Neletta van Heuven

Glippend door moeders coulissen gaan we op
Op, op het schouwtoneel van deze aarde
Wordt jouw ongevraagde worp van waarde
Een succes of hangt reeds om jouw keel de strop

Levenslang de kost verdienen dus vroeg op
Naar de fabriek, de politiek, het onderwijs
Of de schone kunsten, maar dat heeft een prijs
Bereik je de top, kom je Op1, of word ‘t een flop

Dan zoek je troost in de kroeg of in een coffeeshop
Ach waarom zou jouw leven zinvol moeten schijnen
Als je miljoenen mensen zinloos weg ziet kwijnen
Drink of spuit, met een shot of slokop voel je je top

Maar kom op, kop op …
Schrijf door! tot je laatste hartenklop, jouw winterstop
Pas dan druk je op de pauzeknop, desnoods de noodknop
Dan pas mag je weer, bij de verbrandingsoven, de coulissen in
Verlaat je dit dwaze schouwtoneel voor een onbestemd begin

Neletta van Heuven, maart 2024.

Hoelang deze poëet, gezonken en beschonken
Op deze vloer bewusteloos gelegen heeft
Dat zou ik zelf niet kunnen zeggen, maar
Genoeg – de luchthaven Zaventem herleeft

Ik doe een wilde greep naar mijn mobiel
Bel naar Portugal, mijn thuis, mijn vrouw
Ik informeer naar haar en onze kinderen
En twijfel weer aan haar echtelijke trouw

Ik ken mijn recht, ik blijf, tien jaren al
Ik verloor mijn baan als kok, kreeg mot
Laat mijn vrouw in de waan dat ik werk
Anders wacht mij louter schimp en spot

Daarginds in die hal ontplofte de bom
Ik was er net nog geweest, … echt nét!
Maar ging toen naar buiten om te roken
Dus die sigaret heeft mijn leven gered!

Het is hier tenminste warm en droog
En toeristen, altijd wat te zien en te doen
Coffee to go, broodjes en vele winkels
Alleen, het ontbreekt mij zeer aan poen

In deze winkelwagen ligt al wat ik bezit:
Rolkoffer, deken en kapot opblaasmatras
‘k Lijk bijna een toerist wachtend op z’n vlucht
Maar … ik drink wodka uit een limonadeglas

Ik verdien wat centen bij met sneldichterij
Zo uit de vuist, voor zich vervelende toeristen
Genoeg voor mijn dagelijks quotum alcohol
Ach, mijn kinderen, als ze dat eens wisten …

Hun fiere vader José, nu een dakloze schooier
Die niet kan zorgen voor hun dagelijks brood
Ik móet mij wel een stuk in de vergetelheid zuipen
Anders wordt de schaamte nog mijn wisse dood

Ik huil en snik mij elke nacht in bewusteloze slaap
In vieze, stinkende, tochtige en afgelegen hoeken
Maar ik neem mij vóór ik inslaap steevast grimlachend voor
Morgen bij het ochtendgloren ga ik eindelijk die vlucht boeken ….

(in het midden latend of het een vlucht naar Portugal is, of
de vlucht naar boven, via de kist naar het portaal van Petrus.)

Neletta van Heuven, februari 2024

Aanhoort het noodlot onverwacht en wreed
Dat mij ten langen leste blijkt te zijn beschoren
Ben ik erin geluisd? Welke kwelgeest heeft mij beet?
Ik kan in deze donkere kluis niets en niemand horen
Ik vrees te sterven terwijl geen sterveling het weet

Ben ik heimelijk gelokt, slinks hiernaartoe geleid
Door vergezichten en uitnodigende opendeuren
Ik volgde het lichtje en verwachtte mij bevrijd
Hoe kon mij deze valstrik in godsnaam gebeuren
Was het die kille wind, de ruah, is het mijn tijd?

Geen geplande zelfmoord, ik wou nog zoveel
Ik zit nu bij een vlam die razendsnel zal doven
Gekerkerd in een oud en koud kasteel
Onschuldig, … maar wie zal dat geloven?
Dit niet-begrijpen grijpt mij naar de keel

Onbegrip bezorgde mij altijd al angst en beven
Dus bleef ik maar om inzicht vragen, vele vragen
Vragen naar de zin van alles, dit onzinnig leven
Was het wijzer in plaats van God zo uit te dagen
domweg maar te leven, domweg nemen en geven?
Ik zat fout, zag echt niet waarom nou alles zo moest lopen
Ik betuig oprechte spijt … en berouw … mag de deur nu open?

Stilte … zo ken ik u weer, God van Jan-en-alleman
Voor velen toevlucht, voor mij een Doveman
Ik verdom het weg te kwijnen voor uw ogen
Mijn verzoek aan u is: zelfdoding te gedogen
Ik wil mezelf vermoorden met deze laatste pen
Ik beken: ik heb niet u en uw geschriften IK BEN
maar andere schrijvers en hun pen aanbeden
Heb ik door die ontrouw De Ware Liefde vermeden?
De vlam flakkert, ik geef weldra de geest,
Ik spies mij en dan ben ik er geweest
In mijn kruis stroomt mijn laatste plas
ras ben ik niet meer, ik ben wordt ik was
mijn hand verkrampt, mijn mond verstomt
Denk aan degeen die na u komt!
was de leus op mijn watercloset
en ja, ik geef toe: ook op mijn bed …
Wee jij, die na mij komt, jou treft ditzelfde lot
Zodra je binnen bent, valt de deur in ’t slot
Dan ligt op deze tafel nieuwe pen en papier
En vind je mij als lijk zo dood als een pier
Ik lig op sterven in dit voorportaal van de dood
Ik heb mij uitgekleed en geef mij bloot
wie je ook bent, doe je maar tegoed aan
mijn vlees en bloed, wat ervan is overgebleven
dan heb ik tenminste één leven gered
al is dat waarschijnlijk maar … voor even.

Neletta van Heuven, januari 2024

Nee mevrouw, u zit er naast
niet de afdruk in de laatste fase
noch de roem en wereldwijde lof
niet mijn vele seksuele extases
niet de Bentley noch de Porsche
Maar wat dan wel, meneer?
vroeg de vrouw verbaasd.
Ach … elke ochtend op de fiets
steeds weer ….
van grachtenpand naar atelier
door de stille straten van de stad
ik neem niets mee, maar daar …
koffie op en aan de slag!
En mevrouw, wat is úw juweel
van een ochtendritueel?
Wel eh … niet veel …
koffie cracker kaas en
krantennieuws, maar …
o ja … dat is waar
steeds weer ….
bij die tweede kop
dat snijden van een brownie
in hapklare gelijke plakjes …
koffie op en aan de slag!

Neletta van Heuven, september 2023

Keurig, keú-rig, gekleed ging mijn moeder, alle dagen
Ruime blouses, dichtgeknoopt tot aan haar strot
Lange rokken, kuisheidsgordels met een rits op slot
Op niet te hoge pumps: nylons met een naadje dragen
De tijden van weleer, een preutse mode, een pover lot

Maar dan verkondigen de zwaluwen en wielewaal de lente
Kom mee naar zolder allemaal, weg met trein en poppen
Hutkoffers open en mottenballengeur uit kleding soppen
Hup de zomerjurken aan, díe beloven gave momenten
Zalig dat zuivere katoen met bloemmotieven en noppen

Mijn moeder op de fiets, dan waaiert plots een zomerbries
Haar dijen bloot en tovert moeder om in … wufte vrouw
Ach … pijlsnel zag je dan, dat zij dat zelf beslist níet wou
Haar strenge hand bedekte kuis haar kruis, als was het vies
Ontnam jou als jonge vrouw de hoop op wat jij wél wou en zou

Maar dan verschijnt het boegbeeld aller vrouwen op de buis
Marilyn verklaart haar liefde zingend boven blazend rooster
aan haar Mister President, de camera almaar closer en closer
Een lust voor menig mannenoog, die benen bloot tot aan haar kruis
posters boven ‘t bed van elke gozer, de wereld werd steeds vozer

Marilyn Monroe zette het puritanisme van onze moeders op de tocht
Mei ’62 werd haar opgewaaide jurkje voor meer dan een miljoen verkocht.

Neletta van Heuven, juni 2023