Klaas Wijnsma

Vertaling van het gedicht: CAPÍTULO LVII van Santiago Montobbio

Als je komt en je dag na dag aanpast aan mijn moeilijke aard
krijg je aan de oever van de droom
een huis van water, als je komt en in mij
’t steeds meer donkert en jij niet weggaat
mijn vingers zangvogels reeds
in je ziel, vogels, als je komt
vogels die jouw lichaam tot takken maken
en voor jouw liefde voor dag en dauw
ik reeds zuiver kristal:

van de vele, vrijwel ontelbare melodieën
           waarmee ik verscheurde biografieën dichtte
vormen deze wellicht
mijn meest geliefde,

  deze, en van de overige
gevaarlijke slagen van hun vleugels steeds de maten
die omdat ze mogelijk uit naïever hout gesneden zijn
stapsgewijs gestadig
een radeloos kraken van dromen wekten.

Uit de verscheurde, ja versnipperde biografieën van mijn ziel
zou ik uit weemoed nog immer
de hele leugens van deze melodieën verkiezen,
ware het niet dat ze zoals alles
frontaal in botsing zijn gekomen
met de vergetelheid.

Want door zo koppig vast te houden aan wat verloren ging ging ik
zelf teloor en voor de literatuur heb ik
geestelijk geen krachten over.

En dus
is dit geen poëzie. ’t Is mijn gemoed.

© Klaas Wijnsma

Vertaling van het gedicht: Los Trabajos Y Los Días van Santiago Montobbio

Dan heb je in het duister geschreven opdat het bloed, tot rust gekomen,
werk voortbrengt, dan heb je het duister beschreven of ben je het geweest,
heb je vanuit zijn gekluisterde ramen evenvaak vaarwel gezegd
als de aarde wees geworden is, vergeefs stiltes
op het papier geplant
die uiteindelijk
geen sleutels zijn gebleken,
publiceert een onbekend provinciaal tijdschrift,
nadat je het leven zo hebt leren dragen
– als een stoet fiasco’s
in het spinrag van de inkt –,
een paar gedichten van je, al overleden,
en vindt vervolgens iemand er iets van,
vindt ze – het is maar een voorbeeld – best wel leuk.

© Klaas Wijnsma

Vertaling van A la izquierda del roble van Mario Benedetti


Geen idee of het u ook wel eens is overkomen
maar de botanische tuin is een ingedommeld park
waar je je boom of een naaste voelen kunt
mits er aan één voorwaarde wordt voldaan.
Dat de stad vredig op een afstand ligt.
Het geheim is te leunen tegen een boomstronk of zoiets
en door de lucht die verstomde geluiden laat passeren
te luisteren naar de denderende trams door Millán en Reyes.
Geen idee of het u ook wel eens is overkomen
maar de botanische tuin heeft vanouds
een aangename voorkeur voor dromen
voor insecten die omhoog kruipen langs je benen
en een zwaarmoedigheid die je in de armen zakt
totdat je je vuisten balt en haar vangt.
Al met al ligt het geheim in naar boven kijken
en zien hoe de wolken kibbelen om de kruinen
en zien hoe de nesten kibbelen om de vogels.
Geen idee of het u ook wel eens is overkomen
maar och de paartjes die de botanische tuin in vluchten,
of ze nu uit een taxi stappen of van een wolk afdalen,
ze hebben het doorgaans over belangrijke zaken
en kijken elkaar vol hartstocht in de ogen
alsof de liefde een heel korte tunnel is
en zij elkaar binnen in die liefde gadeslaan.
Die twee bijvoorbeeld daar links van de eik
(dankzij mijn gebrek aan kennis over Pan en Linné
had ik ook amandelboom of araucaria kunnen zeggen)
zijn aan het praten en zo te zien raken de woorden
ontroerd door naar hen te kijken
aangezien ze mij niet bereiken, zelfs niet hun echo.
Geen idee of het u ook wel eens is overkomen
maar het is prachtig je voor te stellen wat ze zeggen
vooral wanneer hij op een sprietje bijt
en zij een schoen laat liggen op het gras 
vooral wanneer hij treurige botten heeft
en zij wel glimlachen wil maar niet kan.
Volgens mij zegt de jongen dingen
die je zoal zegt in de botanische tuin
gister is de herfst begonnen
het herfstzonnetje
en ik was gelukkig
zoals lang geleden
wat ben je mooi
ik hou van jou
in mijn dromen
’s nachts
hoor je de claxons
de wind over zee
en toch is dat
ook stilte
kijk me eens aan
ik hou van jou
ik werk met plezier
maak berekeningen
overzichten
overleg met ezels
ik vermaak me en ik vloek
geef me je hand
nu
je weet toch
ik hou van jou
soms denk ik aan God
oké niet al te vaak
ik wil zijn tijd
niet verdoen
en bovendien is hij ver weg
jij bent hier bij mij
ik ben treurig nu
treurig en ik hou van jou
de uren zullen voorbijglijden
de straat als een rivier
de helpende bomen
de hemel
vrienden
en wat een geluk
ik hou van jou
lang geleden was ik een kind
lang geleden, wat maakt het uit
het lot was eenvoudig
net als doordringen in je ogen
laat me binnen
ik hou van jou
ik hou van jou, gelukkig maar.
Geen idee of het u ook wel eens is overkomen
maar het kan gebeuren dat je plotseling merkt
dat het eigenlijk om iets veel droevigers gaat
een van die kwellende voorbestemde liefdes
die God niet toelaat omdat hij afgunstig is.
Kijk maar hoe teder hij beschuldigingen uit
en hoe zij tegen de boombast leunt
kijk hoe hij herinneringen hekelt
en hoe zij zich onbegrijpelijk opwindt.
Volgens mij zegt de jongen dingen
die je zoal zegt in de botanische tuin
je zei het zelf
onze liefde
was altijd al een dood kindje
maar af en toe leek het
te gaan leven
ons te zullen verslaan
maar wij beiden waren zo sterk
dat we het zijn bloed ontnamen
zijn toekomst
zijn hemel
een dood kindje
anders niet
stralend en gedoemd
misschien glimlachte het
zoals jij
lief en intens
misschien had het een treurige ziel
zoals de mijne
niet veel zaaks
misschien zou het in de loop der tijd leren
zich te ontplooien
de wereld te gebruiken
maar kinderen die zo komen
verteerd door liefde
verteerd door angst
hebben zo’n groot hart
dat ze zonder erg kapotgaan
je zei het zelf
onze liefde
was altijd al een dood kindje
wat een harde waarheid, zonneklaar
wat een simpele waarheid en wat zonde
ik zag onze liefde als een kind
maar het was dood al
wat kunnen we nog
we kunnen alleen 
het vertrouwen peilen en bedenken
wat we hadden kunnen zijn
voor hem
die niet de onze worden kon
wat nog meer 
misschien
een drieëntwintigste april, een afgrond
waar je ook bent
neem bloemen voor hem mee
want ook ik zal met je meegaan.
Geen idee of het u ook wel eens is overkomen
maar de botanische tuin is een ingedommeld park
dat alleen ontwaakt wanneer het regent.
De laatste wolk heeft nu besloten om te blijven
en maakt ons nat, als vrolijke bedelaars.
Het geheim is voorzichtig rennen
om geen enkele kever te vertrappen
en niet op zwammen te gaan staan die wanhopig
de kans benutten op te komen.
Achteloos keer ik om en
die twee links van de eik blijven
eeuwig, verborgen in de regen
elkaar wie weet wat toezwijgend.
Geen idee of het u ook wel eens is overkomen
maar wanneer de regen valt op de botanische tuin
blijven hier alleen spoken achter.
Gaat u maar.
Ik blijf.

Klaas Wijnsma

Vertaling van het gedicht: ‘La lengua de las cosas’ van © José Emilio Pacheco

De taal der dingen moet wel het stof zijn waarin ze woordeloos communiceren.
Het stof, of de schaduw die ze werpen.
De waanzin van de dingen wanneer hun wil zich verzet
en ze koppig dienst weigeren of zich als bezetenen verstoppen.
Alleen zo kunnen ze in opstand komen,
alleen zo ons laten weten dat wij niet de baas zijn,
al hebben we dan de macht

om ze te vernielen en te vergeten.

© Klaas Wijnsma

Vertaling van het gedicht: Bis van Santiago Montobbio

Het is het aloude verhaal en bovendien
dat met de meeste haken en ogen: eens
gaf men ons de aarde, maar
omdat ze ons het gevoel gaf dat ze
het zoveelste middel was om ons te misleiden en
onze tijd te laten verdoen met
het waanidee dat we er ooit
iets mee zouden kunnen beginnen
lieten we haar onder onze handen sterven.
                                            Zelfs zonder ons
tot vergeefse troost te dienen rest ons
de literatuur als vinger
aan de pols van alle ellende.

© Klaas Wijnsma