Sieth Delhaas

Wij luisterden in late lente uren
naar woorden die geheimtaal borgen
te proeven slechts door hen die
vanaf hun eerste dagen waren
gebed in sporen steeds opnieuw getrokken.

Dichters van nu nemen – soms zonder besef –
begrippen over die schatplichtig zijn
aan geruchten eeuwen her begonnen
over stemmen en vernomen.

Wij luisterden die late lente uren
naar woorden die geheimen borgen
tot ons gekomen langs sporen
steeds opnieuw getrokken.

Sieth Delhaas
mei 2019

Vrijheid, een woord, als je het uitspreekt,
hardop, dan hoor je zelf
door die eerst ij en die andere
vlak erna
dat er zo’n ruimte in je mond ontstaat
dat je die rechtuit naar buiten brengen wilt.

Vrijheid, het woord kantelt de wereld in,
richt ruimte aan tussen mensen,
meningen, misverstanden,
moraliteiten.

Vrijheid, als jij kiest voor dat woord
dan blijft het niet van jou alleen,
het draagt zijn eigen kracht,
trekt haar eigen baan waar mensen
staan en gaan.

Vrijheid, kies jij daarvoor en gun je
het woord aan iedereen,
pas dan vermeerdert het in kracht,
maakt het ruimte
voor moed en mededogen.

Zoals de Duitse man die – hier,
op deze plek – tijdens Wereldoorlog II
weigerde zijn wapen leeg te schieten
op jonge mensen wier
ideeën toen verwerp’lijk waren.

Hij wisselde zijn leven in,
want hij wist dat vrijheid daar
van vrede was ontdaan.
Hij koos de vrijheid van de dood.

En wij, door hier te staan,
willen hem eren.

Vrijheid moet bevochten
het meeste op jezelf.

Sieth Delhaas
Dodenherdenking, 4 mei 2019

(Twentolmonument
Het ‘Twentolmonument’ in Deventer is opgericht ter nagedachtenis aan zeven verzetsstrijders die op 10 april 1945 door de bezetter zijn gefusilleerd. Het monument is tevens een eerbetoon aan de Duitse soldaat Ernst Gräwe, die weigerde aan de executie van de verzetsstrijders deel te nemen en wiens leven hier een gewelddadig einde vond.)

Hij schoot te laat om nog mijn ochtendkrant te halen
daarom misschien bleven ze schimmen
klevend aan door tranen omhuigde stemmen
de negenenveertig van het vrijdagmiddaggebed

schaduwen in contouren
korrelig op vergankelijk stramien
geen passe-partout bij wat men vertelde
– zo niet te geloven -.

Zij zochten – zo sprak zij – een veilige haven
weg uit die syrische hel
hoe ver kon je vluchten
om zeker te zijn

op de kaart vonden hun vingers
twee groengele veegjes in een zee van water
hoopgevend ver

Tussen douche en ontbijt
zag ik ze gaan de tuinman en de dood
altijd de één, onwetend de ander

En ik nam – ook die ochtend – de trein.

Sieth Delhaas
maart 2019

Sta op
zoek zelf
en vind
doe dat
zet door
en blijf

Zeg wat weegt op je hart
zo luid als je kunt
schreeuw uit als het brandt op je tong
sla je ogen niet neer
rebelleer
trek je spoor diep en ver
sla dan het stof van je rok
ga terug
ga opnieuw aan de gang
sla een arm om een mens
leer haar moed
zoek een plek om te zijn
desnoods een woestijn
tot het stopt

Sta op
zoek zelf
en vind
doe dat
zet door
en blijf

Sieth Delhaas
februari 2019
(naar: Spinvis’ Kom terug)

Het begon met dat ze
niet slapen kon
tot ze dichtend wakker werd

op haar arm dichtte ze voort
omdat ze nog niet uitgeslapen was

ze verzette zich met verzen
van dezelfde lengte en breedte
zette ze bijeen
onder dezelfde naam
– foto op de rug gezien –

ze liepen voor de stoet uit
voor iemand uit
die de foto maakte
waarmee alles begon
en later ook eindigde

Sieth Delhaas