Wim van den Hoonaard

Dat crocusjes,
blauwe druifjes
en ook narcissen
uitgebloeid raken
en langzaam
verdwijnen

dat kan ik nog hebben

maar vergeet-me-nietjes

nee

Wim van den Hoonaard,

vrij naar‘Jonge sla’ van Rutger Kopland

Heb ik jou niet gedragen
warmbloedig net als jij
de redenen nooit vragen
als dagen nachten zijn

in een waas ze zien creperen
zo hecht verbonden, ruiter, dier,
en maar doorgaan zonder keren
anders vallen ook wij hier

eens neemt Damocles dat zwaard
en het heft in eigen handen
waarna hij mij in volle vaart

met het bit tussen mijn tanden
berijdt als dienaar op zijn paard
om weer bij jou te landen

(Wim van den Hoonaard, 6-7 april 2020).

Spiegeltje spiegeltje
echoënd denken de
dichters in Deventer
bladspiegels vol

Deventer dichtvrienden
woordenschatplichtigen
aaien de dorstigen
over hun bol

(Wim v.d. Hoonaard 11 april 2019; ‘ollekebolleke’).

Daar staat u dan
Omdat u niet anders kan
Met uw eeuwige grijns
Mager met een zeis
Eenzaam uit te dagen

Dichters sluiten hun
Ogen om te denken en
Om te dromen en niet om
Dood te gaan

ik moet nog
boodschappen
doen

Wim van den Hoonaard

Een opkomende of
ondergaande zon
met haar constante
gasexplosies die
geruisloos voor ons
de lucht en het water
kleurt
verpulvert de illusie
dat het allemaal
voor niets is

ons vuur
vanbinnen brandt

Wim van den Hoonaard

Liefde, U moet toch wel belangrijk zijn
zoveel bezongen en beschreven
en nog altijd zo bedreven
Liefde, U moet toch wel oneindig zijn
in elke taal verschenen
en nimmer echt verdwenen
ergens zonder een defect
op handen in een Droste-effect
en met mijn blik

Wim van den Hoonaard

Klokken in Deventer
kondigen aan tijdens
ontij met nacht erbij
dat wat er komt

drijvende krachten als
onheilspelbrekenden
keren het tij zodat
wanklank verstomt

(ollekebolleke)

Wim van den Hoonaard

Omdat het donker
is steek ik een kaars
aan. Het warme licht
her-innert mij aan
hoe jij was. Ik fluister
nog iets liefs om de
stilte door te komen.
Bedenk dat jij mij
gezien en gehoord
hebt. In aan waar-
schijnlijkheid grenzende
onwaarschijnlijkheid.

Wim van den Hoonaard

jammer
dat je langsliep
toen ik langsliep

Wim v.d. Hoonaard

Waar een blinde geen spiegel heeft
die met hem mee kan voelen
raakt hij maar moeilijk ingeleefd
in toename van lege stoelen

(maar) doorgaan op dezelfde weg
gaat misschien vervelen
als hij blijft zenden met zijn pech
aan eenogigen zovelen

Wim van den Hoonaard