Ingrid Beckering Vinckers

Zo eeuwig tegen je aan te mogen liggen
kunnen toezien hoe vastberaden snel je stroomt
naar noord en op het laatst nog zwenkt naar west

Geruisloos kolk je voort langs deze stad
van devote koekhappers tot Go Ahead
waar kluizenaars en verdwaasden in het randgebied
al jarenlang hemels dan wel aards zielenheil zoeken

Cry me a river resoneert in mijn achterhoofd
als verraderlijk mijn flank geschampt wordt
en gestaag rivierschuim de Welle inneemt
waardoor geen Worp meer serieus te nemen valt

Nimmer onaangedaan overwint een stad haar tranen
vanaf zijn toren ziet Lebuïnus in de verte
een bus terugkeren naar ’t achterland

Ingrid Beckering Vinckers

Zodra ik een ander is
ben ik op slag voorbij
de ander is dan mij.

Mijn pen biedt averechts haar taal
zonneklaar van mij.
De ander schouwt en keert rechtsom

zijn spiegel flitst in tegenlicht langszij.
Soms is er een herkennen,
in wezen verstaat de ander mij.

Zo nu en dan speelt schroom of twijfel
want ja zeg, zo ben ik toch niet?
En tata, tata, tata …………..

Het is die ander die mij doet schudden

maar mijn woordkunst blijft volstrekt zichzelf.

Ingrid Beckering Vinckers

Nooit gedacht vandaag de dag te plukken
elk blaadje valt zomaar op z’n plek.
Een vredig zwerk, niets is te gek
deze dag lijkt echt te lukken.

Waar het vandaan komt is de vraag ‐
hoe lang dit duurt en waartoe het leidt
hangt af van hoe je dit recept bereidt.
De ervaren kok stookt geen vuur te laag

en talmt niet zijn pannen te verzetten.
Kruidt exact de juiste dosis, roert en proeft,
geen enkele stress kan hem beletten,

deze dis wordt een waar feest!
Gloeiend heet wordt er gegeten, opbollend met druipend
vette monden is niemand meer voor niks bevreesd.

Ingrid Beckering Vinckers

Aan het laden...