weggesijpeld.
De bleke zon
werpt nog een laatste blik
op stervend blad
en grauw verdorde bloemen.
Dan dwarrelt plots
een late vlinder
door de tuin,
op zoek naar iets
dat niet meer is te vinden.

Cees Leliveld

U was nog nooit in Deventer, zei u?
Dan bent u hier vandaag dus voor het eerst…
Oh, u had de stad wel op tv gezien
maar nu dus in het echt.

Wat viel u nou het meeste op?
De Lebuïnus, ja, De Waag, ook goed…
De Brink, natuurlijk, het Noordenbergkwartier
en ook die pittoreske Muntengang…
Maar, wat vond u van de Bokkingshang?
Oh, u reed daar alleen om te parkeren…
en niet vanwege die vriendelijke dames daar?

En….de IJssel, wat vond u daar nou van?
Viel een beetje tegen in haar zomerbed?
Ja, dan had u hier….wat zeg ik…
een paar winters eerder moeten wezen!
Toen stond het water op de Welle
tot aan de huizen, zo waar als ik hier sta.
Zandzakken voor de deur!

Ook het Geert Groote Huis gezien?
Gewijd aan onze beroemdste stadsgenoot,
Wel een hele tijd geleden hoor
maar toch…hem vergeten doen wij niet!

U moet er weer vandoor begrijp ik.
Wat zei u? Roelofarendsveen?
Tja, dat is wel een heel verschil natuurlijk
en daarom komt u ook weer spoedig terug.

Ja, ja de boekenmarkt is op
de eerste zondag van augustus.
Wellicht ontmoeten wij elkaar dan weer.
Voor nu een goede reis en gaat u vooral
nog even langs de Maagd van Deventer.
Op de Brink, ja.
Het is net Wilhelmina in haar jonge jaren
maar dat lijkt alleen maar zo.

Cees Leliveld

We tekenden voor rozengeur en maneschijn…
Nou ja, behoedzaam en met mate.
Maar de maanverlichte nachten bleven weg.
We keken niet meer samen naar de sterren,
zagen enkel nog
die verlepte bloemen
in hun stinkend water staan.
Zeg me waar ik heb gefaald,
waar ik de aansluiting heb gemist,
wanneer ik opgehouden ben naar je te luisteren.
Nog even en ons levensboek slaat dicht.
Maar als ik naar je kijk
dan denk ik
ja, je haar zit leuk
en je ruikt altijd zo lekker…
Morgen zal ik rozen voor je kopen
en misschien gaan dromen
van een nieuw begin.

Cees Leliveld

(Een avond op de schietvereniging)

De avond valt, evenals het eerste schot
uit een lucht- of vuur gedreven wapen.
Ernstige mannen , achter hun geweer gelegen,
vuren schoten af op doelen in de verte.
Gehoorbeschermers zijn aan te raden
bij het monotoon geknal
dat de trommelvliezen bijkans scheuren doet.
Voor de beginners zijn aparte banen
waarop men houding, adem, afdruk oefent
tot men de fase heeft bereikt
waar men tot alle kalibers toegelaten wordt.
Ik streel de kolf en de loop
van mijn vervaarlijk uitziend luchtgeweer,
neem het in de hand,
zet het in mijn schouder
en druk, zoals voorgeschreven af.
Dan: genoeg geschoten voor vanavond.
Het edele profiel van hout en staal
wordt weer door het foedraal omsloten.
Het blikje met munitie rammelt in mijn zak.
Inmiddels wenkt de bar
voor een biertje en de befaamde bal gehakt.
Waar menig sterk verhaal
de aandacht strak gespannen houdt
totdat ook hier de droom vervliegt.
De deur slaat dicht en….
zoekend in de kille nevel
herken ik de contouren van mijn auto.

Cees Leliveld