Wim van den Hoonaard

ik ben iemand
zei ik tegen niemand
die zich verschool
in een donker hoekje

was daar iemand
vroeg niemand

Wim van den Hoonaard,
Deventer, ca. 1980 + 16 december 2020

Als kind moesten we onze knuffel loslaten,
het was ons houvast in ’t geheim,
en om anderen om één liefde te haten
daarvoor willen we toch op de wereld niet zijn?

We willen er uit, niet slechts voor beschuit,
gedreven door ‘honger naar huid’,
een huisdier blijkt vaak niet genoeg
en ook niet de drank in de kroeg

Misschien heb ik het verkeerd begrepen
maar ik zeg je alvast ietwat benepen
als er ook een leven is na de dood
dan geef ik mij ook daar weer bloot

Maar vooralsnog lijkt het me ‘pet’
om naar bed te gaan met een skelet
en wat dacht je van een knuffelmuur,
bij gebrek aan beter, is die ook te huur?

Wim van den Hoonaard,

Deventer, zondag 13 december 2020.

Nu wij zijn geboorte eren
vraag ik postuum twaalf Hoge Heren
wat kan Rodenko mij nog leren
terwijl ik ’t Russisch moet ontberen

Eerbiedig buig ik maar mijn hoofd
voor Hij die mij belooft
rode wijn tegen de pijn;
als dertiende in een dozijn

Wim van den Hoonaard,

Deventer, 18 november 2020

er is de laatste tijd helaas
wel erg veel wild geraas
kunt u dat niet eens stoppen,
o Vrijgevigste der bisschoppen

makkers die hun mening uiten
gaan hun boekje vaak te buiten
waardoor onbegrip lijkt te stuiten
op weer een fanatiek relaas
luisteren vindt dan vaak niet plaats

misschien kunt u ze samen doen besluiten:
meerstemmig een nieuw liedje fluiten

Wim van den Hoonaard,
Deventer, 13 november 2020

geluiden in de straat
zeggen hoe het met je gaat
in reinheid, rust weet regel-maat
wanneer het klokje slaat
vaak heb je dikke pret
meestal moet je vroeg naar bed
waaronder soms een krokodil
met een kikker in je bil
maar dat alleen op één april
alles lijkt ook nog zo groot
leven ligt ver voor op dood
geritsel buiten doet de wind
dat went nog wel m’n kind

Wim van den Hoonaard,
Deventer, 8 november 2020

Dagplukkers aller tijden, dat zijn toch de kinderen…
In hun spel en fantasie laten zij zich niet snel hinderen

(liedje):
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt hoera!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt hoera!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt!

Ik heb een slee wie gaat er mee
We glijden lekker naar benee
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt hoera!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt!

Ik heb een slee kom met me mee
Voordat het smelt, holadiejee!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt hoera!
Het sneeuwt het sneeuwt het sneeuwt!

Wim van den Hoonaard, oktober 2020

(titel uit: As Tears Go By – The Rolling Stones)

(uit mijn brief aan koning Arthur Rimbaud)

‘Ik denk dus ik ben’,
maar andermens gedachten
zijn gelijk aan mij?

(haiku)

Bestaat een zwerfkei?
Bestaat een boom?
Bestaat het papier
waarop ik schrijf?

Ik ben geen god
maar een zwerver
in mijn gedachten

Wie is ziende blind
en andersom?

Vanzelfsprekend. Dat is
het plots gefloepte woord
dat vanuit mijn gedachten
tevoorschijn komt net als
bij de ander, behept met
een zelfde soort van ziel
en waarschijnlijk
(maar hou me ten goede)
niet bij toeval de behoefte
voelend iets achter te laten
(voor wie?) wat nog niet
in die vorm heeft bestaan
(maar je weet maar nooit).

En een schip hoeft toch niet
dronken te zijn om een
gedachtenwereld
binnen te varen?
Moet ook de geest
vertroebeld (i.p.v. vertroeteld)
worden?
Elk mysterie heeft recht op
diens eigen vragen.
(en wie ben ik dat ik
dit – postuum – nog durf
te vragen?)

En nu heb ik dorst gekregen
daar kunnen mijn
gedachten niet tegen…

Santé!

Wim van den Hoonaard,

Ik verzamelde gedichten.
In liefde bloeiende gleed mijn blik
langs de ruggen van de bundels.
In stilte zocht ik naar goud
en Deventer. Even werd mijn uitzicht
belemmerd (of geïnspireerd?) door
een zandkorrel. Maar geluk is gevaarlijk
merkte ik. Want net toen ik Haikoot
terug wilde zeggen kwam zo’n
nieuwsmedium hopla! de Hel
de kamer in sturen. En heeft menigeen
zich daar niet op verkeken,
dat de Hel pas na de dood een
goddelijke komedie zal zijn gebleken?
Parlando (bij wijze van spreken).
Gedichte gedachten.
Uit schuim en as verschijnt nu nog steeds
het woordkroos in Deventer diversen,
omgevormd door dorstige dichters
bij de IJssel in hun reservetijd.
In kleurig krijt.

(en wat behalve dorst ook overblijft
is nog een restje spijt
dat deze stapel nog niet heeft geleid
tot meerdere bundels van dichters
en dichteressen die ik benijd).

(Verzamelde gedichten-div., In liefde bloeyende-G. Komrij, In Stilte-A. Gentjens, Goud en Deventer-MinkKoot 40 jaar, Uitzicht met zandkorrel-W. Szymborska, Geluk is gevaarlijk-R. Kopland, 575 Haikoots-K. van Kooten, 111 Hopla’s-J. Herzberg, Mijn komedie: Hel-Dante, Parlando-E. du Perron, Gedichte gedachten-J. Terlouw, Schuim en as-J.J. Slauerhoff, Woordkroos-H. Posthumus Meyjes, Deventer diversen-A. Bronswijk, Dorst is alles wat men overhoudt-Deventer Dichterscafé, Dichter bij de IJssel-IJsselbiënnale 2017, Leven in reservetijd-C. Leliveld, Kleurig krijt-J. van Laar).

Wim van den Hoonaard

tijdelijk schreef ik
tijdelijk in het natte
Noordzeestrand

met pen en peillood
schier versleten
ben jij mij vast al
glad vergeten

Wim van den Hoonaard

en u hebt denkend
“die dichter was vast dronken”
zijn lot beklonken

(in haiku-vorm)

Wim van den Hoonaard