Anna Wiersma

Je hebt iets grijs’ en glinsterends
iets jongs, toch ben je ouder dan je lijkt.
Je kronkelt en je schittert van plezier.
Zo slank ben je, en dan weer uitgedijd
terwijl je moeiteloos langs uiterwaarden
glijdt, en hier en daar een knipoog geeft.
De bus rijdt door, je trekt je terug
ik zie het nest nog van de ooievaars.
Dan ben je weg, ik kijk nog eenmaal om.
En ben getroost, want als ik weerkeer
ben jij er altijd nog.

Anna Wiersma, 24-11-2019

De regenhoed staat stevig op mijn hoofd
en het is stil op straat…
Er hangt een druppel aan mijn oor.
Er loopt een man voorbij
hij kijkt nog even om, voor hij
de hoek om slaat, en in een flits
zie ik wat bijna al vergeten was.
We liggen met z’n drieën op de buik,
gezichten naar de opening van de tent.
De stortbui maakt onze haren net niet nat.
Die in het midden ligt, leest voor.
Waar is die tijd, waar is dat land
waar alles even, alleen maar
uit een regenbui bestond?

Anna Wiersma, 19- 12-2019

(voor O, en een beetje voor mijzelf)

Brokstukken veeg je soms
aar in een hoek.
Er zitten hele mooie tussen,
met nog een stukje
van een tekening, of lijn.
Of iets waarvan je dacht
dat het zo moest zijn,
terwijl je andere wegen zocht.
De scherpe kanten
omzeil je met een boog,
om alle bittere herinneringen.
Een listig oog, ziet altijd iets
dat ook wel bruikbaar is.
En toch, gemis…
Elk gloeiend deel dat je weer raapt,
geeft overzicht.
De schaal wil heel.

Anna Wiersma, 5-3-2020

tussen twee getallen
het leven van een mens 

de vrije vorm,
anderzijds en
enerzijds,
zien en niet zien,
te midden van twee talen 

slecht zien is
niet zelden
goed waarnemen 

denker en dichter
Henker noch Richter 

haar stem blijft klinken,
zacht, ergens tussen
Ruesselsheim en Deventer 

de uit de tijd gekomen
paardenstaart die haar wel paste
komt nu
met haar
uit de tijd 

Anna Wiersma & Pieter Bas Kempe,
15-04- 2020

Vrij naar Rimbaud

De kroonluchters ontstoken, het kan beginnen!
Scherts, luim en heel misschien een vleugje
dat verwijst naar eigen jaargang zeventien.
Wat zouden wij de ernst beminnen
als droom en werkelijkheid en krullerige zinnen
ons onverwacht weer wenken.
Wij zullen dansen om het Franse wonderkind.
Niet alles is ons ernst, in ’t Paviljoen.
Wie zich verstout om leeftijd niet
te achten, blijft zeventien.
En dorst is alles wat men overhoudt!

Anna Wiersma