Alle gedichten

Liefde op latere leeftijd

Ik zag ze lopen vanuit mijn slaapkamerraam
Nou ja, stevig gearmd schuifelen was het meer
Hun schouders waren naar de grond gebogen
Hun speciale schoenen wezen op oud zeer
Hij liep moeilijk, de benen en de knieën wijd
Zij droeg een brede lach, een grimas meer
Die niet meer spoorde met deze werkelijkheid
Ze stopten voor de stille lege dwarsstraat
De witte haren woeien naar links en naar rechts
En toen: in licht versnelde pas de oversteek en
daar terstond gaf hij haar een rukje om haar
… naar zich toe te halen en …vooroverbuigend
… drukte hij een ferme kus op haar mond!
En weet je …toen zag ik haar stralen, ja stralen
terwijl ze met ogen vol liefde naar hem opkeek!
Ik draaide mij om en zag mijn half beslapen
2-persoons Aupingbed en voelde Au!
En dacht: Wat heb ik fout gedaan
Waar ging het mis … en gewis
Ik pinkte een traantje weg.

Neletta, juni 2024

Thomasvaer en Pieternel

Laatste toneel, beurtzang

T: O wrakend wijf, staak toch
uw wild geraas: dat kwakend gekijf
en dan uw blaaskakend geschrijf
maakte u tot brakend tijdverdrijf.

P: O afbrekende vent, preek toch
niet zoals een berekenende krent;
elke door u nagerekende cent
vormde een onbetekenend incident.

T: O wrakend wijf, staak toch
dat gekmakende gewrijf
over mijn overal krakende lijf
en mijn stakende verstijf.

P: O afbrekende vent, preek toch
niet als een fakende patiënt;
gij zijt ooguitstekend corpulent,
dat maakte mij verwekend impotent.

T: O wrakend wijf, staak toch
het mismakende halsmisdrijf:
u werd van een welsmakende olijf
tot misselijkmakende spekschijf.

P: O afbrekende vent, preek toch
niet bij ieder uitstekend moment
een kwijlsmekend compliment,
gij zijt een echt-brekende serpent.

P: publiek luister, terwijl ik niet spraakmakend overdrijf
in dit door ons vertoond, ‘t hart rakend, toneelbedrijf
T: met alle plezier tekenden wij u een sprekende prent,
van deez’ versleten liefde als halsbrekende schiettent,
“Hals und Beinbruch!”;
Samenzang:
Ook voor dit mensenpaar komt het oudejaar tot z’n end
en hun toekomst blijft zonneklaar altoos ongekend.

Dirk van Welzen, juni 2024

Zo

(ondertitel: Late Liefde)

Van alles wat er was
Was niets zo onverwacht
Als wij
Zo nooit geweest
En toch
Zo doodgewoon
Is niets wat lijkt
Kan niets zo zijn
Als wij…
Zo!!
Anna Wiersma, juni 2024

Ouderdom brengt de dood nabij,

En toch die kalverliefde of juist díe
aan de rand van de afgrond,
niets hoeft meer

hier is wat we hebben: dat zijn
op jezelf – delen of niet?
Wat blijft nog over?

Zelf verrast, zo rumoerde het
onder de anderen, liepen zij
hand in hand van de een
naar de ander en terug; zouden
zij het doen?

Korte tijd nog en zeker niet eindeloos
noch eeuwig maar,
was dat niet ervoor
ook zo, al die tijd al?
Dat we het nu pas zagen

Nu zelfs zorgelozer?
Zorg lag bij de jeugd en bij wat erna kwam.
Nu niet meer

Tot dat afscheid,
Onherhaalbaar
(nooit begonnen, noch eindigend)

Daarna een
nooit weer.

Jan de Vlaming, juni 2024

Uitgeraasd

Na dat ongevraagde begin
en al dat lange zoeken
naar zin, naar echt en min
nu vastbesloten …. bijboeken!!

Kind ben je, man kun je worden.
Waar blijf je, waar kom je uit
tussen mannelijk en vrouwelijk,
tussen jong en ouwelijk?

In welke hof kun je rusten
met jouw fijne en jouw mindere lusten?
Wanneer overzie je alle speelvelden?
Wie deugen en zijn er foute helden?
Een stoere vrouw is nog geen heks
en ook opa “ELLY” doet aan seks!

Hoeveel vragen blijf je met je meedragen?
Hou je je jeugdkansels en de andere schragen?

Ook al rest er nog maar een fractie
van mijn eerste oer-contractie,
vrijuit zeg ik hier, zonder te zeven,
ik ben gek op het aardse liefdesleven,
zelfs in retrospectief,
ik heb dat leven nog razend lief!!

Henk van Rossum, juni 2024

Herstel

Wat koud was,
losgetrokken,
hoeken met altijd
iets schurends,
kalk tegen kalk –

wat zag jij door de ramen
dat je de troffel greep,
stenen opnieuw voegde,
naden polijstte, ranken
op de muren schilderde,
de vloeren wreef
tot zijdezacht?

Nooit gaf iemand mij
zo aan mezelf terug,
zo onvoorwaardelijk.
Op goed geluk.

In de tuin stak de kastanje
zojuist zijn kaarsen aan –

wie zo geneest
valt niet meer stuk.

Louise Broekhuysen, juni 2024

Later

hadden wij niet ieder een dak
dan stond jij niet elke vrijdag
op je balkon op de uitkijk
namen we niet hand in hand
de week door aan je keukentafel
begroetten onze lichamen elkaar
niet opnieuw onder je lakens

late liefde
liever latten

Ger van Diepen, juni 2024

Thuiskomst

Een reis door zijn herinneringen
die almaar mooier worden
wilde bloemen in de plooien
van het kalksteenplateau

Weerbarstig landschap —-

Voor een klein stenen huis
vormt een vloed van oost-indische kers
gezaaid in de rimpels en groeven
één grote welkomstmat

Lies Prins, juni 2024

Het vierde blokje

De ovenschotel voorbereid
maakte ik de kachel aan,
een oude vriend kwam eten.
De aanmaakblokjes weigerden,
het eerste, het tweede, het derde.
Kom toch, hoorde ik,
eens even bij me zitten.
De kachel bleef uit,
tussen ons ging het aan.

Lies Prins, juni 2024

Conjunctie

lopend in het park voer ik een telefoongesprek
bij zonsondergang op vrijdag 30 januari 2009

nooit eerder voerde ik een telefoongesprek
onder een sterrenhemel met de Maan en Venus
in loodrechte conjunctie met elkaar en mij
gezien van boven naar beneden

nooit eerder zag ik een vliegtuig Venus naderen
de inslag leek onvermijdelijk, ik was ooggetuige
van de vernietiging van de Godin van de Liefde

nooit eerder zag ik een vliegtuig Venus missen
het leek er achter langs te vliegen
zowel de Maan als Venus bleven staan
in conjunctie met mij in het park

er kwamen geen brokstukken naar beneden
de wereld draaide langzaam door
in het oor bij mijn Sony Ericsson T280i

de hemel zij geprezen.

Louis Radstaak, juni 2024