Sieth Delhaas

Hij 1 kwam tot mij
vanuit de context van haar
die omstreeks ’t midden van haar dagen
verdwaalde in levens donker woud. 2

Zijn sonnetten
haar geraakt zijn
doen haar rijken naar eigen bron.

Voor het eerst haar woorden
– volkomen zuiver –
breekt haar stem onweerstaanbaar door.3

Sieth Delhaas

1. Herman Gorter (in het kader van ‘Gorter’ als onderwerp van Deventer Dichterscafé 29.5.2012).
2. Zie: Henriëtte Roland Holst-van der Schalk’s bundel De vrouw in het woud (Rotterdam 1912), waarin het 1e sonnet
    begint met de regels: ‘ Ook ik ben omstreeks ‘t midden mijner dagen/ verdwaald geraakt in levens donker woud’.
3. Zie: Henriëtte Roland Holst-van der Schalk, Het vuur brandde voort (Amsterdam 1949/1979 3e dr.) pp. 66-67.

Mijn tijd
Zijn tijd
het wordt verleden
Ik ga verder
Pak het volgende
Mijn nieuwe jaar
Niet ik word oud
het zijn mijn jaren,
die één voor één,
zwaar van dagen,
zich zelf ten einde leven
Voor mij de herinneringen,
die mij doen worden
tot wie ik tenslotte zal zijn.

Sieth Delhaas

Wachter, wat is er  van…?
Overstijgend de geslachten
spreidt zij zich
fluweelzacht over mijn stad,
nestelt zich onder lampen van oudsher
kleedt zich van straat tot steeg 
in wisselend gewaad.
Getuige is hij van uitersten
maar  verraadt niet;
blijft een stille.
Altijd tussen de van de daken schreeuwende dagen
de nacht.

Sieth Delhaas

Gedicht n.a.v. het thema van Gedichtendag 2011