Tinus Derks

van heel je hooglied Aïsja toon je slechts de rondingen van je ogen die verraden schoonheid Aïsja heerlijker dan wijn om snikkend te omhelzen alle andere blijven Aïsja met meetkundige precisie verborgen onder je gewaad welke huistiran maakt Aïsja van jouw lusthof een verzegelde bron van levend water welke praalhans verbiedt Aïsja de rozen van het leven vandaag nog te plukken je weet toch wel Aïsja dat genieten een niet te vervreemden mensenrecht is Tinus Derks

Dames op leeftijd rijgen
goedgevleesd en wijdgerokt
fietsend knooppunten
tot een parelketting.

Dames op leeftijd laten
fietsend naast hun wederhelft
hun rokken wapperwaaien
in een beschutte setting.

Dames op leeftijd tonen
geholpen door de wind
-o trappende ontheiliging-
zonder schroom en onversaagd
de argeloze tegenligger
hun middenbermbeveiliging.

Tinus Derks

Ik ken het vak dat ik studeerde,
Herinner mij ’t studentenlied.
Ik ken het vuur dat mij verteerde.
Ik ken zo menig groot geleerde.
Ik ken alleen mijzelfve niet.

Ik ken de puber aan zijn smoel,
Bepukkeld en “ik ben er niet”.
Ik ken zijn omslag van gevoel,
Zijn enthousiasme voor een doel.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken het keten van een klas.
Ik ken de meisjes, hun verdriet.
Ik ken hun vlinderlichte pas.
Ik ken hun sores en hun sas.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken de punker aan zijn taal,
Met hanenkam een hele piet.
Ik ken de kakker aan zijn sjaal
En geen van beiden stoort mijn maal.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken de rector en zijn macht,
Hij zo beheerst, ik kierewiet.
Ik ken zijn helpers alle acht.
Ik weet wat elk van mij verwacht.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken het werkplan van de school,
De lesuitval, het normenlied.
Ik ken decanen als idool.
Ik ken de schoolbel als symbool.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken het klappen van de zweep.
Ik ken het Bussemakerslied.
Ik ken van lesboer elke kneep.
Ik ken gekanker en gedweep.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Envooi

Prins Jos, ik ken het allemaal.
Ik ken van ’t leven het verschiet.
Ik ken pensioen als avondmaal.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Tinus Derks

Juridisch
Waar hij de mosterd haalt !
Abraham Moszkovicz
had in ’t verleden een
zeer goede naam.
Heden ten dage blijkt
’t abrahamatische
handelen echter
abject en infaam.

Literair
Liefde en lustgevoel !
Anna Karenina
was overspelig en
deed dat in stijl.
Passievol ging zij met
hypergevoeligheid
eerst voor de liefde en
toen voor de bijl.

Poëtisch
Leve het dichterschap !
Dichters van Deventer
uiten zich doorgaans
subtiel en divers.
Soms wordt een dichter wat
literatureluurs,
maar als Perlariër
dicht men per vers.

Kritisch
Ophef in dichtersland !
Deventer dichtertjes
zeggen hun verzen in
’t dichtercafé.
Luisteraars kraken als
poetrypeuteraars
keiharde noten maar
dat is vers twee.

Tinus Derks

Ik zou zo graag in Deventer gaan wonen,
In ’t centrum van de stad en dan te voet
Op weg gaan naar een plek waar dichters komen,
Die ik eenmaal per maand om vijf uur groet.

In ’t centrum van de stad wil ik graag wonen
Om in de Perlakelder coûte que coûte
Mijn dichterlijk vermogen aan te tonen,
Want dichten, ja, dat zit mij in het bloed.

Als ik in centrum Deventer zou wonen,
Ging ik steevast al wandelend en route
En dan de prins der dichters tegenkomen,
Want Herman gaat bij voorkeur ook te voet.

Nu eindigt dit sonnet waar het begon:
Met Shakespeare’s zegen in het Pentagon.

Tinus Derks

(vrij naar J. Slauerhoff)