Arja Scheffer

Snaveltjes naar elkaar gericht
overdenkend het leven
door thermiek gedreven
in hemelsblauw, zo licht.

Een enkel wolkje aan de lucht
wie zal daar om geven
geen mooier leven
door stijgwind een laatste zucht.

En voor heel even
een vrij gevoel zowaar
los van de aarde te zweven

de liefde voor elkaar
en het leven
weggevlogen rond nieuwjaar.

Arja Scheffer

Dichter in gedicht
waarin zinnen afgewogen,
een frase uitgelicht
is het echt of slechts gelogen?

Of wordt de lezer opgelicht
door pennenvrucht bedrogen,
de waarheid die in ’t midden ligt
welk poëet kan daar op bogen?

Met prikkelende fantasie
woorden op de juiste plek neerleggen
dat is nog eens poëzie
wie durft daar wat van te zeggen?

Arja Scheffer

Een briesje dat langs m’n wangen veegt
dikke lokken opverend in de nazomerlucht
het hoofd vol gedachten, moet geleegd
vanuit het middenrif een gestuwde zucht

Bonkende steigerplanken verstoren even
’t ogenblik van warmte op mijn benen
die zo zeldzaam worden beschenen
zo niet de roestbruine koeienpoten,
weggezakt in ’t slik.

Arja Scheffer

Een scherp geluid wipt door het dichte raam naar binnen
mijn hart springt op en ik luister heel stil
naar een merel die aan de lente gaat beginnen
of trilt een stem in mij die voorjaar wil….

Arja Scheffer

Deventer, 23 januari 2015, 

op de terugweg van de cursus Pallieter bij Alfred Bronswijk, 
in het kader van de kwatrijn en geïnspireerd door het programma:
“Hoor de merel, ja ik luister” (Poëzie Hardop 1977).

Was ik maar puur gebleven,
vanzelfsprekend, als ooit ontstaan
met takken, stengels en stammen
zonder snoeischaar opgerezen.

Was ik maar puur gebleven
toen alles in mij groeide als vanzelf
een pluk hier en een pol daar
zonder aarde die wordt gladgestreken.

Was ik maar puur gebleven
door geuren en kleuren omringd
met veel gefladder en gezoem en
zonder kunstmest die wordt uitgereden.

Was ik maar puur gebleven
zonder dat er met gif werd geknoeid
werd er maar natúúrlijk spul over mij gezeken
en ik de laatbloeier werd die ik liever was gebleven!

Arja Scheffer