Bertje van Delden

Hoe lang nog duiken dolfijnen
in oceanen met sterk vervuild water
waarvoor wij liever de ogen sluiten.

Hoe lang nog cirkelt de valk boven het veld,
onzichtbaar voor de gierige passagier
die voor een stedentrip liever hoger vliegt.

Hoe lang nog pikken onschuldige mezen
zaden uit halmen van verarmde gronden
want politici lezen liever niet over ontkalkte poten.

Hoe lang nog groeien er granen op aarde
door droogte verschroeid, terwijl de vakantieganger
liever vertoeft in parken met waterparadijzen.

Hoe lang nog krioelen er wormen en larven
in de bodem, uitgeput en vergiftigd omdat
wij liever goedkoop dan gezond eten.

Zolang wij liever leven voor de schik,
zijn wij de schrik van deze planeet
en verwordt ook eeuwig tot een ogenblik.

Bertje van Delden, januari 2023

Er woonde een vrouw in Warnsveld
die regelmatig zwom in haar geld.
Toch zei ze ontevree:
“Ik ben pas gelukkig in zee
en als ik met een gedicht samensmelt”.

Een arme kunstenaar uit Vorden
beschildert vol verve etensborden
met groente, vlees en vis.
Zo houdt hij bij geldgemis
zijn voedselvoorziening op orde.

Hoewel geboren in een kippenhok in Winterswijk
eindigde zijn leven in Portugal luisterrijk.
Hij ontwikkelde zich als linguïst
en als gevreesd polemist
nam hij het burgerlijke Nederland graag in de zeik.

In het noordelijke dorp Loppersum
wil men niet doodgaan achter een geranium.
Eens was het daar authentiek
maar nu heerst er paniek
door bevingen van het aardgasimperium.

Bertje van Delden, december 2022

Moeilijke jeugd in een gastarbeidersgezin alhier,
schoolverzuim, drugskoerier en ander crimineel vertier.
In de bak ontdekte hij het leesavontuur
en wijdde zich aan de literatuur.
Naast schrijver is hij nu een interviewende barbier.

Gapend op de bank kon hij zijn gedrag niet versluieren,
zijn voornaamste bezigheid was zonder meer luieren.
Zijn vrouw probeerde hem tot activiteit te stimuleren
maar kreunend wist hij een zere rug te simuleren:
“In deze staat kan ik hooguit een eindje kuieren…..”

Dansend als een ballerina in roze gedrapeerd tule
maakte zij haar entree in de historische vestibule.
Helaas ging ze onderuit op het gladde parket
maar redde haar decorum nog net:
“Het leven is niet altijd een evenwichtige bascule”.

Bertje van Delden, oktober 2022

Hé, jij prachtige vrouw
in je geheven hand
een schaar,
uitdagend schreeuwend voorbij angst
en schaamte, mateloos moedig
strijdend voor menselijk leven,
tegenover je de krachten van
een uniforme garde
met gummiknuppels en de macht
aan hun kant.

Het plein is wreed en rauw,
verzamelt slechts mensen,
smeedt geen verbond,
kent geen mededogen,
trekt geen partij,
bergt as en bloed,
bewaart misschien
tussen enkele keien
de afgeknipte lokken
haar van jou
sterke, dappere vrouw.

Bertje van Delden, september 2022

Ik spit de grond,
gooi het laatste nieuws om,
invasie, bezette stad, burgerdoden,
hark gedroogde stalmest erdoor en erover.
Omsingeld land, bombardementen,
nog een rij, één spade diep is genoeg,
kerncentrale in handen van vijand.
Woedend wroet ik door,
vluchtende vrouwen met kinderen.
Denk aan mijn vader, niet oud geworden,
zijn ingehouden emoties als
ik naar vroeger vroeg,
het zwijgen met angst in de ogen.
Doorwerken, niet opgeven,
wormen woelen zich naar boven.
Tussen verwoeste flatgebouwen
zijn haastig greppels gegraven,
mijn honden waren beter af
met hun eigen graf achterin de boomgaard.
Het spitten schiet op, nog één richel
en de bedden liggen gereed.
Raketaanvallen, rode knop?
aan de volgende fase wil ik niet denken,
veel pootgoed aanschaffen,
kan ik het gewas delen.

Bertje van Delden, maart 2022

Aan het laden...