Jos Paardekooper

Om bij het begin te beginnen:
ik kwam ter aarde, zag,
en wist: van overwinnen
is voorlopig geen sprake.
In mijn achtste levensjaar
besloot ik me te gaan bekwamen
in het schaken, en nog wel
tegen mijn vader, tegen
wie ik de volgende jaren
uitsluitend nederlagen leed.
Toen het leed was geleden
en de baard mij de keel
toekneep, wist ik: ik moet
nieuwe wegen inslaan,
verliet het ouderlijk huis,
en trok de wijde wereld in.
’s Anderendaags ontmoette ik
een jongeling, die het schaken
evenmin meester was. Zo
geraakte ik in de ban van
het pluimbalspel, en van schaken
was geen sprake meer. Het leven
is kiezen en delen en leed
kunnen velen. Al doende leert
men, en ik leerde onderspit
delven, dat het een lieve lust was.
Maar aan alles komt een eind,
alleen het leven gaat door,
totdat ook dat, op ’n dag,
ophoudt.

Joseph Paardekooper, maart 2024

Is ’t heus een halve eeuw geleê,
Pauline line mijn,
dat ‘k steeds na ’t college van Van Bree
zó heel dicht bij U mocht zijn…

We fietsten tsaam naar jouw adres
aan ’t Leids Piet Paaltjenspad,
waar jij, Paulien, mijn meesteres,
een studio bezat.

Daar pakte jij je mandolien,
Pauline line mijn,
dan liet je mij je kunsten zien,
hoe zoet, hoe teder fijn

je zang- en snarenspel weerklonk,
Pauline line mijn,
terwijl de zon ter kimme zonk,
en ik een kruidentheetje dronk.

Dan hoorde ik een immortelle,
zo schoon, zo zuiver en zo delicaat
als nimmer nog een Leidse Èle
gezongen had bij nacht of dageraad.

Wat vloog de tijd, – of stond ze stil,
Pauline line mijn,
gans het heelal was zoet en rein,
soms weet een man niet wat ie wil –

Tot jij je mandolien weer borg, en
fluistervroeg: hou je van kroelen?
Dan maakt een man ineens zich zorgen,
en alles in zijn lijf gaat woelen.

’t Wordt tijd, zei ik, naar huis te gaan,
Pauline line mijn,
’t is nog een flink end hier vandaan.
Maar ‘k vond het echt heel fijn.

‘k Bezweer U, goede vriend, en gij, vriendin,
de draak hiermede niet te steken.
Er zit wezenlijk zo iets aandoenlijks in,
dat m’n hart er nú nóg van mocht breken.

Joseph Paardekooper, februari. 2024

Van dichten komt mi kleene bate,
die liede raden mi dat ik ’t late;
maar men is dichter of men is ’t niet,
wie ’t niet en weet, die ’t niet en ziet.

Onder een purpren hemel, in de gouden zon,
over heuvels en bergen ontwaard’ ik een donjon.
Een laan met rode beuken gaf toegang tot het slot;
maar de bel was stuk, of het koord was kapot.

Maar men is dichter of men is ’t niet,
dus floot ik mijn dichterlijkste lied,
en trok ik mijn twee zevenmijlslaarzen aan
en betrad toen parmantig de oprijlaan.

zo belandde ik door de poort op de koer,
vermoedde daar sluipschutters op de loer –
maar alles bleef stil, zelfs op de kantelen;
men zou zich warempel nog licht gaan vervelen…

Toen werd ik een kierende deur gewaar,
ik richtte mijn schreden voorzichtig aldaar
een dichter is ímmer van zessen klaar -,
al kreeg ik een licht verlangen naar een pissoir.

Nog altoos beducht op gerucht van schavuiten,
maar het woord zegt het al: dichten is sluiten,
dus sloot ik de deur toe, tegen foute kornuiten,
die vanaf dat moment mooi naar mij konden fluiten.

‘k Bevond mij aldus in een slot met de slotdeur op slot,
en wat ‘k ook probeerde, ook dat slot bleek kapot.
De zaal werd schamel verlicht door een kaars,
die op ’t punt stond te doven, maar dat lapte ik aan m’n laars.

En ja hoor, daar doofde die keerse, bij mangel an pit,
en nergens een lichtknop of een flambouw, daar zit
ik dan mooi mee, in ’t pikkedonker, en ‘k had
ook nergens een klink gezien of een sleutelgat.

Is niet, bepeinsde ik, de Vreeze des Heeren mijn hope,
Job 4 vers 6, maar daar kon ‘k nu niks voor kopen.
De rillingen liepen me tappelings over de rug,
wanneer komt nou die ridder met een jonkvrouw over de brug?

Kortom: een dichter begint met een open deur,
en de rest van het dicht is te kust en te keur;
maar hij moet blijven dichten, met ’n open gezicht:
want hoe dichter de deur, des te opener ’t gedicht.

Joseph Paardekooper (chevalier sans craint ni peur), januari, 2024

  1. De man met de hamer

Die Bosma heeft zich nu al overtroffen
als nieuwe voorzitter der Tweede Kamer.
Hij zei iets in de geest van ‘Jullie boffen
dat deze jongen jullie af komt stoffen.
Wie dóórlult krijgt te maken met mijn hamer.’

  1. Boem is ho, of: de ultieme klap

Als lid van een geheime vuurwerkclub
gezeten in zijn rolstoel, slechts één hand,
maar trotse winnaar van de Salland-cup,
zijn strot verbrijzeld, kreunt hij ‘Hup!’,
hoopt op ’n laatste stukkie in de krant.

  1. Een quintijns festijn

Om half acht kwam ze aan op het station;
bij tienen kwam de Keizerstraat in zicht;
’t liep tegen vijven toen de schrale zon
ter kimme neeg, als generaal pardon.
Die nacht ontstond een heus quintijns gedicht.

  1. De avonden

De laatste donk’re dagen van het jaar;
‘kaal is niet erg’, mijmert de jongeman;
‘je hebt’, zegt hij, ‘alleen zo weinig haar –
wat maak je in je leven dan nog klaar? ‘
Stof dus in overvloed voor een roman.

  1. Quintijns quintijn

de eerste regel heet zowaar ‘premier’,
de tweede mag de één na eerste zijn,
de derde haal ik uit mijn rijm-dossier;
de vierde doet voor spek en bonen mee,
de vijfde maakt het af tot een quintijn.

Joseph Paardekooper, december 2023

Hallo!, heeft iemand mijn merel gezien?
Ik mis haar al de hele dag,
houdt iemand haar thuis gevangen, misschien?
(Alsof dat zomaar mag…)
Hoor!, haar jongen piepen angstig in koor,
pa merel vliegt wanhopig in ’t rond,
ze is er toch niet zómaar vandoor?
Ze oogde nog kwiek en vief en gezond…

Hallo daar, wil iemand mij helpen met zoeken?
Of kan iemand het nest beschermen?
D’r zitten hier kraaien en gaaien en roeken,
wil iemand zich over haar kroost ontfermen?

Het is al het vierde nest deze zomer,
het merelpaar heeft flink z’n best gedaan,
maar pa is een bon vivant, een dromer,
en ziet die nesten als deeltijdbaan.
Er gaat veel tijd heen met flierefluiten,
en ik geef toe: hij weet heus
dat gekwinkeleer flink uit te buiten,
met verwijzing naar hoofdstuk 6 van Mattheus.

Maar intussen is dat nest onbewaakt in ’t lommer,
en zitten we samen in de nesten misschien;
is er nou niemand die zich hierom bekommert?
Hallo!, heeft iemand van jullie mijn merel gezien?

Joseph Paardekooper, juli 2023