Neletta van Heuven

Mensen drommen samen in de wei
De gezichten staan alom op: blij
Vol verwachting kloppen alle harten
Voor bevrijding van hun aardse smarten

Forse vrouwen in wijd wapperend kledij
Geen make-up meer, wij boetseren nu met klei
Vraatzucht afgedekt met Mexicaanse poncho’s
Mannen zwaar in minderheid en nergens macho’s

Centraal staat Boerderij De Vrije Geest
Boer en boerin bevrijd van maïs en beest
Bewegen zich verlicht in hoger sfeer
Geen zorgen meer om zeug of beer

De weide wemelt van de toffe tenten
Yurten uit Mongolië met bovenaardse prenten
Indiaanse zweethutten met vuur en veel tam-tam
Meditatie onder Oooomgezang in wit Ashram

Kom, durf, ontdek het wilde dier in jou
Ben jij in wezen niet een kruidenvrouw
Ervaar je ademtocht als warme stoom
En voer het kind in je in kano op de stroom

Ontdek je maanmeridiaan en waar die beeft
Zoek de legende die al vele levens in jou leeft
En voel jij in je lichaam nog een dwarse drempel
Kom dan dansen met je Ego in Tolteekse Tempel

Allerhande vreemde waren zijn te koop
Van heilig hout – waarschijnlijk van de sloop-
Tot Engelenkaarten, bamboekleding, schapenvet
Goji-bessen, kippennekken, lamsoren en spijkerbed

Lang geen mannenhand gevoeld, hier ligt je kans
In de Yurt met sterke mannen van de Re-balans
En de Shiatsu-man geneest jou van je stijve nek
Lichaamsgerichte therapie …  veruit meest in trek

Maar dan geschiedt zowaar een wonder: de boer
Blijkt omgetoverd in een Middeleeuwse troubadour
Met Vlaamse doedelzak doorkruist hij het terrein
En woelt de lage lusten los met zijn duivelse refrein
De dames dansen om hem heen, zo blij van zin
Al tierelierend blaast hij ze genadeloos de zweethut in

Ik zie het aan, verstard, mijn deuren stijf op slot
Ligt het aan mij, verward, gebonden aan één God
Noch verlicht, noch rijp voor ’t Nieuwe Tijdsgewricht
Nee, ‘k geloof niet in Maitreya,
‘k geloof niet in dat hele vrije, ja
mijn geloof is simpel
in de Muze
van ’t Gedicht

Neletta van Heuven

zerenade op de ouderdom

Waarom, mijn God, waarom
Schiep U … de ouderdom
Mij maakt die rotte kruisgang
Naar een roemloos einde … bang
U schiep ons naar Uw Evenbeeld
Bent U dan nu verrimpeld en vereelt
Of troont U hoog en trots als Jonge God
Waarom óns vervloeken tot dit wrede lot

U vraagt van ons een deugdzaam leven
Jeugdzonden wilt U nog wel vergeven
Maar of we vroom voor Uw geboden beven
Of met voeten treden, is U blijkbaar om het even
Want allen vallen wij ten langen leste
Aan verval ten prooi, ja, ook de besten
Dat U die treurnis niet wist te verhoeden
Wordt mij elke dag weer meer te moede

‘s Ochtends uit de veren en dan constateren
Tegen rimpelvorming valt niet op te smeren
De aftakeling is met geen botox nog te keren
Of moet ik mij toch maar met fillers injecteren
Wallen onder ogen zwellen op als kikkerkelen
Bovenarmen gaan lamlendig lellen en bij velen
Wordt onderkin kin van kalkoen of kip
Weg je ooit zo volle, wulpse bovenlip

Fraaie Prodent tanden worden thans aftands
Je gulle lach verliest vergeeld zijn glans
Versleten pleeborstel is je uitgedunde haar
Tja, kapster, wekelijks, heeft geen bezwaar
Overal verschijnen vreemde vlekken
Haren groeien op gênante plekken
Decolleté vervangen door een col
Je achterwerk staat niet meer bol

Ingedroogde appels zijn je billen
Benen almaar moeizamer te tillen
Voorbij tuinieren op je hurken
’s Nachts blijk je ineens te snurken
Je kunt je eigen veters niet meer strikken
Beugels om je na het plassen op te krikken
Je boezem prijkte ooit in fiere stand
Magneet voor menig mannenhand
Thans ter hoogte van je buik beland
Nou ja, eigenlijk … op zwemband gestrand

Zijn het de stratenmakers die daar naar jou fluiten
Neen, dat concert komt ergens bij jou zelf naar buiten
Hoor ik nu, Heer Schoonenberg, daarbuiten vogels fluiten
Neen, mevrouw, die geluiden komen van uw oren die zo tuiten

Ach, De Liefde …
Venusheuvel aangetast door zure regen
Dijen nooit meer door een ros bestegen
Want: zelfs een ratelslang voelt zich niet fijn
In een …  van oase verstoken woestijn
En dan bezorgt je eigen arts jou boze dromen:
“Uw lusthof dichtgegroeid, mevrouw, vleesbomen
En uw kringspier mag zich thans vermeien
In een vergadering van verse aambeien.”

Oh God, waarom niet ook ons in de bloei van ons leven
Zonder veel vertoon, net als Uw Zoon, omhoog geheven
Liever op tijd vertrekken, desnoods na kort en hevig lijden
Dan verrekken en ons lijden over jaren uit te spreiden
Neen, van alle waardigheid ontheven

Zijn wij gedoemd onteerd te sneven
Geen erbarmen om ons aan te warmen
Die Wahrheit leent zich niet voor Dichtung
Die Wahrheit lässt uns nur … Vernichtung

Waarom, mijn God waarom
schiep U de ouderdom
mij maakt
zo naakt
de kruisgang
naar een
eerloos
eenzaam
einde
bang

Neletta van Heuven

OH, WONDERE WERELD

De wereld heeft een tweegezicht
Het ene ligt in duister, het andere in licht
Hoe is zo’n wond’re wereld ooit te vatten
In een simpel alledaags gedicht

Zijn het …

De puppy-ogen die jouw ziel weerkaatsen
De spinnen die hun eieren in blaadjes plaatsen
Het burlend hert dat teder is voordat hij paart
De nijv’re bij die nectar voor zijn koningin vergaart

De vader die zijn dochter naar het altaar begeleidt
De moeder die haar zoon een feestmaal heeft bereid
De leraar die zijn leerling net dat ene zetje weet te geven
De minnaar die zijn lief de opperste extase doet beleven

Dan ook …

De adelaar die zwevend spiedt, dan duikt op prooi
De maden die een rottend lijk verkeren in een klerezooi
De tijger die zijn tanden slaat in ranke nek van antiloop
De miereneter die verderft zaait in een mierenhoop

De vader die zijn dochter heeft verkracht
De moeder die haar zoon verplettert onder moedermacht
De leraar die zijn lid in leerling heeft gestoken
De minnaar die gedachteloos haar hartje heeft gebroken

Oh, wond’re wereld, wie boetseerde ooit uw tweegezicht
Het een verduistert, het andere verlicht
Uw dubbeltronie wekt zonder uitzondering
………verwondering
Bovenal het wonder: wie ben ik …
die dit zomaar dicht …

Neletta van Heuven

een villanelle

Al die moeite voor mijn lief, het mocht niet baten
Het leven en ook jij liet mij geen and’re keus
Dan mijn hart te sealen en jou los te laten

Eerst nog leek de redding in het samen praten
Maar zonder aandacht werd dat zo affreus
Dat mijn hart ging sealen om jou los te laten

Opnieuw verhuizen, vertrouwde stek verlaten
Veranderen dat doet pas leven, werd jouw leus
Al die moeite voor mijn lief, het mocht niet baten

Vele vrienden en familie in de steek gelaten
En wat ik zei of deed of liet, ik was de kneus
Dus mijn hart ging sealen om jou los te laten

Ik zelf ging door met pleasen, wou niet haten
In de liefde was ik sterker dan een watergeus, ach
Al die moeite voor mijn lief, het mocht niet baten

Die vele mooie woorden bleken holle vaten
En de harde woorden, die verwondden, ..heus
Wil ik nog leven in dit leven, rest geen and’re keus
Dan mijn hart ont-sealen en jou vrolijk los te laten.

Neletta van Heuven

Is weldra alles écht te weten
Door de wisse wetenschap
In diens hoge aanschijn zweten
Maakt ons oh zo strak en knap
In de berm verpietert de verwondering
Over zwermen vogels in de lucht
En dichters worden dra tot zonderling
Hun ijl elan sterft in een zware zucht
Verduisterd raakt hun aureool
De wereld driedimensionaal
n de verte huilt nog een viool
Verloren de oren voor haar wondere verhaal.

Neletta van Heuven