Anna Wiersma

Louis Couperus had makkelijk praten.
Maar dan moet er wel een dag zijn, natuurlijk.
En iets om te plukken, sprak de pessimist.
Zou je de nacht ook kunnen plukken?
Nachtbloemen?
Nachtvlinders wel, maar die zijn zo weg.
Louis Couperus had makkelijk schrijven.
Die schreef ze waar je bij stond.
Maar eens proberen, die pluk…
Ik denk niet meer aan spreekwoorden
ruk op naar buiten.
Maar het is donker, kijk een jonge vos!
Of zou het binnen moeten zijn?
Dan zie ik het opeens; een hele bos. 

Anna Wiersma
9-10-2020

Koopman worden
met een onstuimig hart.
Niet duidelijk wie de klant
is,wie de leverancier.
De ander missen door
niet terug te blikken.
Op reis gegaan,de wereld
door, soms even toch
de ogen van de ander…
Maar dan jezelf zien staan.
De strakgespannen snaar,
geeft boventonen door
de geluiden van de stad.
En niet meer hoeven weten
wat van jezelf is,wat van die ander.
Maar blijven zoeken,
misschien zonder dat je
het antwoord vindt.

Anna Wiersma
oktober 2020

Er sluimeren meesterwerken
in het klavier.
Van Jazz tot Bach,
van swing tot psalm.
Van ooit tot hier.
En in die stilte dragen ze geheimen.
Ook het papier waarop ze
zichtbaar zijn, geeft nog niets prijs.
Onhoorbaar ruist een werk
met in mineur een wijs,
die in het oor blijft hangen.
Ik ken dat lied,van jongs af aan.
In een paar maten bruist het leven.
De tonen sterven ragfijn weg, als ik
ze wil omarmen.
Dan nog de laatste hoge triller…
Zo klinkt verdriet.

Anna Wiersma
september 2020

Je hebt iets grijs’ en glinsterends
iets jongs, toch ben je ouder dan je lijkt.
Je kronkelt en je schittert van plezier.
Zo slank ben je, en dan weer uitgedijd
terwijl je moeiteloos langs uiterwaarden
glijdt, en hier en daar een knipoog geeft.
De bus rijdt door, je trekt je terug
ik zie het nest nog van de ooievaars.
Dan ben je weg, ik kijk nog eenmaal om.
En ben getroost, want als ik weerkeer
ben jij er altijd nog.

Anna Wiersma, 24-11-2019

De regenhoed staat stevig op mijn hoofd
en het is stil op straat…
Er hangt een druppel aan mijn oor.
Er loopt een man voorbij
hij kijkt nog even om, voor hij
de hoek om slaat, en in een flits
zie ik wat bijna al vergeten was.
We liggen met z’n drieën op de buik,
gezichten naar de opening van de tent.
De stortbui maakt onze haren net niet nat.
Die in het midden ligt, leest voor.
Waar is die tijd, waar is dat land
waar alles even, alleen maar
uit een regenbui bestond?

Anna Wiersma, 19- 12-2019

Aan het laden...