Astrid Aalderink

er zijn duizend dingen in de dagen
er is denken, wegen, meten
wikken of menen zeker te weten

maar wat als het nou eens niet waar is?
als alles waarvoor er een ‘maar’ is
gewoon niet echt bestaat?

als er alleen maar ervaren is
ook de ervaring van ‘ik’ en van ‘jij’?
niets wat gezien wordt ‘van jou’ of ‘van mij’?

geen oordeel, geen kader, geen
scheidslijn, geen twee, geen weten
geen mening, geen enkel idee

alleen maar de ruimte waar alles
ontstaat, waarin wat ervaren wordt
komt en weer gaat?

zou liefde dan nog ‘een werkwoord’ zijn?
of dat wat overblijft, als ons denken
geen ‘ik’, geen ‘jij’ meer beschrijft?

Astrid Aalderink

ALLES willen
ALLES moeten
wat bedacht wordt
NU verwachten

zo vergeten
om te lachen
te verlangen
om te wachten

in de hele grote veelheid
de verscheidenheid der dingen
is juist dat
        wat uit de pas loopt
zich niet zomaar laat bedwingen

het onaffe
onvolmaakte
imperfecte
onderdeel

vaak zo prachtig
in zijn heelheid
ALLES
is meteen
zoveel

Astrid Aalderink

Gedicht voor P.

Het is altijd aanwezig,
voelt als een gegeven,
of iets van de zwaartekracht
op wordt geheven.
Zo warm hier ontvangen,
opnieuw zo gehoord,
gaat de dag onbevangen,
haast vederlicht voort.

Prachtig ben je, met je lach,
maar soms wil ik je vragen:
Hoe voelt de dag voor jou?
Hoe lang zijn soms je dagen?
Wat vind je lastig om te doen?
Maar ook: wat kleurt je dag?
Ik weet alleen niet of ik dat
wel aan je vragen mag.

Als jij me ooit iets zou
vertellen en ik luister dan
hoop ik van harte dat te
kunnen zoals jij dat kan.

Ik zie je soms, heel even maar:
een groet, een snelle pas.
Maar gek, daarna voelt alles
altijd lichter dan het was.

Astrid Aalderink

Ter nagedachtenis aan Etty Hillesum

Lucht hangt trillend boven land,
water spiegelt tot de dijk.
Eindeloze vergezichten
in je innerlijke rijk
tonen jou het onbegrensde
nu je voelt en gaat begrijpen
dat je vol tot wasdom komt
zoals het graan hier staat te rijpen.

Daar zie je de spoorbrug liggen,
tussen masten ingekaderd,
nu je, fietsend langs de IJssel,
Deventer al langzaam nadert.
Lint van zilver slingert, glinstert,
goudgeel graan, de zon zo heerlijk.
Negentiennegenendertig
en de zomer lonkt begeerlijk.

Bijna thuis en bij het Pothoofd
pluk je bloemen: rode, gele.
Het is vijf voor twaalf, je weet:
het carillon zal zo gaan spelen.

Lieve Etty, blijf nog even,
zie hoe jouw rivier meandert.
Neem het beeld mee in je leven
als dat straks voorgoed verandert.

Astrid Aalderink

Niets is wat het lijkt, een momentje duurt vaak lang.
Het kleine hondje is erg sterk en de machoman is bang.

Aan de telefoon zo aardig, maar ze trekt een vies gezicht.
Verwacht je zwoele poëzie, volgt er opeens een suf gedicht.

Hoop je dat de tijd vertraagt dan versnellen zich de uren.
En de kortste kassarij blijkt altijd het langst te duren…

Denk je: “Ach, dit doet me niets !”, ben je toch ineens van streek.
En werkelijk twaalf dagen duurt de kinderboekenweek.

Een dun meisje voelt zich dik, de stuurlui staan weer aan de kant.
Zoute drop bevat meer suiker dan de zoete variant.

Niets is wat het lijkt, jij doet niet wat je zegt.
De bloemen op de vaas lijken nep, maar ze zijn echt.

Niets is wat het lijkt, ik roep je achteloos gedag.
Maar mijn hart stroomt bijna over, onweerstaanbaar is je lach !

Ik schreef voor jou een prachtgedicht, morgen ga ik het je geven !
Maar na een nachtje slapen, ach, dan wacht ik toch nog even…

Want stel dat jij dan gillend wegrent of er nauwelijks naar kijkt.
Dan verandert mijn “Er was eens…” in een “Niets is wat het lijkt…”

Astrid Aalderink