Sieth Delhaas

Zo gaat het nu altijd
thuis heb ik nog tijd zat
ik kan nog dit
ik doe nog dat
sla ik de deur dan eenmaal dicht
dan weet ik
’k heb het weer verpest
als alle keren eerder
de trein rijdt aan
ik moet nog honderd stappen gaan
en bij de acht-en-negentigste
jankt hij even
om aan te geven
nee meid, je bent weer over tijd

Sieth Delhaas

je hebt de eenling
dan nog geen schermutseling
kun je schermutselen zonder een ander?
wie moet het zijn?
een schermer?
een mutseling?

speelsheid zal er zijn
zal het winnen
In dit onbesliste handgemeen

speelsheid van lippen
al of niet gewenst
aflatend, aanhoudend
pauzerend

dan – een leven lang misschien
het spel voortzetten
aanvallend
parerend

blijft de manoeuvre in het spel
dan duurt zij
tot in lengte van dagen
de schermutseling

kortelings getuige
van een zeldzaamheid
op een gouden bruiloft

Sieth Delhaas

Hij koos voor één van de kleinste profeten
Uit het boek waarmee hij was opgegroeid
Hij droomde dat hij daar op die toren stond
Dat hij die sukkels die volken bedreigden
Als ze doorgingen met hun geweld en gekwel
Mocht aanzeggen wat hen te wachten stond.

De sukkels in zijn eigen tijd
Snapten weinig van zijn zich verschuilen
Achter een zo nietszeggende naam
Iets van een brombeer uit zeer oude tijden
Dat kon niet meer dan iets mythisch zijn.

Het was in de tijd na de de cultuurrevolutie
Dat weinigen nog wisten van
Wat Habakuk de Tweede de Balker zag
Als een altijddurende gang
Van mensen en volken en machten en domheid

Sommigen begrepen
En verleenden hem eer
Maar zijn taal bleef als in een grindmolen gemalen

Vol medeklinkers grommig en schier
Want tenslotte wist hij was juist zijn stem
Als voor zijn verzen geschapen

Zodat hij opviel als eens die Judese leviet
Die stond op die toren en zag
Dat het recht werd verdraaid
Zodat een steen schreeuwde uit de muur
En dat een balk hem uit het houtwerk antwoordde.

Sieth Delhaas

hebt u voor mij
zei hij
tegen de kapster
een lak die niet plakt
zodat als zij met haar hand door mijn haren glijdt
haar idee van zijde blijft

Sieth Delhaas

De heuvels hielden stil
wat zij al eeuwen zagen
zij durfden niet gewagen
van wat de zede wil;
in gallisch Occitanië
beroemd door luit en zang
heerst een verworden drang
eigen aan ridder braniën.

de meisjes in de velden
vormen hun eigen rei
door dromen en gedichten
spreken zij minne vrij

het is geen grootspraak te beweren
dat adellijke jonge meiden
– ik zeg het nog bescheiden –
aan door drank verslaafde heren
als bruiden werden toegeschoven
in ruil voor forse stukken grond
dit was de bella’s een affront
zij wilden eigen droom geloven
     
de meisjes in de velden
vormen hun eigen rei
door dromen en gedichten
zingen zij minne vrij

dan lijkt de tijd gekomen
zomaar uit het niets
van zang en luit en trobairitz
waarvan de meisjes dromen.
De heuvels zijn nu getuigen
vormen hun eigen rei
met bloemen in de mei
willen niet langer buigen.
       
de meisjes in de velden
vormden hun eigen rei
minne en gedichten
maakten hen vorstelijk vrij
     
Sieth Delhaas