Sieth Delhaas

Novembermaand hoezeer ga je gebukt
onder beelden van duister, dood, verderf,
motregen, takken van een boom gerukt,
verlating, ouden eenzaam op hun erf.
Sombere schrijvers gaan zich te buiten
aan dwaallichten, die, van elkeen vervreemd
angst aanjagen wie op hen mocht stuiten
je vraagt zijn die vertellers zelf ontheemd?
Ik zie november als een maand gevuld
met lange avonden, mooie boeken,
gesloten gordijnen, mezelf gehuld
in wat me zint, desnoods oude doeken.
Met dit wel wat krakkemikkige sonnet,
is november van de somberaars  gered

Sieth Delhaas

Vol van een mens
met de dood in zijn schoenen

licht was ik
met een ongekende moed

legde mijn lot niet in jouw
maar in de handen van mijn eigen ongekende weten
van hoe te gaan
wat waarde  was om voor te leven

Sieth Delhaas

Hij 1 kwam tot mij
vanuit de context van haar
die omstreeks ’t midden van haar dagen
verdwaalde in levens donker woud. 2

Zijn sonnetten
haar geraakt zijn
doen haar rijken naar eigen bron.

Voor het eerst haar woorden
– volkomen zuiver –
breekt haar stem onweerstaanbaar door.3

Sieth Delhaas

1. Herman Gorter (in het kader van ‘Gorter’ als onderwerp van Deventer Dichterscafé 29.5.2012).
2. Zie: Henriëtte Roland Holst-van der Schalk’s bundel De vrouw in het woud (Rotterdam 1912), waarin het 1e sonnet
    begint met de regels: ‘ Ook ik ben omstreeks ‘t midden mijner dagen/ verdwaald geraakt in levens donker woud’.
3. Zie: Henriëtte Roland Holst-van der Schalk, Het vuur brandde voort (Amsterdam 1949/1979 3e dr.) pp. 66-67.

Mijn tijd
Zijn tijd
het wordt verleden
Ik ga verder
Pak het volgende
Mijn nieuwe jaar
Niet ik word oud
het zijn mijn jaren,
die één voor één,
zwaar van dagen,
zich zelf ten einde leven
Voor mij de herinneringen,
die mij doen worden
tot wie ik tenslotte zal zijn.

Sieth Delhaas

Wachter, wat is er  van…?
Overstijgend de geslachten
spreidt zij zich
fluweelzacht over mijn stad,
nestelt zich onder lampen van oudsher
kleedt zich van straat tot steeg 
in wisselend gewaad.
Getuige is hij van uitersten
maar  verraadt niet;
blijft een stille.
Altijd tussen de van de daken schreeuwende dagen
de nacht.

Sieth Delhaas

Gedicht n.a.v. het thema van Gedichtendag 2011