Sieth Delhaas

we speelden met dromen van vroeger
wat je had willen worden

als ik mijn ogen sluit zei ze
ben ik moeder van een weeshuis

of bestond dat beroep niet?

en mijn moeder ging met haar hand
door het haar van mijn vader

zoals ik zou willen doen
bij mijn dode geliefde
zijn zilvergrijze

Sieth Delhaas

Met de betekenis van het woord
is het als met de vorm
van de eerste letter
hij zigzagt alle kanten op
gericht schiet hij heen en weer
onderzoekt hoeken en gaten
hij staat op scherp

pak je de tweede erbij
dan weet je dat je zigzaggend ook
tot grote hoogten stijgt
maar dat diepe dalen
je niet blijven bespaard

heb je beide
op je rekje bij het scrabblespel
dan gooi je zonder weifels hoge ogen

‘zwervenszat,’t meest in de nachten’

JJS kent niets
van mijn vrolijke zwerversvorm

gestorven in mijn geboortejaar
wilde hij alleen
in zijn gedichten wonen
dakloze dichter
ontroostbare zwerver
van voorbije eeuwen

Sieth Delhaas

Novembermaand hoezeer ga je gebukt
onder beelden van duister, dood, verderf,
motregen, takken van een boom gerukt,
verlating, ouden eenzaam op hun erf.
Sombere schrijvers gaan zich te buiten
aan dwaallichten, die, van elkeen vervreemd
angst aanjagen wie op hen mocht stuiten
je vraagt zijn die vertellers zelf ontheemd?
Ik zie november als een maand gevuld
met lange avonden, mooie boeken,
gesloten gordijnen, mezelf gehuld
in wat me zint, desnoods oude doeken.
Met dit wel wat krakkemikkige sonnet,
is november van de somberaars  gered

Sieth Delhaas

Vol van een mens
met de dood in zijn schoenen

licht was ik
met een ongekende moed

legde mijn lot niet in jouw
maar in de handen van mijn eigen ongekende weten
van hoe te gaan
wat waarde  was om voor te leven

Sieth Delhaas

Hij 1 kwam tot mij
vanuit de context van haar
die omstreeks ’t midden van haar dagen
verdwaalde in levens donker woud. 2

Zijn sonnetten
haar geraakt zijn
doen haar rijken naar eigen bron.

Voor het eerst haar woorden
– volkomen zuiver –
breekt haar stem onweerstaanbaar door.3

Sieth Delhaas

1. Herman Gorter (in het kader van ‘Gorter’ als onderwerp van Deventer Dichterscafé 29.5.2012).
2. Zie: Henriëtte Roland Holst-van der Schalk’s bundel De vrouw in het woud (Rotterdam 1912), waarin het 1e sonnet
    begint met de regels: ‘ Ook ik ben omstreeks ‘t midden mijner dagen/ verdwaald geraakt in levens donker woud’.
3. Zie: Henriëtte Roland Holst-van der Schalk, Het vuur brandde voort (Amsterdam 1949/1979 3e dr.) pp. 66-67.