Neletta van Heuven

Kersttijd brengt mij bij mijn diep verlangen
Naar wat o-gen-schijn-lijk niet bestaat
Wat haast niemand lijkt te zoeken
Wat, soms bijna vast,  mij weer verlaat

Kersttijd trekt mij naar mijn diep verlangen
Naar een veilig thuis, nooit opgebouwd
Doch altijd blijf ik naar de stenen zoeken
Als een kind dat vader tóch vertrouwt

Neletta van Heuven

Villanelle op Das Gute ist immer da

Kent u de bibliofiel, een uitgestorven ras, weldra
In Deventer zie je dit vreemde volkje nu nog lopen
Altijd in de richting van  Das Gute ist immer da.

Dit volk is vredelievend en komt niemand ooit te na
Stil en tevreden, zodra ze hun geliefde boekje kopen
Bij voorkeur in Jan’s eigen Das Gute ist ja immer da.

Minstens een boek per week, wie doet hen dat nog na
Iedereen wil chatten, app-en, skypen, twitteren, bezopen
bezigheden, de bibliofiel … een uitgestorven ras weldra

Steeds vaker zoeken zij vertroosting bij elkaar en ja,
Dan lezen zij elkaar bezield gedichten voor, zo hopen
En geloven zij opnieuw: Das Gute ist noch immer da.

Liefst urenlang verblijven in de stille en serene pijpenla
Vol échte boeken, of …  dromerig langs trage IJssel lopen
De bibliofiel sterft uit, loopt nergens meer, weldra

Laatst in de maneschijn, zij kwam de IJsselkade krap te na
Er was een eind gekomen aan haar kopen en haar hopen
Verlangend naar iets hogers heeft zij zich bewust verzopen
Eind’lijk rust gevonden in …  Das Gute …  jénseits immer da.

Neletta van Heuven

In het kader van de dichtwedstrijd voor het antiquariaat ‘Das Gute ist immer Da’ te Deventer.

Hoe komt het toch dat mensen honden willen
Die zucht naar hondjelief is blijkbaar niet te stillen
Egypte werd geteisterd door de sprinkhaanplaag
De Middeleeuwse pest heeft half Europa weggevaagd
Wij vrezen nu ebola en bestrijden fluks de vogelpest
F 16’s, onze jongens, knallen fanatieke moslims neer
En onze echte zwarte Pieterknecht bestaat niet meer
Maar wie maakt zich druk om huizenhoge hondenmest

Waar komt het toch vandaan die dolle hondenhype
Hondenvrienden praten zelfs met hondje via Skype
En menig hondenechtpaar werd verliefd At First Bite
Door hun hondje uit te laten, effectiever dan de datingsite
Een hondje op of aan de arm is even trendy als een Gucci-tas
Het schatteboutje hip gekleed mag baasje innig zoenen
Op de rode mond, de gekte staat nog in de kinderschoenen
Ik voel mij eenzaam in mijn afkeer van het hondenras

Ooit werd ik door een grote herdershond gebeten
Ik aaide slechts heel lief, toch werd het mij verweten
Mijn arm werd wreed geïnjecteerd met tetanus
Hondjelief werd teder op zijn vieze bek gekust

Vergezelde ik mijn pa, huisarts, bij thuisbezoeken
Belaagd door keffers op ‘t erf, hoorde ik hem vloeken
Eens bezocht hij chique dame voor inwendig onderzoek
Haar Chiwawa beet hem telkenmale in zijn broek
Toen keilde hij het beest over haar glanzende parket
Haar schat belandde keurig onder het antieke kabinet
Mijn pa was klaar met haar en groette ook de hond beleefd
Zij snelde ijlings naar haar stille schat, … die bleek gesneefd.

Ik werd volwassen en verliefd op man met … honden
Die honden mochten nota bene slapen op zijn sponde
Ben schielijk onder zijn behaarde dekens weggegleden
Maar voelde mij terstond van alle kanten fiks bereden
Onverdraaglijk ook de stank, de kwijl,  de natte snuiten
Ik vloog het bed uit, rende in m’n blootje snel naar buiten
Hij mij achterna, berispte boos, wat doe jij  dwaas en zuur
Zij zijn mijn dierbare kroost, ’t is immers hun natuur!
Even later gleed ik met mijn tas in donker uit over zijn stoep
En nog wat later reed ik in mijn Saab en rook het: hondenpoep

Laatst zag ik lopen een schoothond met zijn vrouwtje
Zo te zien: haar laatste passie aan een touwtje
Een manlijk wezen eindelijk getemd is veilig strelen
En thuis kan hondje lief met poesje spelen
Nee, nee, ’t is niet wat u nu denkt, kom aan
Dat heeft haar hondje echt nog nooit gedaan!

Ik was net komen wonen aan de Nieuwe Markt
En had mijn kleine voortuin keurig aangeharkt
Toen buurvrouw acte de presence kwam geven
Naast haar kwispelden twee jonge tekkel-teven
Handen net geschud piste teefje vol over mijn schoen
Riep zij verbluft: dat heb ik onze schat nog nooit zien doen

Onlangs lag er weer een verse drol pal voor mijn hek
Ik kon er niet meer tegen, dit werd mij echt te gek
De zoveelste hoop stront, ik raakte buiten zinnen
Het was nu hond of ik, ik  móest wel iets verzinnen

Nu weken later is geen hond meer te bekennen
Dat is ook weer vreemd, voor de buurt is ‘t even wennen
‘Buurman’, vroeg ik vals, ‘waar is ’t mondaine hondenvolk gebleven?’
‘Alle honden dood gevonden, baasjes zijn in quarantaine, op Brinkgreve’

Tja, ik beken, hier, ‘k heb op alle hondendrollen rattengif gestrooid
Ik zweer het op mijn blauwe ogen, anders doe ik zoiets, … nooit.

Neletta van Heuven

mijn ganse leven was mijn-ding
ook toen dit gruwelwoord
in mijn mond nog niet bestond
de eeuwige schermutseling
tussen gezond verstand
en romantische band
dat heeft mijn leven
gruwelijk verstoord

ik weet niet hoe ’t u verging
in ’t vinden van de ware liefde
ging u voor bergen geld of
voor zekerheid en trouw
of alleen maar wat de ander wou
wist u al vroeg wat u geriefde
wat in de ware liefde telt

al mijn pogingen zijn jammerlijk
gestrand, want romantiek
verstomde mijn verstand
wie zijn verstand verguist
die zal het weten
van lieverlee werd ik alom
voor dom versleten
ik werd belazerd en bestolen
 
na jaren eenzaam dolen
kreeg mijn verstand de overhand
verstand is als een scherm
beschermt een muts
voor veel te link gevoel

ik kan enkel nog verstandig leven
ware liefde is mij heden om ’t even
weg met de schermutseling
weg met gruwelwoord mijn-ding
liever leef ik nu … als zonder-ling

Neletta van Heuven

Mensen drommen samen in de wei
De gezichten staan alom op: blij
Vol verwachting kloppen alle harten
Voor bevrijding van hun aardse smarten

Forse vrouwen in wijd wapperend kledij
Geen make-up meer, wij boetseren nu met klei
Vraatzucht afgedekt met Mexicaanse poncho’s
Mannen zwaar in minderheid en nergens macho’s

Centraal staat Boerderij De Vrije Geest
Boer en boerin bevrijd van maïs en beest
Bewegen zich verlicht in hoger sfeer
Geen zorgen meer om zeug of beer

De weide wemelt van de toffe tenten
Yurten uit Mongolië met bovenaardse prenten
Indiaanse zweethutten met vuur en veel tam-tam
Meditatie onder Oooomgezang in wit Ashram

Kom, durf, ontdek het wilde dier in jou
Ben jij in wezen niet een kruidenvrouw
Ervaar je ademtocht als warme stoom
En voer het kind in je in kano op de stroom

Ontdek je maanmeridiaan en waar die beeft
Zoek de legende die al vele levens in jou leeft
En voel jij in je lichaam nog een dwarse drempel
Kom dan dansen met je Ego in Tolteekse Tempel

Allerhande vreemde waren zijn te koop
Van heilig hout – waarschijnlijk van de sloop-
Tot Engelenkaarten, bamboekleding, schapenvet
Goji-bessen, kippennekken, lamsoren en spijkerbed

Lang geen mannenhand gevoeld, hier ligt je kans
In de Yurt met sterke mannen van de Re-balans
En de Shiatsu-man geneest jou van je stijve nek
Lichaamsgerichte therapie …  veruit meest in trek

Maar dan geschiedt zowaar een wonder: de boer
Blijkt omgetoverd in een Middeleeuwse troubadour
Met Vlaamse doedelzak doorkruist hij het terrein
En woelt de lage lusten los met zijn duivelse refrein
De dames dansen om hem heen, zo blij van zin
Al tierelierend blaast hij ze genadeloos de zweethut in

Ik zie het aan, verstard, mijn deuren stijf op slot
Ligt het aan mij, verward, gebonden aan één God
Noch verlicht, noch rijp voor ’t Nieuwe Tijdsgewricht
Nee, ‘k geloof niet in Maitreya,
‘k geloof niet in dat hele vrije, ja
mijn geloof is simpel
in de Muze
van ’t Gedicht

Neletta van Heuven

Aan het laden...