Alle gedichten

Gele bloemen (1)

tussen het dorre gras
en rommelige takken
verbergt zich in pril geel
klein hoefblad

niet uit te roeien kruipt
uit diepgekarteld blad
steels de ronde knop
van de paardebloem

nog even en hij juicht
in de verlaten weiden
met zijn woekerend vele
overstelpend gele

Lies Prins

Bedrijvig en behendig

In Azerbeidzjan staat een Rotterdammer,
een joker met dure benen aan de knie,
de armen op het lichaam.

Dat hebben we nog niet gezien
daar in de zone.
Het is een troosteloos gebied.

Altijd komt er wel een tweeling
met een hoofd erbij
dat behoefte heeft aan lucht.

Opvallend hoeveel vrienden
nergens tien minuten stilstaan.
Het moet raak zijn met dat been.

Een hand die kan creëren,
kan geen kant meer op.
Het is te laat.

Het is avond in de laars.
Misschien dat het geluid
goed neergelegd kan worden.

© Alex Gentjens/Jeroen Grueter
Voetbalflarf

Lentemorgen

De tijd van ruzies was voorbij. Het was nog
vroeg toen de mensen door een morgen
liepen die lichter was dan ze ooit hadden
gekend, een heldere, vrolijke, lachende

morgen. Ze liepen, ze riepen en hielden niet
op. Nooit hadden ze gedacht dat het zo ver
zou komen, niet ondanks maar dankzij
elkaar. Langs zandpaden en asfaltwegen

gingen zij te voet door de lentemorgen. Ze
zongen het bekende repertoire van You‘ll
never walk alone tot het onvermijdelijke

Should auld acquaintance be forgot, waarna
ze hun eigen weg kozen, sommigen naar
Wassenaar, anderen naar Appelscha.

(vrij naar Mark Strand)

Jan van Laar

Gedicht

Een gat in de dijk –
om niet te verdrinken
een gat in de weg –
om niet te verzinken
een vers gegraven graf –
anders gaat het stinken

omdat een wond kan etteren
en een mond verketteren

hebben wij een gouden vogelkooi –
want het zingt zo mooi

Wim van den Hoonaard, 11 juni 2021

Aangemeerd

De lijsten bleken nog bewaard
en digitaal te achterhalen: de schepen
onder zijn commando “dwars
door vijandelijk vuur” behouden.

Straat Soenda. Palehleh.
Benkoelen. Tobelo. Palopo.
Nieuw Holland. Togiam.
Op ten Noort. De Weert.

Namen vastgehecht
aan flarden uit mijn kindertijd.
Een taal die ouders spreken,
aan een half woord al genoeg –

over mijn postume trots
schuift een verwarrend heimwee.
Naar de veiligheid van het mysterie,
mijn vaders oorlog ongeschreven,
nog niet in mij aangemeerd.

Louise Broekhuysen

Verdreven

Omdat zij wilde weten van goed en van kwaad
Moet zij nu in smart haar kinderen baren
Ieder paradijs kent zijn strijd en zijn prijs
En alle paradijzen gaan voorbij

Na de eerste hap kwam de schaamte en de spijt
Het wijzen met de vinger: niet ik, maar zij
Te laat, te laat, daar staat de engel met het zwaard
Hij verbrandt je als je blijft, dus je gaat

Ger van Diepen, juni 2021

La petite souris qui voulait manifester comme un rat.

Un jour pendant la pandémie
un rat croisa une souris.
Sans hésiter il l’invita
à joindre le parti des rats.
“On va”, dit il en souriant,
“tous au centre-ville en criant,
que nous devons finir sous peu
confinement et couvre-feu”.
La petite souris toute honorée
se mit en route pour la tournée.
Se croyant sauve en compagnie
elle imitait ses chers amis,
hurlait tout en lançant des pierres,
se croyait rat sur pied de guerre.
Mais la police, peuplée de chats,
voyant la taille de ces rats,
se rua vite et sans merci
sur la souris.
La pauvre fut, au nom du roi,
mangée par le plus grand des chats.

Les souris jouant au rat
finissent sans pardon
à tort ou à raison
dansl’estomac
d’un vilain chat.

Deze fabel is het winnende gedicht van een gedichtenwedstrijd, uitgeschreven door de Alliance Française Twente n.a.v. de 400-ste geboortedag van Jean de la Fontaine. De opdracht was een gedicht te schrijven à De la Fontaine over een actueel onderwerp. Korte samenvatting van de inhoud: Een rat nodigt een muisje uit om met andere ratten mee te doen aan een demonstratie tegen de coronamaatregelen. Het muisje is zeer vereerd en demonstreert fanatiek mee met de ratten, maar als de politie (katten) een eind wil maken aan de demonstratie, wordt het als eerste te pakken genomen en opgevreten door de grootste kat.

Tinus Derks

Ik wil niet trug

Kleinzieligheid, een woord dat zich
heeft groot gemaakt de laatste
vijftien manen
Het janken om gemiste knuffels

Nee, and’re dan de vilten monsters
die men al jaren stapelt op plekken
waar een mens werd neer geknuppeld

Het janken om gemiste glazen
bruin bruisend vocht
naast jankend geblèr over te
moeten binnen blijven

omdat een snugger monstertje
ons halfrond knus omhelsde en
ontmande.

En nu, na vijftien nieuwe manen
terug naar wat men noemt
het oud vertrouwd normaal?

Ik wil niet trug
naar wat die jankers wensen
ik wil gewoon een nieuwe start.

Wie redt ons?
Wie krijgt ons aan de praat?

Sieth Delhaas, mei 2021

EEN LUSTIG LENTELIED

Als onze ster weer schijnt op de bloeiende meisjes
zullen we aanliggen, zullen we klapwieken, hier
mag het, zondiep bedronken van De Mei, de merels,
de narcissen steken hun trompetten, we raken
voorjarig verbijsterd, o warm veldverlangen, leg het
aan met de broeierige picknickers, Marcellino, brood
en wijn, we sloten de koude af, ontloken de luiken
voor het breken van het licht en de oude stemmen.

Een nieuw seizoen om te zoenen, knoop de jassen
los, de zwanen rennen op hun platpoten zomaar
over de vijver, tegenzin woedt zichzelf uit, klokketonen
zweven als hoger honing uit de dorpstorens, zwemen
door het nog naakte geblaarte om op deze vertrouwde
plaats te landen voor onze krolse vruchtbeginselen, stof
op stof, met liefde laten we onze ogen rusten op elkaar.

Dick van Welzen

Geopend

Ik vond eens een gedicht
de herkomst wordt nog onderzocht
zonder kloppen kwam het binnen
en bleef zitten in mijn hoofd
totdat ik het moest vertellen
tenminste dat vond ik

Wim van den Hoonaard, 13 mei 2021