Cees Leliveld

Ooit was ik een jongling met blond krullend haar.
Liep als kind heel wat af, van heinde naar ver.
Lichtvoetig en dartel was ik, het viel mij niet zwaar.
Met het verstrijken der jaren verbleekte mijn ster.

Nu rest mij nog slechts de schaduw van een roemrijk verleden.
Mijn haar is nu grijs, mijn leden zijn stram,
niet langer doorschrijd ik de landen, de dorpen en steden,
viel ten prooi aan verval, dat geleidelijk kwam.

Ach, ver weg is de tijd dat ik moeiteloos bergen beklom,
in brandende hitte, in loeiende storm, in gutsende regen.
Met een noodgang naar boven en lachend weerom,
het deerde mij niet: kon overal tegen.

Of anders, een dagmars met dubbele cijfers in mijl’
over meerdere dagen met slechts ‘s avonds wat rust,
in moordend tempo, waarbij soms enig verwijl’
met Wein, Weib und Gesang, in uitbundige lust.

Mij ziende, hoe ik nu ben, zult u mij nauw’lijks geloven
hoe ik ging door de steppen, de wouden, het land van de boeren…
Maar die herinneringen komen bij mij weer naadloos naar boven.
Ja, die beelden van toen kunnen mij nog hevig ontroeren.

Maar, nu is het gedaan zei de koopman met een lugubere grijns:
er is een tijd van komen en een tijd van gaan.
Ik ontstak wel in drift maar verzonk ook in gepeins
dat ik het sloopwerk der jaren niet had kunnen weerstaan.

Toch zou ik nog één keer door het lint willen gaan
zodat er nog heel lang over mij wordt verteld:
hij heeft de kramp in zijn benen en de blaren doorstaan.
Op zijn oude dag werd hij toch nog een held!

Cees Leliveld, Texel, oktober 2021

Laatst zag ik een hinde lopen,
-zelf lag ik in een hinde(r)laag-
Allerlei gedierte kwam voorbij gekropen,
sommigen best snel, anderen juist traag.

Een hinde is helaas geen fabeldier,
het is altijd weer een vos, een haas, soms een konijn.
Of dat gezever over die krekel en de mier;
dat is voor zo’n hinde echt niet fijn.

Ik benaderde het ranke dier met omzichtigheid
en fluisterde: mijn bedoelingen zijn echt niet oneerbaar.
De hinde zei: Nou ja, ik maak wel even tijd.
Voor een tiep als jij zie ik geen gevaar.

Weet je, en vertel dit vooral niet verder:
ik had laatst een one night stand met een Duitse herder.
Ach, zo’n fabel! Dat vind ik maar zo zo.
Maar die Duitser bracht mij echt van mijn à propos!

Dus, zoek je voor je fabel nog een stel?
Bel dan Günther! Met hem samen wil ik wel.
Ach, die Günther! Wat was dat een mooie tijd…
Zo’n lieverd, die wel blaft maar zelden bijt.

Nou, ik ga er weer vandoor, want thuis wachten man en kind.
Het ga je goed en blijf vooral gezond.
Verdwijn nu uit het bos opdat de jager mij niet vindt.
Maar schiet een beetje op met die fabel van de hinde en de hond!

Cees Leliveld, september 2021

(zomer 2021)

Ooit aan een investeerdersroes,
een architectendroom ontsproten…
in gedurfde lijnen, samenvloeiend
tot het uitdagende contour
van een nieuw heiligdom,
gewijd aan de waan der consumenten,
een lokkend paradijs voor de kooplustigen.
Waar geen winkelketen zou ontbreken,
in hun jacht op de toen nog harde guldens
die hier, in kolkende stromen
hun bestemming zouden vinden.

Maar de sporen der jaren
werden zichtbaar in vervagende kleuren.
Een sluier van grauw kroop sluipend
over muren en daken,
beet zich vast in een grof craquelé.

Op het gebarsten, blakerend beton
staan, verspreid in kleine kuddes,
de auto’s, lijdzaam wachtend
op de terugkeer van hun meesters.

Ik bezie het winkelend publiek
dat in kleine , trage windingen
langs de winkelramen golft,
om aan het einde, moegestreden,
koers te zetten naar het voertuig,
al dan niet motorisch aangedreven,
dat hen hier bracht.

Ik kwam, ik zag en overwon
mijn gevoel van leegte en melancholie.
Zette mijn fiets weer in beweging
omdat het tijd werd voor de terugreis
huiswaarts, langs de vertrouwde wegen.

Cees Leliveld (juli 2021)

Wie zei daar dat God niet bestaat?
Echt wel! 
Alleen, die voorheen zo bloeiende praktijk
heeft God moeten overdoen
aan een private investeerder.
Al dat gedoe met digitalisering,
schaalvergroting, personeelsproblemen,
werd God wat te veel.
Ziet nu vanuit de verte toe.

Heel toevallig kwam ik God nog tegen
tijdens een wandeling door bos en veld.
Wel oud geworden vond ik, en ook wat onzeker,
niet meer de geweldenaar van het Oude Testament.

Hoe gaat het met Maria? vroeg ik
want je moet toch ergens mee beginnen.
Maria…zei God zacht en er trok een wolk
over het Goddelijk gelaat.
Die is, na Haar Hemelvaart,
je weet wel, op de vijftiende augustus,
nooit meer terug gekomen.
De dood van onze Zoon,
ooit onbevlekt ontvangen…

Er viel een stilte en ik zei:
Nou, dan eh, dan wens ik u het beste.
Ga met God wilde ik nog zeggen
maar hield mij bijtijds nog in.
En toen was God plotseling verdwenen,
net of hij/zij er nooit was geweest…
Maar ik wist wel beter want ik dacht:
wij zien elkaar wel weer.

Cees Leliveld  (juli 2021)

’t Is niet dat ik een hekel aan de herfst heb…
Neuh. Maar de lente is mij liever
met haar dromerige beloftes
van opwaaiende zomerjurkjes
en lange, zwoele avonden
met eindeloze gesprekken over niets,
levenslustige bejaarden,
vreedzaam tourend op hun E-bikes,
opgaand in het zonbeschenen landschap.
Want: Gij zult genieten!
Maar goed, de herfst dus,
morsige aanzegger van de grauwe winter,
waarin Lidl ons met glanzende brochures
de snel slinkende Euro’s wil ontrukken.
Hun soft porno beelden brengen ons
tot bronstig hijgen bij het zien
van wellustig uitgestrekt gebraad
en fonkelende wijnen in een eindeloze overvloed,
de Kampioen ons meetroont op weer
zo’n uitgelaten wandeling
door onze schaarse bossen,
in opperste verrukking voor de foto,
wadend door golven van gevallen blad.
Maar: de horeca is dicht
en dat blijft voorlopig zo.

Cees Leliveld, november 2020

Een loflied op de Pluk ze wetgeving

Nimmer wordt het hart des braven burgermans
meer door vreugdegolven overspoeld
als door een geslaagde actie van een arrestatieteam
een bende boeven in verzekerde bewaring wordt gesteld.

Maar het mooiste moet nog komen
wanneer hun gestolen goed of anderszins
illegaal verkregen waar ter spekking
van ’s Rijks Schatkist
in openbare verkoop aangeboden wordt.

De dure Bentley’s, de haast obscene Maserati’s,
ooit door misdaad hand bestuurd
staan nu gereed om voor een redelijke som
door een lelieblanke burger te worden ingenomen.

Ja, pluk ze! Pluk ze kaal, die dieven,
de grote jongens van de pillen en de drugs,
schud ze leeg, plunder hun witgewassen rekeningen
en breng iets van rechtvaardigheid terug.

Cees Leliveld, oktober 2020

U en ik moeten het helaas slechts doen
met wie of wat ik ben of hoe ik lijk.
Soms ontwaakt in mij een ongekende kampioen
als ik afdaal in mijn dromenrijk.

Mijn verzameld werk: bekroond met PC Hooft!
Of als zegevierend veldheer van de Langste Dag.
Weliswaar is er geen hond die dat gelooft,
maar het zijn maar dromen, dus het mag.

In films schitter ik als schurk of held,
heb ook een daverend succes op het toneel.
De Keukenhof: een onafzienbaar, wuivend lelieveld!
Ja, al die glamour wordt dan toch wat veel.

Of ik verschijn als Zomergast op de tv,
vertel ik over mijn roemrijk verleden.
Miljoenen kijkers leven huiverend mee:
al had ik liever niet dat zij dat deden.

Zo ga je haast nog denken dat je iets bijzonders bent,
terwijl alles wijst op je middelmatigheid!
Ben ik dan niets meer dan een saaie, ouwe vent
of heb ik toch net dat beetje extra kwaliteit?

Ik ben bang dat die twijfel nog lang blijven zal,
heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees.
Het blijft tobben in dit aardse tranendal
en zeker als ik zoveel betere gedichten lees.

Toch blijft de hoop: tegen beter weten in.
Heb mij verzoend met mijn kabbelend bestaan.
Geloven in jezelf geeft je leven zin
en blijft je droom nooit ver van je vandaan.


Cees Leliveld

Als de afspraak is gemaakt
over locatie, datum en het uur,
in de agenda vastgelegd,
bevind ik mij
na enig tijdsverloop
aan onze vaste tafel
en wordt
het samenstel der delen
van onze lunch besteld,
waarna de conversatiestroom
in golven over tafel gaat
langs aardewerk en bestek.
Ook het voedsel vindt zijn weg
waarvoor een handvol eieren,
in de schaal gebroken,
als basis heeft gediend.
De gedachtewereld van de een
wordt uitgesproken en
vloeit samen
met die van de ander.
Vindt zowel zijn einde
als een nieuw begin.
Dan wijst de klok meedogenloos
het uur van afscheid,
worden jassen aangetrokken.
Buiten wacht
al naargelang het weerbericht
de auto of de fiets.

Cees Leliveld (november 2019)


(Herinneringen aan mijn Rijke Roomse Jeugd)

Als ik denk aan Allerzielen
(wat ik de laatste jaren niet meer doe)
ga ik in gedachten terug
als kind naar mijn voormalig dorp,
destijds bewoond door neringdoenden,
boeren, burgers, buitenlui,
en kleine tuinders, van de kouwe grond,
die met hun volgeladen platte schuiten
naar de groenteveiling voeren
waar men zelfs de keuze had uit twee:
een met het stempel “katholiek’’,
waardoor God’s vruchten
net dat streepje extra kregen,
de andere van coöperatieve snit
met weliswaar dezelfde gewassen
maar toch: andersdenkend!
Ik dwaal af:
zou het over Allerzielen hebben.
Dat was altijd een dag vol schrik en angst
voor wat je in je laatste uur
te wachten stond:
eeuwig branden in de hel
of (in het gunstigste geval)
een tijdlang stoven in het vagevuur.
Gelukkig bood de Kerk ook uitkomst:
door gebeden en in prevelende ommegang
gaf Zij je de kans een aflaat te verdienen.
Een soort van korting
op de dagen in het vuur.
Voor andere zielen bad ik niet,
laat staan voor Aller zielenheil.
Aan de mijne
had ik al mijn handen vol.

Cees Leliveld

Eind oktober:
het zomers leven weggesijpeld.
De bleke zon
werpt nog een laatste blik
op stervend blad
en grauw verdorde bloemen.
Dan dwarrelt plots
een late vlinder
door de tuin,
op zoek naar iets
dat niet meer is te vinden.

Cees Leliveld