Neletta van Heuven

Ze zaten aan een tafel in ’t café Ze keken strak en bozig naar elkaar ’t Boeide mij dus luisterde ik mee Met haar tirade was zij geenszins klaar En gisteravond dan? bevraagt zij zuur Kantoor was donker, ben je mij nog trouw? Hij zucht en herbeleeft zijn heerlijk avontuur Peinst hoe zich te bevrijden van zijn vrouw Die avond laat bewandel ik de IJsselbrug De kadelichtjes klotsen op het water Daar staat een man, ik zie hem op de rug Gebukt, alsof hij kotste van een kater Maar nee, hij hijst een koffer op de railing Ik loop er langs, herken hem van ’t café Een plons! Het water toont een ronde streling Aan het einde van de brug …  daar start een BMW Een vrouw, niet opgegeven als vermist In koffer aangespoeld aan Worpse IJsselkant Politie Deventer vermoedt: een liefdestwist Liep na cafébezoek dramatisch uit de hand

je had hem toen
op dát moment
bij zijn lurven
willen pakken
hem de waarheid
moeten schreeuwen
maar je zweeg
en werd weer
die je was geweest
bevreesd

je had haar daar
met jóuw vent
jouw bed uit
willen trekken
haar nek om
moeten draaien
maar je verdween
en werd weer
die je was geweest
alleen

je had de man
op wie je was
al jaren lang
willen bekennen
moeten zéggen even
dat je dat was
want wie weet
ook hij misschien
maar je werd weer
die je was geweest
bedeesd

door niet te doen
steeds weer
werd je die je was gebleven
nog even en …
je bent hier niet geweest                                                           

Neletta van Heuven

Om alsmaar heen en weer te gaan

Ik ben de vloedlijn van de Zuiderzee
Op één lijn te blijven valt mij echt niet mee
Want golven golven te graag heen en weer
En beuken buitelend op  stranden neer
Gedragen zich als bosjes losgeslagen vee

Ik ben een kind, mijn ouders zijn gescheiden
In mijn laatste schooljaar niet meer te vermijden
Ik tors m’n tassen tussen Oss en Assen heen en weer
Ik hoop maar dat ik slaag, dan hoef ik dat niet meer
Dan komen zij maar, elk apart, naar mij, in Leiden

Ik ben de veerman op het IJsselmeer
Mijn bestaan bestaat uit heen en weer
Weer of geen weer, ik blijf maar varen
Varen brengt mijn ziel weer tot bedaren
Sinds het eindexamen … komt zij niet meer

Ik ben de klepel van een koekkoeksklok
Ik slinger heen en weer en zie niet om in wrok
Wel ben ik meer en meer tot jaloezie geneigd
Omdat die koekkoek altijd alle aandacht krijgt
Maar: als ik ga staken … blijft hij vanzelf op stok

Ik ben een tennisbal uit hele chique stal
Van Rafaël Nadal, die fanatieke kwal
Wij krijgen rake klappen, scheren heen en weer
Maar niet naar ons maar naar Nadal gaat alle eer
Mij dumpt hij, zodra ik die bal niet meer beval

Ik ben een echte machoman, ik hou van sjansen
Wat een armoe, enkel met één vrouwtje dansen
Van vrouw naar vrouw marcheer ik heen en weer
Trekt mijn echtgenote weer van leer, ik excuseer
Mij met: Entre vous tous mon coeur se balance

Ik was ooit jong en strak van lijf en leden
Ik vond vreugde in het heilig op en neer
Maar met die heupprothese in het heden
Wordt het hooguit nog een pover heen en weer
Ik stel mij daar van lieverlede mee tevreden

Want wij zijn hier in dit ondermaans bestaan
Om uiteindelijk geheel tevreden heen te gaan

Neletta.van Heuven

Bergkruinen gehuld in hermelijnen mantel
Hellingen in groen tapijt en spargordijnen
Koeien grazen en daar spelen geiten dartel
Watervallen als geplas van cherubijnen

Hemelsblauw, het water in het meer
Vogelzang als knapenkoor zo schoon
Berm bezaaid met veldboeketten van de Heer
In vogelhuisjes hangt God’s Eigen Zoon

Dat de wereld wreed is en verrot
Dat maak je hier het volk niet wijs
Vrouw zaait, man maait, gezegend is hun lot
Zij leven hier Zum Wohl in proper paradijs

Daar hooit een boer zijn dirndl in de mijt.
God heerst in alomtegenwoordigheid
Het Gode-groeten levert het bewijs
Grüss Gott, Grüss Gott, Grüss Gott

Neletta van Heuven

Ik heb dit jaar The Passion uitgezeten
Dat werd van hogerhand aldus beschoren
Ik moest en zou het eind’lijk zeker weten
Of lijden onze jeugd nog kan bekoren

De Jezus wordt vertolkt door Jim de Groot
De zoon van onze god-de-troubadour
Van onrecht, vrije liefde en de dood
“Geloof jij Jim?” “Welnee, de rol is stoer!”

Als Barabbas een eigentijdse rover
Uit BN-er stal van Boulevard op Vier
Dave Roelvink, ja, die supergave gozer
Juwelendief of niet, voor tieners hoog vertier

Jeroen van Koningsbrugge is de Judas
Verraadt zijn maatje Jezus met een kus
Van Eerd is Hocus Pocus Pilatus Pas
Daar gaat hij, Jezus, voorbij C1000 en de Plus

De vruchtbaarheidsgodinne Shirma Rouse
In schril contrast met uitgemergeld mensenzoon
Krijt als Maria al haar moederleed heraus
Haar zoon bezwijkt intussen onder doornenkroon

Maar dan ontmoet de lens de mensenstoet
BN-er Bridget peilt het Volksempfinden
“Gaat ie lekker?” vraagt ze, want, ja, lekker móet
Die Bridget maakt zodoende blinden ziende

“Die Jezus heeft dit écht voor ons gedaan
Zo kon Zijn Vader ons voorgoed vergeven
Straks zal Hij uit de dood ten hemel gaan
En kijkt dan of wij wel genieten van ons leven

Onwijs gaaf, te gek toch, des te meer:
Genieten is in diepste wezen… geven
Is eren van de Schepping van de Heer”
Haar evangelie heeft heel Enschede doen beven

Neletta van Heuven