Astrid Aalderink

na waarnemerstaken
rond het halfdiep –
wie plonst in de schittering?
klimt op de kant?
ik tel mijn zwemmers
geluk spat eraf
in hun glinsterbanen
voldaan druipt
het op tegels na –
volgt mijn eigen duik

onder het oppervlak
los van de wereld
kalm, sereen
één met het water
azuurlagune zonder later
vloeien bodem, wanden samen
met het spansel boven mij
omhuld door blauw
in glijvlucht, tijdloos
licht, zo licht, oneindig vrij

Astrid Aalderink, juli 2022

we schrappen ‘ik’
bezittelijke
voornaamwoorden
voornamen en voornaam

Vincent leed
toen hij Vincent leek te zijn
zwart krassend krijt
op velijnpapier

gefileerd tot skelet
schedel met sigaret
troost zoekend in
cafés en bordelen

waar stinkende rook
uit oogkassen stroomt
kringelend schimmige
beelden creëert

dwingt giftige inkt
ontdaan ingeslikt
toe te zien hoe de
wereld splijt

tweedeling bestaat
enkel voor wie gelooft
dat geen woord wijst
naar ‘groter dan wij’

laten we samen
onze ego’s verdrinken
in zeeën van zijn, waar
de hemel ons wacht

Vincent verdween
toen hij Vincent vergat
in gele korenvelden
een blauwe sterrennacht

Astrid Aalderink, maart 2022

het was in diepe stilte
dat een boom tot mij sprak

hij zei: weet, jij bent mij
laat geen zintuig begaan
ga aan valse beelden, aan wat
je waarneemt volledig voorbij

er was het wezen van die boom
niet anders dan mijn zijn
geen stam, geen bast, geen takken
hoe wind daar vat op krijgt

geen benen, huid, geen armen
geen gedachten in mijn hoofd
alleen een innerlijk waaien
één levende stroom

voor even bestond er geen
‘ik’ en ‘de boom’

Astrid Aalderink, februari 2022

ALLES willen
ALLES moeten
wat bedacht wordt
NU verwachten

zo vergeten
om te lachen
te verlangen
om te wachten

in de hele grote veelheid
de verscheidenheid der dingen
is juist dat
        wat uit de pas loopt
zich niet zomaar laat bedwingen

het onaffe
onvolmaakte
imperfecte
onderdeel

vaak zo prachtig
in zijn heelheid
ALLES
is meteen
zoveel

Astrid Aalderink

Gedicht voor P.

Het is altijd aanwezig,
voelt als een gegeven,
of iets van de zwaartekracht
op wordt geheven.
Zo warm hier ontvangen,
opnieuw zo gehoord,
gaat de dag onbevangen,
haast vederlicht voort.

Prachtig ben je, met je lach,
maar soms wil ik je vragen:
Hoe voelt de dag voor jou?
Hoe lang zijn soms je dagen?
Wat vind je lastig om te doen?
Maar ook: wat kleurt je dag?
Ik weet alleen niet of ik dat
wel aan je vragen mag.

Als jij me ooit iets zou
vertellen en ik luister dan
hoop ik van harte dat te
kunnen zoals jij dat kan.

Ik zie je soms, heel even maar:
een groet, een snelle pas.
Maar gek, daarna voelt alles
altijd lichter dan het was.

Astrid Aalderink