Sieth Delhaas

Een jolige oktoberstorm
rukt me uit mijn comfortzone van:
lekker binnen blijven

Kalenderwaarheid wijst me:
bijna Allerzielen
lange nachten zitten me
al weken op de hielen

Mijn zonnige oktoberstorm
veegt echter voor een enk’le dag
alles van de kaart
wat naar winter wijzen mag

Mijn fiets, mijn zonnebril
mijn IJssel
met lege bankjes langs de oever
reiken mij
– hoe hollands –
een jolige oktoberstorm
een gouden bladerdroom
één dag lang mìjn comfortzone

Sieth Delhaas
oktober 2019

Wie gaat er mee naar Zutphen varen
op een avond in de herfst
het past bij de tijd
winter op weg
zomer nog zinderend onder de huid

Ergens was de sleutel gebroken
in de stad woont geen enkele man
die de sleutel maken kan
dat hoeft ook niet

Het is een vrouw
die de toekomst maken zou

Tastend door de stad
vier handen fladderend langs de muren
zo oud veel van die stenen
maar wat maakt dat uit

Niets onder onze huid
wilde daarvan weten
wie gaat er mee
wie durft het aan
een nieuwe toekomst in te slaan

Na vijf woorden waren we door de stad
ons leven veranderd
en de sleutel… smeten we in de IJssel.

Sieth Delhaas
Kopwit, 16 oktober 2019

Een stad zo buiten beeld
voor haar geen denken aan
bij ’t missen van een trein
een slenteren tussen huizen
van een oneindig verlaten plein

In ’t jaar van langzaam sterven
twee keer de stad verbonden
met de vrouw die ongezien bleef
in een wereldwijde hersenspoeling
wat had haar kind
daarmee te doen? Een rol?

Een verbinding zo verborgen
dat toeval uitgesloten was
dat zij die plek om in te wonen
moest vinden zonder te weten
dat haar geschiedenis
hier al begonnen was

Sieth Delhaas
Kopwit, oktober 2019

Terwijl ik de blokhut van mij zuiver
op de rand van de rubberen schotel
die ik die week van
ondraaglijke hitte
op peil hield
zit zij
zwarte merel
drinkend per druppel
haar snavel van tijd tot tijd
heen en weer tikkend
van linker naar rechter borst

pogend zich te bekruisigen?

zij bleef te kort
maar lang genoeg
om haar om te dopen tot
roomse vogel

Sieth Delhaas
augustus 2019

Honderd manen geleden verleidde mij een ster,
wikkelde mij, scherend door hemelse sferen,
in betov’rende franje en tolden wij ver
naar strofenland, waar pronte poëten excelleren.

Sieth Delhaas
100 e bijeenkomst Dichterscafé 2019